13833

proza
5 juli 2019

Soms vraag ik me af of ik vriendschappen heb die niet zo sterk zijn als ik verwacht, vriendschappen die de anderen slechts in stand houden omdat ze me zo aandoenlijk vinden, maar waar ze eigenlijk geen zin meer in hebben. Meestal ontdek ik het tegenovergestelde; dat er weer iets te doen was, dat ik me tijdenlang heb afgezonderd en bos en boeken en bladmuziek, dat ik bij hernieuwd verschijnen in kussen en knuffels wordt gebaad. Dan voel ik dat we zo op elkaar kunnen rekenen dat het van godsgeluk schuurt.

Er valt licht naar binnen. Op tafel staat een pan vergeten eten.

13832

proza
4 juli 2019

Vijfenveertig minuten later, de bewolking breekt. Platte pufjes met daartussen rivieren van blauw, als zeewater dat bij eb na iedere golfslag bochtjes draaiend als kleine vogels de snelte weg terug zoekt naar de moederschoot.

13648

Dagboek, proza
1 januari 2019

Aan de rand van een stad ontploft de nieuwjaarsviering aan drie kanten. De vierde blijft zwart, zonder vuurwerk, erg passend voor een jaar waarin je iemand verloor.

Zo eindigt het jaar dat geen april had, geen mei, een op papier lange zomer die toch als in een roes passeerde. Een jaar met een gapend gat erin.

Op het hoogst van dit volksfeest, tussen al dat vuurwerk, kan ik niet helpen dat ik vooral aan hem denk.

Dag 12224

Dagboek, proza

Ik zit stil. Twee merels vliegen langs het raam. Ik schrik. Zij schrikken. De wereld in een notendop.