13665

gedicht, vrij
18 januari 2019

op gevlochten vloerpanelen
zit ze met gekruiste benen
neer te dalen naar de rust

ze strijkt de vermoeidheid glad
handpalmen op het gezicht
alsof ze zichzelf wakker kust

ze draagt de naam van die Byzantijnse
die zich oniconoclastisch
op iedere munt liet slaan

maar is nu hier
met luchtdeeltjes om haar kleren
vastberaden om snel weer weg te gaan