13052

gedicht, vrij

II

als het licht op een kier
als overdag de nacht
als een heelal vol stilte
verdwaald in wat ik dacht

als brokken steen
in een elliptische baan
als de hand zijn pijn
als de aarde de maan

als wie zichzelf
nooit echt verlaat
steeds malen blijft
tot niets meer gaat

als de vriend de vijand
als het slot het lied
dragen wij elkaar vol liefde
maar zien het niet