13817

gedicht, klank, vrij
19 juni 2019

er naderde onweer
heldere schichten kon je aan de einder zien
opstekende wind bracht geur van regen, klank van treinen

er zakten wolken door de lucht
boven de daken werd het rood en donker als bij zonsondergang
op een onbewaakt moment stopte een timmerman met spijkers slaan

 

 

13814

gedicht, vrij
17 juni 2019

ze hangt weer voor me
dof moe nevelig grijs
badend in de geur van uitgebrande kroegen
de herinnering wil niet verdwijnen
laat niets zijn zoals het is

13811

gedicht, vrij
13 juni 2019

Naar buiten kijken met vermoeide ogen hoe het maar blijft regenen. Licht gelukkig, lange weg in zicht. Als ik naar buiten loop slaat een boeggolf van druppels op weg naar zee.

 

13807

gedicht, vrij
9 juni 2019

onder het gras de koude grond
in de nevel nog het weer van gisteren
hij houdt van literatuur zegt hij
van het ontwikkelde licht klassiek
en wil terug naar het verleden

het is een leugen vol
harde lijnen en aardappeleters
democratie verkleed als eigen gelijk
hij wil nooit hoeven vrezen
dat hij in opgetrokken nevel

zijn vijand ontmoet

13801

gedicht, vrij
3 juni 2019

na een warme dag stroomt frisse lucht naar binnen
de muren al koel, de dag zeker
een plant hangt kalm aan haar eigen gewicht

13793

gedicht, vrij
26 mei 2019

van planten en wat er op leeft
begrijp ik niets
als ik oud word, hoor ik de zwaluwen niet meer,
is geen enkele vraag opgelost.

13792

gedicht, vrij
25 mei 2019

zaterdagavond
een vliegtuigstreep is wolk geworden
ik voel dat ik zie, maar weet niet wie
weet niet waar

13783

vrij
16 mei 2019

Over thee (2)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met volle aandacht moet drinken. “Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een betekenisvolle stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben!”.

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.

Altijd als ik die snelle thee drink moet ik denken aan Zambia, waar theedrinken in afgelegen gebieden bijna een ritueel is. Dat zit hem niet in de cultuur, maar in de afwezigheid van stromend water en elektriciteit. Iedereen die ziet dat je thee drinkt weet dat je ruim een half uur met putwater en kooltjes in de weer bent geweest om die thee te bereiden. Ze geven je als vanzelf de tijd om ervan te drinken. Natuurlijk bied je ook thee aan. Bij acceptatie drink je samen en gebruikt weinig woorden.

Sinds Zambia kan ik het nauwelijks over mijn hart verkrijgen om snel te zijn. Mogelijk had één leraar gelijk waar de ander hem niet duidelijk tegensprak.

(In memoriam B.O.)

13782

vrij
15 mei 2019

Over thee (1)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met aandacht moet drinken.
“Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een veelbetekenende stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben.”

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.
Je moet nooit de laatste zijn die klaar is.

Ze kennen elkaar. Ik weet nog steeds niet of er een paradox in besloten ligt.

(In memoriam B.O.)

13781

gedicht, vrij
14 mei 2019

barsten in het plafond
dat dichterbij en maar
niet naar beneden komt.

13778

gedicht, vrij
11 mei 2019

Juist de nacht voor hij uit het leven wilde stappen
– alles in plastic, de haakjes al aangebracht –
kreeg hij een fatale hartaanval.
Als hij dat geweten had,
hoe het drama hem werd ontnomen!

13777

vrij
10 mei 2019

hard geworden herfstbladeren van vorige herfst geven schaduw aan vroeg openende bloemen. Twee jaren ondersteunen en raken elkaar.

13769

vrij
2 mei 2019

iemand zegt: ‘ik mag niet gokken van mijn vriendin. Maar ik gok niet: ik wéét gewoon de uitslag.’ Buiten de trein stijgt de luchtvochtigheid met zich over de weken ontvouwende bladeren. Tussen Gouda en Den Haag bloeien velden vol bloemen.

Op de terugweg druipen windmolenwieken van de grijze regen.

13767

vrij
30 april 2019

Van een afstand legde ik het geluid van de Utrechtse Vrijmarkt vast. 48 uur lang liet ik de microfoons draaien, de markt ontstond, doofde uit, werd weer aangewakkerd en uiteindelijk ontmanteld.

Nu voeg ik echo’s toe om de mooie, donkere stadsruis te benadrukken. Elke tik wordt een waterval van klepperende metronoomklikjes, een miljard apen op een typmachine. Zo omarmen we de werkelijkheid, terwijl we haar ontvluchten.

13759

gedicht, vrij
22 april 2019

probeer hem bij elkaar te rapen
van zijn ademhaling tot het water in zijn ogen, zijn alledaags gedrag
de delen die al zijn vergaan
hij is op drift, nooit meer zichzelf
zijn gezicht verhult steeds meer niets dan iets.

Hij is weg.
‘s nachts met Pasen droom ik hem terug.

13754

gedicht, vrij
17 april 2019

er kraakt iets van molmig hout
is het de buurvrouw op hakken
is het de buurvrouw die rookt
is het een dakgoot vol wijfelende duiven
stijf en met nekkramp
van het leunen tegen de wind?

13752

gedicht, vrij
15 april 2019

(de gracht, )

ze groeven haar lang geleden
ik denk aan alle dronken mensen
die het water aan de lippen stond

13738

gedicht, vrij
1 april 2019

na zeer lange dag
het hoofd leegmaken
balans hervinden
het hoofd volstoppen
de keel losmaken
moe en leeglopend
Guillaume de Machaut
Messe Nostre Dame
grote kwartklanken
in verhouding tot
dit soort eeuwigheid

13737

gedicht, vrij
31 maart 2019

ze is weg
ze is terug
ze is in beeld
weer aanspreekbaar

13734

gedicht, vrij
23 maart 2019

lezend op de bank zonder te beginnen
pas als ik niet beweeg komen de woorden
ongemoeid in een open ruimte
worden boeken langzaam oud
een leeftijd die zich telt
in mensenhanden

13726

gedicht, vrij
15 maart 2019

zingen in stippen en vlekken
de bolwerken van Hildegard, wit en blauw
verstikken de klaagzang, omsingelen eerdere schedel

een nevel van kabels
van grommend buitenverkeer nog vochtig en nors
smelt in de graven, in de stenen vloer

trillend naar de verdommenis
tik af, zet in, in een koude kapel
breken alsjeblieft de registers open.

13723

gedicht, vrij
12 maart 2019

een nacht wakker, in tintelend donker
in mijn oren zoemt nog de telefoon
in mijn ogen onthullen eerste vlekken zich
net in halfslaap huilde in het raam een vreemd gezicht
in mijn voorhoofd stapelen geuren zich klevend op
groeien in stervorm schimmmelig aan de muur

13721

gedicht, vrij
11 maart 2019

ik heb de luiken dichtgedaan
ben gevlucht achter de gordijnen

als ik nu sterf zullen de meubels zo blijven staan
tot weer het dak te pakken heeft
dan begeleiden de meubels de wind, bemoedigt de wind de meubels
in een open ruimte tussen vier muren
vragen ze elkaar eeuwenlang ten dans

13719

gedicht, vrij
9 maart 2019

tussen de buien door vluchten
dan een boom bevuilen
uit dit doolhof van deuren komen
deze nacht, in deze ruimte
sluiten de gordijnen steeds verder

13710

gedicht, vrij
4 maart 2019

ik schrijf je een brief vol droomloze slaap
over met aangekoekte modderschoenen op houten vloeren aankomen,
het witte stof, de verflucht,
het weer dat je thuis achterliet, waarvan je nu niet weet:
het regent, de basten glimmen nat.

Met de eerste wolken wordt het donker.
De laatsten doen straks het licht uit.

13704

gedicht, vrij
26 februari 2019

de mensen willen zoveel
vooral dingen verkopen
na ons komt de zondvloed
al tot de enkels

13703

gedicht, vrij
25 februari 2019

je moest er eerst omheen
mocht enkel binnen door het hek
er werd met taalboeken geslagen
de grijze, met de mooie cirkels

wolkjes licht stonden onder de Kastanje
tot je ruw werd gewekt
door die taalboeken, zomers dus
er viel een piano van een brandtrap

alles moest uit de grond
uit baksteen moesten nieuwe gebouwen groeien
we balden schoppend en vloekend
tegen een blinde muur

13701

gedicht, vrij
23 februari 2019

in het nog onbegaanbare buiten groeien nieuwe bloemen
maar stil nog, de koppen hangend, het is nacht geweest

hevig gedronken werd er, vriendschappen gesmeed
waarin de jaren uren duurden

dichterbij nu, ze zijn al binnen
ik zou willen

dat het zomer was, dat er gras lag,
dan was ik erbij, werd het een herinnering,

een potloodschets waar de strepen
korrel voor korrel vanaf zouden schuiven.

de muur is dun genoeg om door te spreken.
te jong om dood te gaan vraagt iemand om een sigaret.

zijn voetstappen staan er nog, zondagmorgen,
zijn keel was dik van ontroostbare vreugde.

de vloer plakt, de deur staat open.

er is niemand op de gang.

13700

gedicht, vrij
22 februari 2019

het korstmos op de daken
de koude lucht draagt het tevreden kraken
van een krom stollende kaars

13691

gedicht, vrij
13 februari 2019

als we samen zingen in het Latijn
kunnen we de lucht om ons verwarmen
elkaars gezichten zien, erover praten, weten
dat alles verankerd in beweging is
elk lichaam dat we aanraken vluchtiger
dan elk van ons nu al weet

13690

gedicht, vrij
12 februari 2019

het is al gewoon
het is al sleur
alles is aan afkalving
en schokken reparatie onderhevig

13689

gedicht, vrij
11 februari 2019

daken zweven boven daken,
daarachter grijze asfaltwegen zoals toen in Dunedin de zee.
Je begrijpt het niet, zeg je,
maar het gaat om het staan op deze bolle aarde:
die keert reikhalzend de zon haar en onze wangen toe.

13686

gedicht, vrij
8 februari 2019
drie migrainedromen (3)

sirenes in de nacht
twee tonen toch monotoon
de waaier aan kleur erin
die bij daglicht niet opvalt en stopt
als plaats delict gevonden is

13685

gedicht, vrij
7 februari 2019
drie migrainedromen (2)

het liedje dat niet stopt met draaien
de wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik
het linkeroog dat naar de rechter kijkt maar de neus moet dulden
de stoffige vloer van heel dichtbij, daar is niets aan te doen.

er is geen lied voor de bewolkte maan
voor stilstaande storm en gevoelloze huid
voor wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik.
in blauw en grijs wordt de pijn verlicht

een schijnsel dat nooit op de muren valt

13684

gedicht, vrij
6 februari 2019
drie migrainedromen (1)

dat kleine deel van Nederland dat de waterstand meet
ligt daar op plastic plezierjachten, doet maar, doet maar,
kijkt van onder hoezen hoe de regen bellen blaast in de gracht

en alles steekt van weeïg licht. Alles komt eerst nader tot de ogen.
Algen zullen moeten groeien tot de sluizen openbreken
tot waterslijk uit je buik zwellend klimt tegen het broze van je schedel

bij de weerd

13683

gedicht, vrij
5 februari 2019

aarde draait zon achter wolk
water wacht de aanval af
schaduwen werpen zich op
een heuvelrug van kreukels
in ongestreken kleding

13679

gedicht, vrij
01-02-2019
mettertijd

onwennig draagt de stad haar nieuwe jas.
de vorst ademt wolkjes in
uit monden, uit schoorstenen, daar komen de wolken vandaan.

zo schrijf ik je als niemand nog bestaat
het ruisen van de kachel de vorm van de ruimte aanneemt,
de lucht roder voorbij trekt dan ze werkelijk is.

je kunt de dag beginnen met beweeglijke vogels
en onverschillig metaal, je verwonderen,
zien hoe alles zichzelf al draagt en mettertijd

verder smelten zal.

13674

gedicht, vrij
27 januari 2019

sta op, trotseer het donker
de aarde is klein
de winter is klein
achter de regen en de wolken
ligt de rest van het heelal, daar
schijnen miljarden zonnen

13673

gedicht, vrij
26 januari 2019

bloed uit gezicht weg
waar blijf je in
de ruimte waar je net nog was
uit één hersenhelft
zo droevig weggelekt
waar blijf je hier
hoe kom je terug

13671

gedicht, vrij
24 januari 2019

er lopen vreemde aderen door het bos
wandelend door de gassen ruiken we de bomen niet
afgesneden door brute kracht steken we niet over
door de ijzeren ruis staan we los en horen niet
hoe zwijnen en herten kraken, eekhoorns spokend rennen
druppels op de grond ons willen vertellen hoe de sneeuw smelt van de dennen
van Panbos tot Heuvelrug en plots urgent ter plekke
in de parallele wereld langs de weg naar Zeist

13669

gedicht, vrij
22 januari 2019
Verduistering

vorstnacht bij fel maanlicht
meter voor meter projecteert de zon
een foto zoals de astronauten namen:
stukken aarde, een negatief in rood en zwart

van ver op het maangezicht.
sterren, in nieuwgeboren duisternis verschenen,
wachten tot de ochtendspits begint.

een nacht lang: de stilte het donker
het donker de stilte
en dan plots boven gebouwen

tevoorschijn.

 

13668

gedicht, vrij
21 januari 2019

je ziet hier iedere dag hetzelfde
hekwerken, ramen, deuren
een plastic plant zonder kleuren
schudt de dauw uit zijn haren
een vorm van heden tussen vroeger en later
rietgevlochten stoelen, gedachten, beloften, bedoelingen
en aan de ruiten treurig hangend water

herfstbladeren verscholen in wintersneeuw
de lente die nog dolend
in een hinderlaag verscholen
op ontploffen wacht
de verwachting die al dampend
blijft komen uit takken van bomen die nog sluimeren, dromen
en de zon die beloftes maakt van de droogte en hoe hij in de hoge zomer
tot wasdom zal komen.

je ziet hier iedere dag hetzelfde
slaperig zit ze al dagen vragend tegenover me
giechelt bij een ontbijt van drooggebakken broodjes
met buiten vorst en hoemoes tegen de dorst
‘de ramen zijn goed beslagen’ zegt ze en iets over isolatie
je ziet de mensen als schimmen vliegen, rennen
van alle beweging die ik op de koude straat zie
kan ik van de wereld het minst of niets ontkennen.

13666

gedicht, vrij
19 januari 2019

wat komt ze mooi
eindeloos
dag in dag uit overwaaien

met de zachte winter
met het eerste vriezen
met de eerste bloei

het is zoals bij samenleven
de herhaling kan zo maar
het begin van het einde zijn

13665

gedicht, vrij
18 januari 2019

op gevlochten vloerpanelen
zit ze met gekruiste benen
neer te dalen naar de rust

ze strijkt de vermoeidheid glad
handpalmen op het gezicht
alsof ze zichzelf wakker kust

ze draagt de naam van die Byzantijnse
die zich oniconoclastisch
op iedere munt liet slaan

maar is nu hier
met luchtdeeltjes om haar kleren
vastberaden om snel weer weg te gaan

13664

gedicht, vrij
17 januari 2019

ze geeft me het slechte
en het goede gevoel
er niet echt toe te doen
niet meer te zijn dan dit.

13661

gedicht, vrij
14 januari 2019

vreemde benauwde dromen
waar nog levende verdwenenen wachten met wit gezicht
als grijnzende geesten bij de poort van het einde wenken
mij mee zullen nemen naar een land van depressie en verdorde dood
langs narigheden die niemand had voorzien

mee naar de diepe bodem
waar maar twee uitgangen zijn.

13660

gedicht, vrij
13 januari 2019

de muren van de overkant
komen als een vloedgolf over de ruiten.
een spoor van regenlichtjes
kristalliseert op helder glas.

de ochtendmist slaat uit thee
de wereld in, haar vleugels uit-
gespreid bedompt ze het hartslagpompen
van een ver verwijderd feest.

als ik straks karton en afgestompt ben:

maak een foto.
vergeef me duizend woorden.

13659

gedicht, vrij
12 januari 2019

niets onder de zon.
deze harde regen,
deze wolken
zijn er altijd geweest.

13658

gedicht, vrij
11 januari 2019
Kijkduin

de zon bedekt zien worden
wachten tot fugatisch jagende wolken haar vergeten
een kort moment het oranje winterlicht op de schuimkoppen zien
tot het met de eerstvolgende gedachte verdwijnt.

het schuim over het strand zien lopen
de woorden erover horen waaien
dan binnen verder praten tot het uiterste
geluksgevoel tweezijdig wordt.

13656

gedicht, vrij
9 januari 2018

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, totaal uit de band!”

“Nou, ja, op verliefd zijn staat geen straf.
Voor je gevoelens ga je niet naar de hel!
Dat wil zeggen, het mag allemaal wel,
maar blijf gewoon van elkaar af.”

Meneer, gebruik alstublieft uw gezond verstand
voor u zoiets afwijzends zegt.
U beroept zich op regels die zouden zijn opgelegd
van Bovenop, van Hogerhand.

Dat Hogerhand, waar we eeuwenlang naar zochten,
het is maar waar je op vertrouwt!
Het bestaan ervan is nooit bevredigend onderbouwd
en over de inhoud wordt nog dagelijks gevochten.

Dat heeft u duidelijk niet belet
om het allemaal zeker te weten,
de oprechte liefde tussen mensen te vergeten
die op dit losse zand wordt weggezet.

“Ze mogen best uit de kast”, besluit u bijna boos
“maar ze hoeven er niet óp, met alle kleuren van de regenboog.”
U kent toch dat verhaal van de balk in het eigen oog,
zo zeker van uw zaak, zo schaamteloos?

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, dat loopt uit de hand!”

Daar staat hij dan, voor het hele land.
Bestrijder van liefde, op de kast
van de voorpagina
van de ochtendkrant.

13652

gedicht, vrij
5 januari 2019

ook zij is weg
nu niet hier, niet eens in berichtjes
verschijnt haar naam en daarmee haar gezicht

ook is die stad hier
in de gracht drijven nog liefde en vriendschap
die hier overboord gingen in één nacht

ik hang achter het theater
ik adem de geur van deze Noordelijke stad
het is goed haar licht te missen

in lichte regen.
twee treinen en een broze zaterdag

kwamen er aan te pas.

13650

gedicht, vrij
3 januari 2019

de handen van de boom
met zijn zovelen, de armen gestrekt, reikend
naar een aalmoes zonlicht

13647

gedicht, vrij

Winter.
Binnen blijven, maar daar niet kunnen ademen.
Wachten op direct zonlicht, terwijl dat al lang niet meer bestaat.
Naar buiten staren tot de bleke geest in het raam
met het ochtendlicht geleidelijk verdwijnt.

13631

gedicht, vrij

de ruimte volledig dichtgemetseld
het donker totaal
het grote inzicht in een modderstroom
ik vertrouw de schrijvers niet
ik heb mijn wagen volgeladen
met oprechte twijfel

13621

gedicht, vrij

vervloekt werden ze, in donkerder tijden.
dat het eindeloze zuchten van dag en nacht toch
op de tollende aarde neerstorten zou
de scherven op de alomvattende schedel
de brokken in de bodemloze spiraal.

ondanks dat niemand ze uitnodigt
blijven de ochtenden standvastig komen.

13620

gedicht, klank, vrij

ze laat los en begint haar dwarrelende reis
langs knopen, knoesten, korsten en buiken
flirt met de weerstand, bewijst het bestaan
van brullende bladblazers op een blauwe morgen

 

 

13613

gedicht, vrij

middeleeuwse gezangen vanaf een cassettebandje
koor van magnetische deeltjes
boort door schedel, vormt zich tot een hoofdpijnwolk

stemmen van metaal: samen met alles dat verzacht
stikken in de zoete geur van wierook

13612

gedicht, vrij

eerst iets over ze zeggen,
die ‘verdomde dingen’,
zoals ze daar staan,
vol van omvang,
te stormen in elektrisch licht.

dan in naam der lieve vrede
en omwille van het weer
naar buiten kijken:
is het heelal er nog, buiten dit?
anders ga ik terug naar bed.

dan nog goed zijn:
daden maken van
voeding die uit daden kwam
omwille van hen die een hoofd hebben
hier buiten in de grote liederenbol.

ook nog eens ophouden:
een te dik boek op schoot hebben,
vermoeidheid hangend als een oude jas,
als nevel over weilanden.
dan uitstappen

voor de cyclus is voltooid.

13604

gedicht, haibun, vrij

Een meeuw vliegt langs het raam, wachtend op een oostenwind die hem terug naar zee zal blazen. Stalen brandtrap zet uit in horizontale morgenzon. Laatste herfstbladeren klampen zich aan hun takken vast, zullen vallen en als lang verlorenen onder de mensen komen.

 

alle vroegte
in lichte nevel straalt
zon uit duizend ruiten

13563

gedicht, vrij

stilte na regen
lamp vervormt in nattigheid
sterren op zwarte ruit

13560

gedicht, vrij

ik droom dat ik zijn lichaam ben
dat hij terugkomt in grauwe kleren
massa van drooggele schilferhuid
zijn laatste ademhaling stokt dan
brozig in de mijne

13558

gedicht, vrij

Boven de Veluwe hangt een nieuwe nevel, gesteund door een grindpad. Een weefwerk van druppels tijd dat er gisteren nog niet was.

Het geloof is weg, in Friesland bouwt men geen torens meer. Hoe verder je ging, hoe meer het blauw van je ogen verdween in dat van de atmosfeer.

13557

gedicht, vrij

regenval bracht.
kouval bracht.
droge winterhuid
op zandstrandbruine handen.

Dag 12233

gedicht, vrij

januari
zwijgzaam droomt ze van
zang- en vleugellam
wonen op de droeve winter

Dag 12229

gedicht, vrij

begeerte
door jouw open winter-ogen
voluit tweeledig, zo
lief, zo stil, zo bonkend van
wat ik niet begrijp en
jij niet horen wilt

Dag 12220

gedicht, vrij

wissel brand!
bovenleiding breek!
rails trek krom!
dat ze nog een dagje blijft.