13794

gedicht, haibun
27 mei 2019

Zittend op een kussen groeien namaakrieten matten mijn buikwand binnen. Onbeweeglijk lichaam verbijt, verdooft zich. Lichte wolken in de morgen zijn rustgevend en onheilspellend. Hoofd zakt diep in buik, waar de schedelscherven prikken. Ik kijk haar aan, maar ze kent nog steeds mijn naam niet.

onder avondschemer
overdekt door bonzend hart
klinkt een stem op straat