14127

gedicht, haibun, haiku
24 april 2020

op een vrijdagmorgen zonder ochtendspits loopt een man met een deken om zich heen de bosjes uit. Een meeuw en een kraai vallen elkaar beurtelings aan en geven niet toe. Een gemeentewerker hangt slaperig in zijn veegmachine en zwaait, boent de verwaarloosde vreugd van straat.

in alle vroegte
voor de mensheid luid ontwaakt
de geur van bloesem