14155

gedicht, vrij
22 mei 2020

opgeslokt door een levensmoe matras zul je
tegen de stroom van stokkend ademen in
je lijf uitzwemmen

14101

gedicht, vrij
29 maart 2020

als ik je toch kan vertellen
over dat wat kijkt tussen de regels door
– laten we het ‘het absolute’ noemen:
de mens die wel denkt maar niet woest
en klunzig door zichzelf heen praat –
dan lukt het best, we waren in de duinen
ik werd overhoord
jij stelde de juiste vragen
mijn hand vond een dichtbundel
die ik je -dit wat ik bedoel!-

nu schenk.

14018

gedicht, vrij
6 januari 2020

net na het einde
net bij het begin
graveerde snel verval kabaal
ingebroken draad en vallend staal

13962

gedicht, haibun, vrij
11 november 2019

Stilte bestaat hier niet. Het gromt, klopt en bonkt tot het donker wordt. Als de mens zijn werk heeft gedaan, schreeuwt hij. Als hij schreeuwt heeft hij geen boom zien groeien, geen baksteen zien tobben in verval.

er is een groot verschil tussen
de mens en zijn werken en
de stilzwijgende weidsheid
die er buiten is

nu niet langer wachten
op het ongebeurde,
nu vluchten voor wie ons weghoudt
van open luchten en volle zee

van dat oneindige verdwijnen
het bekken omsloten en kopje onder
in het wonderlijk kolken
van de onderstroom

13954

gedicht, vrij
3 november 2019

in de voetstappen die ze achterliet
gleden langzaam kiezels, toen zand, toen hoornig vlies
de aarde raakte verweerd
het water bleef niet staan na regen

haar wollen sjaal was de afgrond op tafel
middeleeuws ogende straatstenen gisteren gelegd
januari leek lente van achter glas

nu is ze vrij van wat ze achterhield die dag
rijzen wolkenbergen achter de kale bomen die ons knevelden

13938

gedicht, vrij
18 oktober 2019

nu bekend is dat ze terugkomt
moeten de gaten dichtgespijkerd
de boot vlotgetrokken, leeggehoosd
de buik afgevlakt
het kielzog ingetrokken

nu bekend is dat ze terugkomt
kruipt nieuwe ouderdom gewrichten in
groeien bomen omhoog:
de grijze lucht geeft ze daar water

nu bekend is dat ze terugkomt
koop ik weer die jas tegen de regen
en schoenen tegen de bollende sneeuw
die dromerig haar borst uitsmelt

13934

gedicht, vrij
14 oktober 2019

het kunstlicht schijnt hier feller
dan in woonkamers die waarvan ik nog weet
waarin halfontklede vrouwen ‘s avonds laat voor de spiegel staan
en ik mijn handen op hun heupen leg

‘je moet niet bang zijn om gelukkig te zijn’ wordt er gezegd
dus laven we ons aan het geluid van voetstappen in een steeg
voor altijd voortschrijdend
voor altijd verdwaald in het verraad van de rechte lijn

13931

gedicht, vrij
11 oktober 2019

fotoafdruk in het grind
herinnering in hippiejurk
valt uit een boom de fontein in
baadt nog altijd stralend en dierbaar
in het licht dat op haar viel die dag

13925

gedicht, vrij
5 oktober 2019

Ondanks dat ik weet
dat hij onder dat gras
langzaam zijn vorm verliest
en ik een naar beeld heb
van hoe dat oogt

ondanks dat ik weet
dat hij me niet horen kan
slechts een homp moleculen rest
die nog ergens op hem lijkt
– nee niet aan denken –

leg ik een hand op het zand rondom zijn steen
zeg dat ik het ben
dat ik hem mis

nog altijd

13924

gedicht, vrij
04 oktober 2019

(Aan L.)

of ik door je ogen kan zien
hoe je vanuit je bed keek
hoe de ruimte eromheen
steeds kleiner werd

of ik door je ogen zie
ons geboortejaar, hetzelfde tijdperk
hoe vanuit dat bed die wereld
langzaam verstikkend werd

en hoe je,
toen het leven tot aan het matras was weggevloeid
er voorzichtig draaiend met één been
en toen je hele wezen

uitstapte.

(rust zacht)

13917

gedicht, vrij
27 september 2019

IJkpunt (voor M.N.)

verjaardagen zijn een ijkpunt
overspoeld worden door wie aan je denkt
afstanden doen rillen en
zonder twijfel wachten op een antwoord

in de praktijk die de wereld is
(zo heet dat)

reflecteren glazen gebouwen
de dag die had kunnen zijn
blijven zintuigen kleven
tussen donkerbroze voogden

in de praktijk die de wereld is
(zo noemen ze dat)

stijgt je hand niet langer op naar de klink
blijven deuren hangen in het slot
versperd voor schouders, voor liefs, voor pijn
doet niemand meer open

om te zien dat we er nog zijn (echt).

13908

gedicht, vrij
18 september 2019

kerkklokken in de morgen
geven wat ze hebben en zich herinneren
het beieren hult zich in een zwarte overjas
tussen de paden die we dagelijks gaan
gonst de boevenklok als een begrafenisbel

13817

gedicht, klank, vrij
19 juni 2019

er naderde onweer
heldere schichten kon je aan de einder zien
opstekende wind bracht geur van regen, klank van treinen

er zakten wolken door de lucht
boven de daken werd het rood en donker als bij zonsondergang
op een onbewaakt moment stopte een timmerman met spijkers slaan

 

 

13814

gedicht, vrij
17 juni 2019

ze hangt weer voor me
dof moe nevelig grijs
badend in de geur van uitgebrande kroegen
de herinnering wil niet verdwijnen
laat niets zijn zoals het is

13811

gedicht, vrij
13 juni 2019

Naar buiten kijken met vermoeide ogen hoe het maar blijft regenen. Licht gelukkig, lange weg in zicht. Als ik naar buiten loop slaat een boeggolf van druppels op weg naar zee.

 

13807

gedicht, vrij
9 juni 2019

onder het gras de koude grond
in de nevel nog het weer van gisteren
hij houdt van literatuur zegt hij
van het ontwikkelde licht klassiek
en wil terug naar het verleden

het is een leugen vol
harde lijnen en aardappeleters
democratie verkleed als eigen gelijk
hij wil nooit hoeven vrezen
dat hij in opgetrokken nevel

zijn vijand ontmoet

13801

gedicht, vrij
3 juni 2019

na een warme dag stroomt frisse lucht naar binnen
de muren al koel, de dag zeker
een plant hangt kalm aan haar eigen gewicht

13793

gedicht, vrij
26 mei 2019

van planten en wat er op leeft
begrijp ik niets
als ik oud word, hoor ik de zwaluwen niet meer,
is geen enkele vraag opgelost.

13792

gedicht, vrij
25 mei 2019

zaterdagavond
een vliegtuigstreep is wolk geworden
ik voel dat ik zie, maar weet niet wie
weet niet waar

13783

vrij
16 mei 2019

Over thee (2)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met volle aandacht moet drinken. “Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een betekenisvolle stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben!”.

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.

Altijd als ik die snelle thee drink moet ik denken aan Zambia, waar theedrinken in afgelegen gebieden bijna een ritueel is. Dat zit hem niet in de cultuur, maar in de afwezigheid van stromend water en elektriciteit. Iedereen die ziet dat je thee drinkt weet dat je ruim een half uur met putwater en kooltjes in de weer bent geweest om die thee te bereiden. Ze geven je als vanzelf de tijd om ervan te drinken. Natuurlijk bied je ook thee aan. Bij acceptatie drink je samen en gebruikt weinig woorden.

Sinds Zambia kan ik het nauwelijks over mijn hart verkrijgen om snel te zijn. Mogelijk had één leraar gelijk waar de ander hem niet duidelijk tegensprak.

(In memoriam B.O.)

13782

vrij
15 mei 2019

Over thee (1)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met aandacht moet drinken.
“Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een veelbetekenende stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben.”

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.
Je moet nooit de laatste zijn die klaar is.

Ze kennen elkaar. Ik weet nog steeds niet of er een paradox in besloten ligt.

(In memoriam B.O.)

13781

gedicht, vrij
14 mei 2019

barsten in het plafond
dat dichterbij en maar
niet naar beneden komt.

13778

gedicht, vrij
11 mei 2019

Juist de nacht voor hij uit het leven wilde stappen
– alles in plastic, de haakjes al aangebracht –
kreeg hij een fatale hartaanval.
Als hij dat geweten had,
hoe het drama hem werd ontnomen!

13777

vrij
10 mei 2019

hard geworden herfstbladeren van vorige herfst geven schaduw aan vroeg openende bloemen. Twee jaren ondersteunen en raken elkaar.

13769

vrij
2 mei 2019

iemand zegt: ‘ik mag niet gokken van mijn vriendin. Maar ik gok niet: ik wéét gewoon de uitslag.’ Buiten de trein stijgt de luchtvochtigheid met zich over de weken ontvouwende bladeren. Tussen Gouda en Den Haag bloeien velden vol bloemen.

Op de terugweg druipen windmolenwieken van de grijze regen.

13767

vrij
30 april 2019

Van een afstand legde ik het geluid van de Utrechtse Vrijmarkt vast. 48 uur lang liet ik de microfoons draaien, de markt ontstond, doofde uit, werd weer aangewakkerd en uiteindelijk ontmanteld.

Nu voeg ik echo’s toe om de mooie, donkere stadsruis te benadrukken. Elke tik wordt een waterval van klepperende metronoomklikjes, een miljard apen op een typmachine. Zo omarmen we de werkelijkheid, terwijl we haar ontvluchten.

13759

gedicht, vrij
22 april 2019

probeer hem bij elkaar te rapen
van zijn ademhaling tot het water in zijn ogen, zijn alledaags gedrag
de delen die al zijn vergaan
hij is op drift, nooit meer zichzelf
zijn gezicht verhult steeds meer niets dan iets.

Hij is weg.
‘s nachts met Pasen droom ik hem terug.

13754

gedicht, vrij
17 april 2019

er kraakt iets van molmig hout
is het de buurvrouw op hakken
is het de buurvrouw die rookt
is het een dakgoot vol wijfelende duiven
stijf en met nekkramp
van het leunen tegen de wind?

13752

gedicht, vrij
15 april 2019

(de gracht, )

ze groeven haar lang geleden
ik denk aan alle dronken mensen
die het water aan de lippen stond

13738

gedicht, vrij
1 april 2019

na zeer lange dag
het hoofd leegmaken
balans hervinden
het hoofd volstoppen
de keel losmaken
moe en leeglopend
Guillaume de Machaut
Messe Nostre Dame
grote kwartklanken
in verhouding tot
dit soort eeuwigheid

13737

gedicht, vrij
31 maart 2019

ze is weg
ze is terug
ze is in beeld
weer aanspreekbaar

13734

gedicht, vrij
23 maart 2019

lezend op de bank zonder te beginnen
pas als ik niet beweeg komen de woorden
ongemoeid in een open ruimte
worden boeken langzaam oud
een leeftijd die zich telt
in mensenhanden

13726

gedicht, vrij
15 maart 2019

zingen in stippen en vlekken
de bolwerken van Hildegard, wit en blauw
verstikken de klaagzang, omsingelen eerdere schedel

een nevel van kabels
van grommend buitenverkeer nog vochtig en nors
smelt in de graven, in de stenen vloer

trillend naar de verdommenis
tik af, zet in, in een koude kapel
breken alsjeblieft de registers open.

13723

gedicht, vrij
12 maart 2019

een nacht wakker, in tintelend donker
in mijn oren zoemt nog de telefoon
in mijn ogen onthullen eerste vlekken zich
net in halfslaap huilde in het raam een vreemd gezicht
in mijn voorhoofd stapelen geuren zich klevend op
groeien in stervorm schimmmelig aan de muur

13721

gedicht, vrij
11 maart 2019

ik heb de luiken dichtgedaan
ben gevlucht achter de gordijnen

als ik nu sterf zullen de meubels zo blijven staan
tot weer het dak te pakken heeft
dan begeleiden de meubels de wind, bemoedigt de wind de meubels
in een open ruimte tussen vier muren
vragen ze elkaar eeuwenlang ten dans

13719

gedicht, vrij
9 maart 2019

tussen de buien door vluchten
dan een boom bevuilen
uit dit doolhof van deuren komen
deze nacht, in deze ruimte
sluiten de gordijnen steeds verder

13710

gedicht, vrij
4 maart 2019

ik schrijf je een brief vol droomloze slaap
over met aangekoekte modderschoenen op houten vloeren aankomen,
het witte stof, de verflucht,
het weer dat je thuis achterliet, waarvan je nu niet weet:
het regent, de basten glimmen nat.

Met de eerste wolken wordt het donker.
De laatsten doen straks het licht uit.

13704

gedicht, vrij
26 februari 2019

de mensen willen zoveel
vooral dingen verkopen
na ons komt de zondvloed
al tot de enkels

13703

gedicht, vrij
25 februari 2019

je moest er eerst omheen
mocht enkel binnen door het hek
er werd met taalboeken geslagen
de grijze, met de mooie cirkels

wolkjes licht stonden onder de Kastanje
tot je ruw werd gewekt
door die taalboeken, zomers dus
er viel een piano van een brandtrap

alles moest uit de grond
uit baksteen moesten nieuwe gebouwen groeien
we balden schoppend en vloekend
tegen een blinde muur

13701

gedicht, vrij
23 februari 2019

in het nog onbegaanbare buiten groeien nieuwe bloemen
maar stil nog, de koppen hangend, het is nacht geweest

hevig gedronken werd er, vriendschappen gesmeed
waarin de jaren uren duurden

dichterbij nu, ze zijn al binnen
ik zou willen

dat het zomer was, dat er gras lag,
dan was ik erbij, werd het een herinnering,

een potloodschets waar de strepen
korrel voor korrel vanaf zouden schuiven.

de muur is dun genoeg om door te spreken.
te jong om dood te gaan vraagt iemand om een sigaret.

zijn voetstappen staan er nog, zondagmorgen,
zijn keel was dik van ontroostbare vreugde.

de vloer plakt, de deur staat open.

er is niemand op de gang.

13700

gedicht, vrij
22 februari 2019

het korstmos op de daken
de koude lucht draagt het tevreden kraken
van een krom stollende kaars

13691

gedicht, vrij
13 februari 2019

als we samen zingen in het Latijn
kunnen we de lucht om ons verwarmen
elkaars gezichten zien, erover praten, weten
dat alles verankerd in beweging is
elk lichaam dat we aanraken vluchtiger
dan elk van ons nu al weet

13690

gedicht, vrij
12 februari 2019

het is al gewoon
het is al sleur
alles is aan afkalving
en schokken reparatie onderhevig

13689

gedicht, vrij
11 februari 2019

daken zweven boven daken,
daarachter grijze asfaltwegen zoals toen in Dunedin de zee.
Je begrijpt het niet, zeg je,
maar het gaat om het staan op deze bolle aarde:
die keert reikhalzend de zon haar en onze wangen toe.

13686

gedicht, vrij
8 februari 2019
drie migrainedromen (3)

sirenes in de nacht
twee tonen toch monotoon
de waaier aan kleur erin
die bij daglicht niet opvalt en stopt
als plaats delict gevonden is

13685

gedicht, vrij
7 februari 2019
drie migrainedromen (2)

het liedje dat niet stopt met draaien
de wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik
het linkeroog dat naar de rechter kijkt maar de neus moet dulden
de stoffige vloer van heel dichtbij, daar is niets aan te doen.

er is geen lied voor de bewolkte maan
voor stilstaande storm en gevoelloze huid
voor wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik.
in blauw en grijs wordt de pijn verlicht

een schijnsel dat nooit op de muren valt

13684

gedicht, vrij
6 februari 2019
drie migrainedromen (1)

dat kleine deel van Nederland dat de waterstand meet
ligt daar op plastic plezierjachten, doet maar, doet maar,
kijkt van onder hoezen hoe de regen bellen blaast in de gracht

en alles steekt van weeïg licht. Alles komt eerst nader tot de ogen.
Algen zullen moeten groeien tot de sluizen openbreken
tot waterslijk uit je buik zwellend klimt tegen het broze van je schedel

bij de weerd

13683

gedicht, vrij
5 februari 2019

aarde draait zon achter wolk
water wacht de aanval af
schaduwen werpen zich op
een heuvelrug van kreukels
in ongestreken kleding

13679

gedicht, vrij
01-02-2019
mettertijd

onwennig draagt de stad haar nieuwe jas.
de vorst ademt wolkjes in
uit monden, uit schoorstenen, daar komen de wolken vandaan.

zo schrijf ik je als niemand nog bestaat
het ruisen van de kachel de vorm van de ruimte aanneemt,
de lucht roder voorbij trekt dan ze werkelijk is.

je kunt de dag beginnen met beweeglijke vogels
en onverschillig metaal, je verwonderen,
zien hoe alles zichzelf al draagt en mettertijd

verder smelten zal.

13674

gedicht, vrij
27 januari 2019

sta op, trotseer het donker
de aarde is klein
de winter is klein
achter de regen en de wolken
ligt de rest van het heelal, daar
schijnen miljarden zonnen

13673

gedicht, vrij
26 januari 2019

bloed uit gezicht weg
waar blijf je in
de ruimte waar je net nog was
uit één hersenhelft
zo droevig weggelekt
waar blijf je hier
hoe kom je terug

13671

gedicht, vrij
24 januari 2019

er lopen vreemde aderen door het bos
wandelend door de gassen ruiken we de bomen niet
afgesneden door brute kracht steken we niet over
door de ijzeren ruis staan we los en horen niet
hoe zwijnen en herten kraken, eekhoorns spokend rennen
druppels op de grond ons willen vertellen hoe de sneeuw smelt van de dennen
van Panbos tot Heuvelrug en plots urgent ter plekke
in de parallele wereld langs de weg naar Zeist

13669

gedicht, vrij
22 januari 2019
Verduistering

vorstnacht bij fel maanlicht
meter voor meter projecteert de zon
een foto zoals de astronauten namen:
stukken aarde, een negatief in rood en zwart

van ver op het maangezicht.
sterren, in nieuwgeboren duisternis verschenen,
wachten tot de ochtendspits begint.

een nacht lang: de stilte het donker
het donker de stilte
en dan plots boven gebouwen

tevoorschijn.

 

13668

gedicht, vrij
21 januari 2019

je ziet hier iedere dag hetzelfde
hekwerken, ramen, deuren
een plastic plant zonder kleuren
schudt de dauw uit zijn haren
een vorm van heden tussen vroeger en later
rietgevlochten stoelen, gedachten, beloften, bedoelingen
en aan de ruiten treurig hangend water

herfstbladeren verscholen in wintersneeuw
de lente die nog dolend
in een hinderlaag verscholen
op ontploffen wacht
de verwachting die al dampend
blijft komen uit takken van bomen die nog sluimeren, dromen
en de zon die beloftes maakt van de droogte en hoe hij in de hoge zomer
tot wasdom zal komen.

je ziet hier iedere dag hetzelfde
slaperig zit ze al dagen vragend tegenover me
giechelt bij een ontbijt van drooggebakken broodjes
met buiten vorst en hoemoes tegen de dorst
‘de ramen zijn goed beslagen’ zegt ze en iets over isolatie
je ziet de mensen als schimmen vliegen, rennen
van alle beweging die ik op de koude straat zie
kan ik van de wereld het minst of niets ontkennen.

13666

gedicht, vrij
19 januari 2019

wat komt ze mooi
eindeloos
dag in dag uit overwaaien

met de zachte winter
met het eerste vriezen
met de eerste bloei

het is zoals bij samenleven
de herhaling kan zo maar
het begin van het einde zijn

13665

gedicht, vrij
18 januari 2019

op gevlochten vloerpanelen
zit ze met gekruiste benen
neer te dalen naar de rust

ze strijkt de vermoeidheid glad
handpalmen op het gezicht
alsof ze zichzelf wakker kust

ze draagt de naam van die Byzantijnse
die zich oniconoclastisch
op iedere munt liet slaan

maar is nu hier
met luchtdeeltjes om haar kleren
vastberaden om snel weer weg te gaan

13664

gedicht, vrij
17 januari 2019

ze geeft me het slechte
en het goede gevoel
er niet echt toe te doen
niet meer te zijn dan dit.

13661

gedicht, vrij
14 januari 2019

vreemde benauwde dromen
waar nog levende verdwenenen wachten met wit gezicht
als grijnzende geesten bij de poort van het einde wenken
mij mee zullen nemen naar een land van depressie en verdorde dood
langs narigheden die niemand had voorzien

mee naar de diepe bodem
waar maar twee uitgangen zijn.

13660

gedicht, vrij
13 januari 2019

de muren van de overkant
komen als een vloedgolf over de ruiten.
een spoor van regenlichtjes
kristalliseert op helder glas.

de ochtendmist slaat uit thee
de wereld in, haar vleugels uit-
gespreid bedompt ze het hartslagpompen
van een ver verwijderd feest.

als ik straks karton en afgestompt ben:

maak een foto.
vergeef me duizend woorden.

13659

gedicht, vrij
12 januari 2019

niets onder de zon.
deze harde regen,
deze wolken
zijn er altijd geweest.

13658

gedicht, vrij
11 januari 2019
Kijkduin

de zon bedekt zien worden
wachten tot fugatisch jagende wolken haar vergeten
een kort moment het oranje winterlicht op de schuimkoppen zien
tot het met de eerstvolgende gedachte verdwijnt.

het schuim over het strand zien lopen
de woorden erover horen waaien
dan binnen verder praten tot het uiterste
geluksgevoel tweezijdig wordt.

13656

gedicht, vrij
9 januari 2018

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, totaal uit de band!”

“Nou, ja, op verliefd zijn staat geen straf.
Voor je gevoelens ga je niet naar de hel!
Dat wil zeggen, het mag allemaal wel,
maar blijf gewoon van elkaar af.”

Meneer, gebruik alstublieft uw gezond verstand
voor u zoiets afwijzends zegt.
U beroept zich op regels die zouden zijn opgelegd
van Bovenop, van Hogerhand.

Dat Hogerhand, waar we eeuwenlang naar zochten,
het is maar waar je op vertrouwt!
Het bestaan ervan is nooit bevredigend onderbouwd
en over de inhoud wordt nog dagelijks gevochten.

Dat heeft u duidelijk niet belet
om het allemaal zeker te weten,
de oprechte liefde tussen mensen te vergeten
die op dit losse zand wordt weggezet.

“Ze mogen best uit de kast”, besluit u bijna boos
“maar ze hoeven er niet óp, met alle kleuren van de regenboog.”
U kent toch dat verhaal van de balk in het eigen oog,
zo zeker van uw zaak, zo schaamteloos?

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, dat loopt uit de hand!”

Daar staat hij dan, voor het hele land.
Bestrijder van liefde, op de kast
van de voorpagina
van de ochtendkrant.

13652

gedicht, vrij
5 januari 2019

ook zij is weg
nu niet hier, niet eens in berichtjes
verschijnt haar naam en daarmee haar gezicht

ook is die stad hier
in de gracht drijven nog liefde en vriendschap
die hier overboord gingen in één nacht

ik hang achter het theater
ik adem de geur van deze Noordelijke stad
het is goed haar licht te missen

in lichte regen.
twee treinen en een broze zaterdag

kwamen er aan te pas.

13650

gedicht, vrij
3 januari 2019

de handen van de boom
met zijn zovelen, de armen gestrekt, reikend
naar een aalmoes zonlicht

13647

gedicht, vrij

Winter.
Binnen blijven, maar daar niet kunnen ademen.
Wachten op direct zonlicht, terwijl dat al lang niet meer bestaat.
Naar buiten staren tot de bleke geest in het raam
met het ochtendlicht geleidelijk verdwijnt.

13631

gedicht, vrij

de ruimte volledig dichtgemetseld
het donker totaal
het grote inzicht in een modderstroom
ik vertrouw de schrijvers niet
ik heb mijn wagen volgeladen
met oprechte twijfel

13621

gedicht, vrij

vervloekt werden ze, in donkerder tijden.
dat het eindeloze zuchten van dag en nacht toch
op de tollende aarde neerstorten zou
de scherven op de alomvattende schedel
de brokken in de bodemloze spiraal.

ondanks dat niemand ze uitnodigt
blijven de ochtenden standvastig komen.

13620

gedicht, klank, vrij

ze laat los en begint haar dwarrelende reis
langs knopen, knoesten, korsten en buiken
flirt met de weerstand, bewijst het bestaan
van brullende bladblazers op een blauwe morgen

 

 

13613

gedicht, vrij

middeleeuwse gezangen vanaf een cassettebandje
koor van magnetische deeltjes
boort door schedel, vormt zich tot een hoofdpijnwolk

stemmen van metaal: samen met alles dat verzacht
stikken in de zoete geur van wierook

13612

gedicht, vrij

eerst iets over ze zeggen,
die ‘verdomde dingen’,
zoals ze daar staan,
vol van omvang,
te stormen in elektrisch licht.

dan in naam der lieve vrede
en omwille van het weer
naar buiten kijken:
is het heelal er nog, buiten dit?
anders ga ik terug naar bed.

dan nog goed zijn:
daden maken van
voeding die uit daden kwam
omwille van hen die een hoofd hebben
hier buiten in de grote liederenbol.

ook nog eens ophouden:
een te dik boek op schoot hebben,
vermoeidheid hangend als een oude jas,
als nevel over weilanden.
dan uitstappen

voor de cyclus is voltooid.

13604

gedicht, haibun, vrij

Een meeuw vliegt langs het raam, wachtend op een oostenwind die hem terug naar zee zal blazen. Stalen brandtrap zet uit in horizontale morgenzon. Laatste herfstbladeren klampen zich aan hun takken vast, zullen vallen en als lang verlorenen onder de mensen komen.

 

alle vroegte
in lichte nevel straalt
zon uit duizend ruiten

13563

gedicht, vrij

stilte na regen
lamp vervormt in nattigheid
sterren op zwarte ruit

13560

gedicht, vrij

ik droom dat ik zijn lichaam ben
dat hij terugkomt in grauwe kleren
massa van drooggele schilferhuid
zijn laatste ademhaling stokt dan
brozig in de mijne

13558

gedicht, vrij

Boven de Veluwe hangt een nieuwe nevel, gesteund door een grindpad. Een weefwerk van druppels tijd dat er gisteren nog niet was.

Het geloof is weg, in Friesland bouwt men geen torens meer. Hoe verder je ging, hoe meer het blauw van je ogen verdween in dat van de atmosfeer.

13557

gedicht, vrij

regenval bracht.
kouval bracht.
droge winterhuid
op zandstrandbruine handen.

13379

gedicht, vrij

(Op de punt van Vlieland (2))

Wie is dit lichaam?
Op maandag en dinsdag
heb ik geen gezicht.

13378

gedicht, vrij

(op de punt van Vlieland)

hoeveel levende wezens heb je al gedood
alleen door hier te lopen?
hoeveel levende wezens heeft het heelal gedood
alleen door het heelal te zijn?

13375

gedicht, vrij

natte geur van vroege lente.
alles barst straks uit:
knoppen bol uit kale bomen
verkeersruis uit schemerzwijgen.
aarzelend kiest het dorp haar dinsdagkleuren
lantaarnlicht groeit hier
in het volle zicht op straat.

13341

gedicht, vrij

eerste schaatsdag
rood gezicht en
koude hand door zonnig haar
snijdende wind en blauwe hemel

zien hoe sneeuwresten smelten
op haar tweedehands jas

13339

gedicht, vrij

(notitie)

als er niemand meer is om aan vast te klampen
zelfs niemand om van te dromen
en de leegte maakt de toekomst ondraaglijk

kijk de leegte aan
sta rechtop in de vloed van je gedachten
wees één in één.

 

 

13338

gedicht, vrij

bij avondlicht
in een klaslokaal
wij wisselen blikken
tussen ogen
met blikken soep
delen chips en eindeloos verborgen verlangens
wij zingen dat
de sterren hier van de hemel vallen,
vegen
onaandachtig de vloer weer bij elkaar

13333

gedicht, vrij

ononderbroken golft de lucht
laaft het landschap zich aan de donker bulderende boezem van de zee
er trilt een snaar diep in de horizon
ik zal je lommerlichten geven
als ik die spelonkend door mijn dorre wanhoop vinden kan

13332

gedicht, vrij

Hij speelt.

Licht tintelende kleuren worden vanuit zijn hoofd, via spieren, pezen en vingerkootjes verstrooid over vijfhonderd vormen van waarnemen. Een belevingswereld bolt. Wij, licht treurige pelgrims verbonden in een vat vol klank, wij van weemoed gonzende bunkers, golven als van brand walmende halmen in de wind uit zijn handen.

We hebben contact, omarmen elkaar ten volste, weten niet of de boodschap overkomt.

Zodra ik het weet zal ik het laten.

13319

gedicht, vrij

heb ik mijn tas
heb ik mijn schoenen
heb ik mijn jas al aangedaan?

heb ik mijn pinpas
heb ik mijn sleutels
heb ik haar
dan echt laten gaan?

13307

gedicht, vrij

moderne romantiek:
we zien vanuit ons bed
steeds dezelfde maan, steeds
dezelfde Neudeflat

13297

gedicht, vrij

raam open
de boevenklok luidt, `s morgens
in de eerste frisse lucht
dansen de kruimels op tafel

13292

gedicht, vrij

de meeste dagen vergeet je
het zand op je hardloopschoen
de diertjes in het zand

13290

gedicht, vrij

Johannes Ockeghem
stem uit het verleden
si ambulem in me-
dio umbre mortis
requiem voor zichzelf

13288

gedicht, vrij

tussen de kale bomen
op het grind tussen de bielzen
is verlichte heiigheid fluoriserende nacht

nu de boze stilte goedlachs landt op natte grond
heb ik je nodig

13286

gedicht, vrij

Stormschade:
andere lucht tussen huidharen
ochtendlicht dat lijkt op sneeuw
gekrijs van verre meeuw
de ruis op de snelweg naar de zee

13283

gedicht, vrij

anti-kraak

de dag brak er door de lamellen
de brakte door het matras
het linoleum wist er te vertellen
dat dit een huis vol kennis was

12379

gedicht, vrij

(de)                       mens
(op)                       angst
(groeiend)          wezen
(wanneer)          wordt
(het)                      stil

13278

gedicht, vrij

kerst op het Koekoeksplein
klank van oude rolklok
banjert beierend door de bomen
weerkaatst op gevels
leent moeiteloos uw oor

13276

gedicht, vrij

zomaar,
in de stad,
het verleden

komt het heden betreden:
Hoe is het met jou?
ja, lang geleden.

Druk, he, het is alweer warm
zo na die winterkou!

Je ziet er goed uit, fris,
ja, ga maar gauw,
neem je boodschappen mee.

Weet je, ik kan niet meer luisteren naar die LP
soort van blauw
zonder te denken aan zand, strand,

een mooi restant
van die avond daar met jou.

13068

gedicht, vrij

vorm onbegrepen
een wuivende kastanje
verraadt bestaan van tijd

13066

gedicht, vrij

zwart gat

een kort onweer
spoelt stemmen van balkons, ongezien,
spoelt fluimen uit oude mannenlongen
opborrelend vuil van vroeger
toekomstige herinnering aan nieuwe oorlog
verzwolgen door de gretige goot

13063

gedicht, vrij

ik hielp je met een hand de helling op, ik
haalde iets uit je haar dat daar niet hoorde

een dag in het graslicht
zomer in heuvels van ijsplaten nog zuchtend
mijn blik steunde op je schouder
je huid van zon bruiner dan een minuut daarvoor

er was geen weg terug, alleen naar boven, jij
haalde iets uit mijn hoofd dat daar niet hoorde

er was water tussen de bomen
schapen dwarrelden als kleine zinnen langs je hoofd
jij had last van je rug op blote voeten, je was mooier
dan alles wat verder in dat landschap was

13062

gedicht, vrij

dwarsstraat, of hoe het uit de hand liep toen

Engels sprak ze slecht
ze kwam uit Polen
nu in een café met gordijnen
uit Groninger tongvallen gehaakt

hij wist hoe je hoer zegt in het Pools
elke taal heeft van die woorden
hij kende er één, kon het spellen zelfs,
dronken paste hij zijn kennis toe

het werd pas licht in de morgen

13054

gedicht, vrij

ze zal op een dag naar de kunstacademie gaan
zegt ze
en je weet dat ze weet
dat dat al niet meer waar is

je voelt dat er nog iets ligt
dat je bij elkaar hoort, nog
in draden van gedrag en vroeger
maar het is al te laat
je bent veranderd

omdat ze opwarmt
blijf je kil
omdat ze nerveus is
neem je de overhand
omdat ze hoop ziet
duw je haar weg

je mond staat daarbij droog

het is niet van de koffie

13053

gedicht, vrij

I

zoals in het bos pasgeboren sprieten groeien
zoals het er zó groen is na de winter dat je vergat dat dat kon
zoals het lommer je koelte toewuift die ‘s morgens niet nodig is
zoals cirkels zonlicht dansen op je schoenen in de grond
zoveel als een boomstronk op een berg lijkt
zo gewichtig als ze paddestoelen draagt
zoals lente en herfst hier door elkaar lopen en eeuwig zijn
zo laten we los, dat we er van klampen
aan elkaar, aan rivieren van steen tot zand vermalen en bestaan of niet
aan gerommel uit de bodem, aan niet zien wat je worden wilt
aan takken na de winter eenzaam,
zó alweer vernietigd en ontstaan.

13052

gedicht, vrij

II

als het licht op een kier
als overdag de nacht
als een heelal vol stilte
verdwaald in wat ik dacht

als brokken steen
in een elliptische baan
als de hand zijn pijn
als de aarde de maan

als wie zichzelf
nooit echt verlaat
steeds malen blijft
tot niets meer gaat

als de vriend de vijand
als het slot het lied
dragen wij elkaar vol liefde
maar zien het niet

13042

gedicht, vrij

Todd River

weet je nog, die lege bedding in de woestijn?
eens in de twee jaar stroomde hij vol
dat hitsige kikkers er van kwaakten
dat de nacht er van deinde
dat iedereen er van naar buiten kwam.
soms hoor je ze nagalmen,
de kwakende en pratende stemmen,
thuis, ver weg in een nat land.
na de regen maken ze je wakker
tikt de verdampte rivier vol wroeging op een vuilniszak.

13039

gedicht, haiku, vrij

land van hoge torens
ornamenten schijnen blauw
door heiige atmosfeer

of

hoge toren-land
ornamenten blauw verkleurd
druk van atmosfeer

13035

gedicht, vrij

ver heien
ritme klopt
merel schor

of

hei en ver
ritme klopt
merel schor

13034

gedicht, vrij

toegeven
boete doen
lijden
vergeten worden
dan op een morgen
opstaan
gelukkig
niet weten
wat te doen

13033

gedicht, vrij

daar sta je dan
een blik van glas
in een veld dat van bewustzijn was
maar nu een plek op aarde.

13032

gedicht, vrij

hier een wervelwind
van tintelende vingers.

afleiding vlucht,
verveling slaat een gat
in elk gevoel van veiligheid.

aandacht ontmoet
de dierbare zekerheid
van eindeloos falen.

13031

gedicht, vrij

in Zeist

dit is een goed huis
(je kunt hier altijd blijven)
er is een muur met ribbels
vluchten kan langs het balkon

dit is een goed huis
(je kunt hier kromme lijnen schrijven)
een zwarte kat en een beeld van boom
groeien door glas in volle zon

dit is een goed huis
(een muur of vier)
betaald met eigen pijn

dit is een goed huis
(lieve vrede geef hem hier)
een einde aan het somber zijn

13020

gedicht, vrij

sorry
ik belde per ongeluk
vanuit mijn broekzak
je weet wel hoe dat gaat
het is fantastisch hier

13017

gedicht, vrij

wat is dat toch, aan zee
de zon doorschijnt het heelal,
laat door wind en smelten golven bonzen
het grote ademen heeft vrij spel

alles is er
niets te wensen
en dan toch
dat ze bij je was

13012

foto, gedicht, vrij

Kwetsbaar, zó kwetsbaar
is alles van waarde.
Ik at rijst uit een kom,
maar de kom viel om
en stortte in splinters ter aarde.

13011

gedicht, vrij

ze hebben hier geen handen,
de kou op hun huid is bedacht.

je kunt niet meer argeloos met haar praten:
er hangen schachten en scharnieren in de woorden.

omdat ze zo dichtbij is
win je een ongewenste wereld.

omdat ze steeds echter wordt
verlies je haar.

12997

gedicht, vrij

het leven van een muzikant
biedt geen enkele garantie:
‘meneer Roeland,
u heeft een betalingsachterstand’
en weg is mijn vakantie.

12996

gedicht, vrij
Waar is het begonnen?
Ze kijkt je vragend aan,
je denkt: ‘nee’,
maar weet niet meer waarom.
Iemand kwetsen, in de regen,
die niet stopt op dit station.

12992

gedicht, vrij
lijnenspel
bij zonsopgang
klein vliegtuig achter gebouw
bekrast de lucht

12954

gedicht, vrij

met of zonder jou
met tintelende hand op je wang
of zonder, een stille hand op tafel
breekt de dag aan
groeit mos op het balkon

12870

gedicht, vrij

De rivier komt,
stroomt langs weiland en stad.
Ze golft, tolt
en fluistert,
geeft niet alles prijs.
Op de bodem van haar ogen
beroert een onzichtbare hand het zand.

Als ook ik mijn handen uitsteek,
het water raak,
streel ik een koude wang,
maak die warm, rood.
Als ik haar vasthoud
mengt de mist van haar adem
met mijn angst dat ze me niet herkent.

pretoogjes schitteren tussen de golven
als ik zwijgend
op haar oever lig.

Soms weet ik niet
wat te zeggen
tegen de golven in mijn mond.
Soms stroomt het bloed
door hoofd en hart
naar de delta van mijn handen.

Hoe meer het lente wordt
hoe meer ze tot leven komt.
Oude sneeuw smelt
onder haar warme voeten.
Hoe meer het lente wordt
hoe begeerlijker ze is,
hoe meer de hartslag deint
in de kom van mijn hals waar ze haar hoofd heeft gelegd.

Als ze danst
zwelt de stroom aan,
vloeit onhoudbaar naar de horizon.
Ze weerspiegelt,
wijfelende wolken en een rillende boom.
Ze fluistert, geeft niet alles prijs,
verlangt ernaar vrij te zijn.

De rivier komt,
stroomt weiland en stad voorbij.
Ze kijkt om, geeft niet alles prijs.
Niet in één omhelzing te vangen,
niet te verleiden met een liefdevolle dag.
Tijdloos buitelt ze
naar een verre zee

waar ik soms wel,
maar nooit echt
gaan kan.

12485

gedicht, vrij

In die zin zijn we als herfstbladeren
droog, verlaten, star
gevaarlijk hangend tussen dood en leven
met houten steeltjes klampend aan takkenbasten

in een wolk van kleur onderweg naar beneden,
loslaten, opgeven,
daar schuilen in een voetstap of boom.

we hebben eenzelfde warme droom:
ongezien in de aarde verdwijnen

bosgrond zijn

12433

gedicht, vrij

de dag
te beginnen met een zin
die losliep ergens
tussen je shirt, je buik
en mijn warme
-geen bh-
handen

12416

gedicht, vrij

dat is wat fijn is aan herfst:
herfst brengt afzondering.
herfst reflecteert
in waterplas en geest

12415

gedicht, vrij

na lange regen komt miezer
water in houten hekken klimt van onder naar boven
precies haar grijze afkomst tegemoet

12388

gedicht, vrij

in de winter
hoop ik op lente,
in de lente
snak ik naar de zomerzon

in de zomer
zo`n zin in wind en herfst en regen
en als de herfst
dan eindelijk komt

dan is het stil,
geniet ik,
doodsbang
voor wat morgen komt

12376

gedicht, vrij

ik zoek het verschil
tussen mijn denken en het ruisen
van de rolwolk die de regen werpt

12374

gedicht, vrij

stilte en water vallen
in mijn lichaam uit mijn ogen
een mens begint eindeloos opnieuw

Dag 12303

gedicht, vrij

alsof ik een oppas was
de kinderen met grote ogen
em-dee-em-aa de wei
waarin ze loslopen mogen

ik had niets te vertellen
werd bij gebrek aan iets beters
buitenspel gezet
door dronkaards en pillenvreters

hoe glad onze handpalmen
verkrampt en ingehaakt
hoe angstaanjagend het veranderen
dat het leven ongrijpbaar maakt!

misschien is dit wat we verdienden
ik zocht de dierlijke warmte van mijn vrienden

Dag 12295

gedicht, vrij

Vannacht droomde ik over [A.]. We hadden ooit een date, maar verschilden teveel van elkaar. In de droom lagen we op een groot bed en keken naar een kleine, oude beeldbuis-tv, zo`n paar meter van het voeteneind, waarop enkel kleuren te zien waren. Ze was nog steeds mooi, de lakens rood geverfd.

Dag 12243

gedicht, vrij

Teleurstelling:

de vetbol in de tuin
is verlaten, dag en nacht
(ik denk dat ik een
horde kamelen had verwacht)

Dag 12233

gedicht, vrij

januari
zwijgzaam droomt ze van
zang- en vleugellam
wonen op de droeve winter

Dag 12229

gedicht, vrij

begeerte
door jouw open winter-ogen
voluit tweeledig, zo
lief, zo stil, zo bonkend van
wat ik niet begrijp en
jij niet horen wilt

Dag 12220

gedicht, vrij

wissel brand!
bovenleiding breek!
rails trek krom!
dat ze nog een dagje blijft.