13726

gedicht, vrij
15 maart 2019

zingen in stippen en vlekken
de bolwerken van Hildegard, wit en blauw
verstikken de klaagzang, omsingelen eerdere schedel

een nevel van kabels
van grommend buitenverkeer nog vochtig en nors
smelt in de graven, in de stenen vloer

trillend naar de verdommenis
tik af, zet in, in een koude kapel
breken alsjeblieft de registers open.