13668

gedicht, vrij
21 januari 2019

je ziet hier iedere dag hetzelfde
hekwerken, ramen, deuren
een plastic plant zonder kleuren
schudt de dauw uit zijn haren
een vorm van heden tussen vroeger en later
rietgevlochten stoelen, gedachten, beloften, bedoelingen
en aan de ruiten treurig hangend water

herfstbladeren verscholen in wintersneeuw
de lente die nog dolend
in een hinderlaag verscholen
op ontploffen wacht
de verwachting die al dampend
blijft komen uit takken van bomen die nog sluimeren, dromen
en de zon die beloftes maakt van de droogte en hoe hij in de hoge zomer
tot wasdom zal komen.

je ziet hier iedere dag hetzelfde
slaperig zit ze al dagen vragend tegenover me
giechelt bij een ontbijt van drooggebakken broodjes
met buiten vorst en hoemoes tegen de dorst
‘de ramen zijn goed beslagen’ zegt ze en iets over isolatie
je ziet de mensen als schimmen vliegen, rennen
van alle beweging die ik op de koude straat zie
kan ik van de wereld het minst of niets ontkennen.