12485

gedicht, vrij

In die zin zijn we als herfstbladeren
droog, verlaten, star
gevaarlijk hangend tussen dood en leven
met houten steeltjes klampend aan takkenbasten

in een wolk van kleur onderweg naar beneden,
loslaten, opgeven,
daar schuilen in een voetstap of boom.

we hebben eenzelfde warme droom:
ongezien in de aarde verdwijnen

bosgrond zijn