13648

Dagboek, proza
1 januari 2019

Aan de rand van een stad ontploft de nieuwjaarsviering aan drie kanten. De vierde blijft zwart, zonder vuurwerk, erg passend voor een jaar waarin je iemand verloor.

Zo eindigt het jaar dat geen april had, geen mei, een op papier lange zomer die toch als in een roes passeerde. Een jaar met een gapend gat erin.

Op het hoogst van dit volksfeest, tussen al dat vuurwerk, kan ik niet helpen dat ik vooral aan hem denk.

Dag 12224

Dagboek, proza

Ik zit stil. Twee merels vliegen langs het raam. Ik schrik. Zij schrikken. De wereld in een notendop.