13332

gedicht, vrij

Hij speelt.

Licht tintelende kleuren worden vanuit zijn hoofd, via spieren, pezen en vingerkootjes verstrooid over vijfhonderd vormen van waarnemen. Een belevingswereld bolt. Wij, licht treurige pelgrims verbonden in een vat vol klank, wij van weemoed gonzende bunkers, golven als van brand walmende halmen in de wind uit zijn handen.

We hebben contact, omarmen elkaar ten volste, weten niet of de boodschap overkomt.

Zodra ik het weet zal ik het laten.