13671

gedicht, vrij
24 januari 2019

er lopen vreemde aderen door het bos
wandelend door de gassen ruiken we de bomen niet
afgesneden door brute kracht steken we niet over
door de ijzeren ruis staan we los en horen niet
hoe zwijnen en herten kraken, eekhoorns spokend rennen
druppels op de grond ons willen vertellen hoe de sneeuw smelt van de dennen
van Panbos tot Heuvelrug en plots urgent ter plekke
in de parallele wereld langs de weg naar Zeist