14187

gedicht, haiku
23 juni 2020

zelfs in eeuwig nu
is er onvermijdelijk
terugverlangen

14186

Notitie
22 juni 2020

gefragmenteerde nacht. Om 4 uur gaan wandelen. Vogeltjes, eerste zonlicht, ruisende blaadjes, voelbaar stijgende temperatuur. Utrecht leeg en verlaten. Het leek wel zoals tijdens…

Ja, voor het eerst: lockdownnostalgie.

14185

gedicht, haiku

21 juni 2020

in de warme lucht
en de geuren van zomer
ontkiemt grondwater

14157

Dagboek, haiku
11 juni 2020

ongestofte schouw
reikhalzend en lichtgulzig
ontvouwen planten

14169

gedicht, haiku
5 juni 2020

grond aan mijn vingers
het loof van een bananenplant
vlamt in het zonlicht

14165

gedicht, haibun, haiku
1 juni 2020

vroeg de ochtend, Lombok stil. Woeste meeuwen werpen zich op een vuilniszak naast de moskee. Ze zijn alles dat actief is, dat ruis, golven en problemen schept.

tweede pinksterdag
zwaluwen, zweepstaartwolken
en een stil vertrek

14155

gedicht, vrij
22 mei 2020

opgeslokt door een levensmoe matras zul je
tegen de stroom van stokkend ademen in
je lijf uitzwemmen

14154

Notitie
21 mei 2020

het was een dwaalspoor
niets begrijp ik van het universum
hoe kan ik haar indammen?

14127

gedicht, haibun, haiku
24 april 2020

op een vrijdagmorgen zonder ochtendspits loopt een man met een deken om zich heen de bosjes uit. Een meeuw en een kraai vallen elkaar beurtelings aan en geven niet toe. Een gemeentewerker hangt slaperig in zijn veegmachine en zwaait, boent de verwaarloosde vreugd van straat.

in alle vroegte
voor de mensheid luid ontwaakt
de geur van bloesem

14126

gedicht, haiku
23 april 2020

op een droge dag
een zwevende draad spinrag
weerkaatst dof de zon

14125

gedicht, haiku
22 april 2020

net als de stenen
op het eiland waar ze woont
haast niet veranderd

14124

gedicht, haiku
21 april 2020

een grote koepel
zo blauw als op vakantie
vouwt zich groots open

14123

gedicht, haiku
20 april 2020

een plant in de berm
felgroene bladerhanden
reiken naar het licht

14122

gedicht, haiku
19 april 2020

dartelend voorjaar
door de helderblauwe lucht
gallopeert een ster

14121

Uncategorized
18 april 2020

plekken in het gras
ook in pandemische tijd
het park vol afval

14120

foto, gedicht, haibun, haiku
17 april 2020

haast te sterk geworden rooibosthee gloeit mee met de opkomende zon. Onder de droge lucht trekt een houten tuintafel krom. Op straat roept iemand onduidelijk om een antwoord.

pas ontloken blad
wordt als rollende wolken
door de wind gekneed

14119

gedicht, haiku
16 april 2020

stapvoets de lente
en al het handelen wordt
stiller met de dag

14118

gedicht, haibun, haiku
15 april 2020

meeuwen en de planten van de buren bewegen als vanzelf. Hoog boven onze hoofden valt een schaarse vliegtuigstreep vertraagd uiteen.

door mooie natuur
en schreeuwerige steden
waait dezelfde wind

14117

gedicht, haibun, haiku
14 april 2020

het is donker, het licht lekte de straten uit. Leeg en verlaten is het plein. Waar vanmiddag de bloemist stond te roken bukt nu iemand, sprokkelt. Bij het klikken van de aansteker verschijnt in korte flitsen een verweerd gezicht.

kille wind op steen
haast ontgroende grashalmen
in nachtelijk blauw

14116

gedicht, haibun
13 april 2020

kleine vreugd: buiten het raam is een gebouw dat doet denken aan Stockholm, aan hoe daar op de eilanden gebouwen in vreemde hoeken boven elkaar uitsteken. Ernaast staat een jonge boom, zwiepend in de wind als zeewier in de golven. Die boom doet denken aan Afrika, aan ruwe, dorre bomen, wachten op het volgende regenseizoen.

een vergeten geur
een vervliegende indruk
stuurt de geest op reis

14111

gedicht, haiku
8 april 2020

avondschemering
uitstekende ambient
jaagt kat het dak op

14108

gedicht, haiku
5 april 2020

onhoorbare stad
schreeuwende luchtverversing
wat er is, is er

14107

gedicht, haiku
4 april 2020

dan maar naar buiten
in de donkere straten
fluistert lentewind

14106

gedicht, haibun, haiku
3 april 2020

de ruis van luchtverversingsinstallaties is net zo grijs als de lucht. Horecagebied heet dat, daar is alles anders. In de toppen van de bomen speurt een ekster naar voldoening, bevrediging van de genen.

een stille morgen
wildgroei op een vensterbank
doorbreekt de verflaag

14105

gedicht, haibun, haiku
2 april 2020

(ochtend)

op de stadsschouwburg rust een blozend wolkendek. Terwijl fragiele zuchtjes wind geduldig de stenen doen slijten hebben de grote tandwielen van het universum zich weer in onze afleiding verschanst. Wordt wakker!

de tegenstelling:
een spel van snel opwarmen
bracht de noordenwind

14104

gedicht, haiku
1 april 2020

contact vermijden
in crisistijd dag na dag
dezelfde muren

14101

gedicht, vrij
29 maart 2020

als ik je toch kan vertellen
over dat wat kijkt tussen de regels door
– laten we het ‘het absolute’ noemen:
de mens die wel denkt maar niet woest
en klunzig door zichzelf heen praat –
dan lukt het best, we waren in de duinen
ik werd overhoord
jij stelde de juiste vragen
mijn hand vond een dichtbundel
die ik je -dit wat ik bedoel!-

nu schenk.

14093

foto, gedicht, haiku
21 maart 2020

rijp op de daken
hoe de dunne laag vervliegt
verraadt de lente

14086

gedicht, haibun
15 maart 2020

op het journaal gaat de paniek viraal. Hier is het even stil.

als de avond valt
het donkerste van dit huis
absorbeert het licht

14072

gedicht, haibun
29 februari 2020

in deze ruimte is het stil. In deze dag tussen de tijd bestaat nog niets. Grijs licht valt uit de hemel, brengt water mee.

in grijze regen
toch de Zendo verlaten
druppelritmes, hout

14033

gedicht, haibun
21 januari 2020

zonsopgang, gestommel in huis. Een maag die vraagt om meer. Groene thee tussen broodkruimels op een houten tafel. Onzichtbaar wordt een kaars, rouwend om de vervliegende nacht, van kwetsbaar steen.

wat ochtendspits heet
pompt de lucht vol vuil en gif
blijft dit gewoonte?

14032

gedicht, haiku
20 januari 2020

donker kamer
uit haast onzichtbaar wit licht
zingt een radio

14025

gedicht, haiku
12 januari 2020

dit drassig weiland
een boom hangt in het water
trekt de aarde scheef

14024

gedicht, haiku
11 januari 2020

de Lange Poten
vertrapt achter een bankje
ligt een open boek

14022

gedicht, haiku
10 januari 2020

net voor Rotterdam
in de vroegte spoort een zwaan
nors de treinen aan

14021

gedicht, haiku
9 januari 2020

onder stenen boog
de stem die uit het oor is
wordt niet vergeten

14020

gedicht, haiku
8 januari 2020

de kraai overschreeuwt
zingende morgenvogels
te vroeg in het jaar

14019

gedicht, haiku
7 januari 2020

trillende stemmen
langs oude schilderingen
dag van overdaad

14018

gedicht, vrij
6 januari 2020

net na het einde
net bij het begin
graveerde snel verval kabaal
ingebroken draad en vallend staal

14017

gedicht, haiku
5 januari 2020

een raam met barsten
hier buiten in de schemer
ontsteekt plots een licht

14016

foto, gedicht, haiku
4 januari 2020

hier bij zonsopgang
houdt een zee van golvend gras
de duinen bijeen

14014

gedicht, haiku
2 januari 2020

de tweede avond
gordijnen en stroomuitval
bewaken de poort

14013

foto, gedicht, haiku
1 januari 2020

nieuw jaar, eerste licht
de lucht nog vol vocht en kou
stad draagt misten jas

14007

gedicht, haibun, haiku

De avond van Tweede Kerstdag. Mensen gaan naar huis, in het centrum groeit de Domtoren ver de hemel in. Vanmorgen in de nevel werd Utrecht elders, dreef Groningen op het gras.

een beschonken man
het einde van zijn latijn
schalt door de straten

13895

gedicht
4 december 2019

(de klank van een middeleeuws gebouw bouwen)

eenstemmig gezang
eeuwenoude weerkaatsing
kromme houten bank

13962

gedicht, haibun, vrij
11 november 2019

Stilte bestaat hier niet. Het gromt, klopt en bonkt tot het donker wordt. Als de mens zijn werk heeft gedaan, schreeuwt hij. Als hij schreeuwt heeft hij geen boom zien groeien, geen baksteen zien tobben in verval.

er is een groot verschil tussen
de mens en zijn werken en
de stilzwijgende weidsheid
die er buiten is

nu niet langer wachten
op het ongebeurde,
nu vluchten voor wie ons weghoudt
van open luchten en volle zee

van dat oneindige verdwijnen
het bekken omsloten en kopje onder
in het wonderlijk kolken
van de onderstroom

13954

gedicht, vrij
3 november 2019

in de voetstappen die ze achterliet
gleden langzaam kiezels, toen zand, toen hoornig vlies
de aarde raakte verweerd
het water bleef niet staan na regen

haar wollen sjaal was de afgrond op tafel
middeleeuws ogende straatstenen gisteren gelegd
januari leek lente van achter glas

nu is ze vrij van wat ze achterhield die dag
rijzen wolkenbergen achter de kale bomen die ons knevelden

13948

gedicht, sonnet
28 oktober 2019

“Mis je haar?”

ik was niet meer met haar bezig
tot kort voor vandaag
maar nu je het zo stelt…
wat een goede vraag.

Suzuki schreef een keer
dat het ego zichzelf vergeet
en juist toen ik dát nodig had
was dat wat ze met me deed

het waren zeker mooie dagen
een oase in de woestijn
maar het bracht ook onbehagen

het is goed zo en ook wel klaar.
alleen nu je het zo vraagt,
ja, dan mis ik haar.

13947

gedicht, haibun

27 oktober 2019

Boven de zwart geworden contouren van de stad hangt een laatste cirruswolk als zijn eigen schaduw in het vervagend blauw van de avondlucht. Twee glasbakken rinkelen om het hardst. De wind die de nachten kouder heeft gemaakt gaat voldaan liggen, een man hangt lege tassen aan zijn fiets.

 

als watervlekken
groeien de nachtschaduwen
de kozijnen in

13942

gedicht, haibun, haiku
22 oktober 2019

vijf uur ‘s morgens, een kerkklok, een sirene, dan stil. Theezakjes, een plant die om zich heen grijpt. Donker dat straks langzaam van het balkon zal lekken, tot grommend en percussief de mens de dag aanbreekt. Opnieuw beginnen, maar hoe?

 

grote, kleine geest
na openen van gordijn
de hele wereld

13939

gedicht, haiku
19 oktober 2019

uit hoop geboren
groeit uit lege oliefles
nieuwe plantenstek

13938

gedicht, vrij
18 oktober 2019

nu bekend is dat ze terugkomt
moeten de gaten dichtgespijkerd
de boot vlotgetrokken, leeggehoosd
de buik afgevlakt
het kielzog ingetrokken

nu bekend is dat ze terugkomt
kruipt nieuwe ouderdom gewrichten in
groeien bomen omhoog:
de grijze lucht geeft ze daar water

nu bekend is dat ze terugkomt
koop ik weer die jas tegen de regen
en schoenen tegen de bollende sneeuw
die dromerig haar borst uitsmelt

13934

gedicht, vrij
14 oktober 2019

het kunstlicht schijnt hier feller
dan in woonkamers die waarvan ik nog weet
waarin halfontklede vrouwen ‘s avonds laat voor de spiegel staan
en ik mijn handen op hun heupen leg

‘je moet niet bang zijn om gelukkig te zijn’ wordt er gezegd
dus laven we ons aan het geluid van voetstappen in een steeg
voor altijd voortschrijdend
voor altijd verdwaald in het verraad van de rechte lijn

13931

gedicht, vrij
11 oktober 2019

fotoafdruk in het grind
herinnering in hippiejurk
valt uit een boom de fontein in
baadt nog altijd stralend en dierbaar
in het licht dat op haar viel die dag

13930

foto, gedicht, haiku
10 oktober 2019

ook in winterhelft
oplichtende bladeren
van een kamerplant

 

13925

gedicht, vrij
5 oktober 2019

Ondanks dat ik weet
dat hij onder dat gras
langzaam zijn vorm verliest
en ik een naar beeld heb
van hoe dat oogt

ondanks dat ik weet
dat hij me niet horen kan
slechts een homp moleculen rest
die nog ergens op hem lijkt
– nee niet aan denken –

leg ik een hand op het zand rondom zijn steen
zeg dat ik het ben
dat ik hem mis

nog altijd

13924

gedicht, vrij
04 oktober 2019

(Aan L.)

of ik door je ogen kan zien
hoe je vanuit je bed keek
hoe de ruimte eromheen
steeds kleiner werd

of ik door je ogen zie
ons geboortejaar, hetzelfde tijdperk
hoe vanuit dat bed die wereld
langzaam verstikkend werd

en hoe je,
toen het leven tot aan het matras was weggevloeid
er voorzichtig draaiend met één been
en toen je hele wezen

uitstapte.

(rust zacht)

13919

gedicht, haiku
29 september 2019

(haiku op bankje
in de stromende regen
in het Zocherpark):

haringgrijs herfstlicht
op natuur nog los gekleed
in haar zomerjurk

13917

gedicht, vrij
27 september 2019

IJkpunt (voor M.N.)

verjaardagen zijn een ijkpunt
overspoeld worden door wie aan je denkt
afstanden doen rillen en
zonder twijfel wachten op een antwoord

in de praktijk die de wereld is
(zo heet dat)

reflecteren glazen gebouwen
de dag die had kunnen zijn
blijven zintuigen kleven
tussen donkerbroze voogden

in de praktijk die de wereld is
(zo noemen ze dat)

stijgt je hand niet langer op naar de klink
blijven deuren hangen in het slot
versperd voor schouders, voor liefs, voor pijn
doet niemand meer open

om te zien dat we er nog zijn (echt).

13913

gedicht, haibun
23 september 2019

Vóór zonsopgang, vóór de ochtendspits. Eigen voetstappen komen boven het verkeersgeluid uit, zachte regen ruist fluisterend over de gracht. Café’s worden vast met drankvatten gevuld, een klok schijnt als een maan. Een montere man werpt een hartelijk ‘goedemorgen!’ door een stevige wolk sigarettenrook. Knikkend naar de stenen gebouwen zwengelt hij een bladblazer aan, die hees bulderend de dag begroet. Het zijn de nieuwe hanen, ze liefkozen de belofte en wenken de zon.

vlak voor equinox
ochtendlicht nog niet feller
dan de daglichtlamp

13909

gedicht, haiku
19 september 2019

in een donker huis
houden twee boekenkasten
de muren uiteen

13908

gedicht, vrij
18 september 2019

kerkklokken in de morgen
geven wat ze hebben en zich herinneren
het beieren hult zich in een zwarte overjas
tussen de paden die we dagelijks gaan
gonst de boevenklok als een begrafenisbel

13858

Uncategorized
30 juli 2019

even vakantie
daar knap je van op
al is het maar kort
en al is het maar klein

we gaan er van uit
dat later bij thuiskomst
alles wat dringt nog
steeds dringend zal zijn

begin september terug met nieuw materiaal!

13833

proza
5 juli 2019

Soms vraag ik me af of ik vriendschappen heb die niet zo sterk zijn als ik verwacht, vriendschappen die de anderen slechts in stand houden omdat ze me zo aandoenlijk vinden, maar waar ze eigenlijk geen zin meer in hebben. Meestal ontdek ik het tegenovergestelde; dat er weer iets te doen was, dat ik me tijdenlang heb afgezonderd in bos en boeken en bladmuziek, dat ik bij hernieuwd verschijnen in kussen en knuffels wordt gebaad. Dan voel ik dat we zo op elkaar kunnen rekenen dat het van godsgeluk schuurt.

Er valt licht naar binnen. Op tafel staat een pan vergeten eten.

13832

proza
4 juli 2019

Vijfenveertig minuten later, de bewolking breekt. Platte pufjes met daartussen rivieren van blauw, als zeewater dat bij eb na iedere golfslag bochtjes draaiend als kleine vogels de snelte weg terug zoekt naar de moederschoot.

13826

gedicht, haibun, haiku
28 juni 2019

Weer fris genoeg (het weer) om thee te drinken. Nog rustig in de stad, weinig snelweggeluiden. Zo’n eigenaardig gekleurde morgen, een dag ontdaan van iets waar ik nooit een woord voor gevonden heb.

naar binnen gekeerd
in het ruisen van de stad
verdwijnt hij steeds meer

13825

haiku
27 juni 2019

(honger)

‘s morgens op het balkon
het ontbijt van de buurvrouw
ruik ik met mijn maag

13493

gedicht
ik dacht dat ik minder woorden nodig had.
niet als water,
niet meer.​

13492

gedicht
alsof ze nu al
plotseling verdwenen was
hoorde ik ganzen
in een droge zomernacht

13487

gedicht, haiku

vechtend tegen zon
nieuw wortelend onkruid bindt
het zand op zijn graf

13446

gedicht, haibun

Het gonst van straksklinkende klokken, van radiotoestellen waar de spanning af is. De stad is windstil zwijgzaam. Boom vertakt zich koel de schemering in.

schaduwen van rijst
sporen in de vensterbank
kom onaangeroerd

13445

haibun

Bij zonsondergang, laat om de lente. Groot licht werpt schijn vanachter de horizon, vangt vervliegende wolken in bundels wittig oranje. Mouw van blouse werpt schaduw door plastic dak, verbuigt het vallen van de avond. Buren praten, alcohol-hard, dan weer vrolijk, dan weer ernstig. Kom maar, kom maar tot leven.

 

geur van barbecue
zon zakt in bakstenen huis
de lucht vol stemmen

13379

gedicht, vrij

(Op de punt van Vlieland (2))

Wie is dit lichaam?
Op maandag en dinsdag
heb ik geen gezicht.

13378

gedicht, vrij

(op de punt van Vlieland)

hoeveel levende wezens heb je al gedood
alleen door hier te lopen?
hoeveel levende wezens heeft het heelal gedood
alleen door het heelal te zijn?

13376

gedicht

Na een erg moeilijke week ben ik er even tussenuit.

 

 

even vakantie
daar knap je van op
al is het maar kort
en al is het maar klein

we gaan er van uit
dat straks bij thuiskomst
alles wat dringt nog 
steeds dringend zal zijn

13375

gedicht, vrij

natte geur van vroege lente.
alles barst straks uit:
knoppen bol uit kale bomen
verkeersruis uit schemerzwijgen.
aarzelend kiest het dorp haar dinsdagkleuren
lantaarnlicht groeit hier
in het volle zicht op straat.

13374

gedicht, haiku

 

tussen weilanden
in de nevelvroegte hangt
de geur van paasvuur

13368

gedicht, haiku

langs nachtenlange flats
door donkerbrommende coupe
naar de stervende op weg

13363

gedicht, haiku

witte sikkelmaan
oeroud hartenzeer doorbreekt
de levenscyclus

 

 

 

 

 

13359

gedicht
18-03-2018

Veldopnames maken in de zomer is een wintervoorraad van herinneringen aanleggen. Een warme deken voor als het koud en grijs wordt.

 

13344

gedicht, haiku

winter raakt lente
lijnen in hout en gezicht
mos verraadt de tijd

13343

gedicht, haiku

boerderij, bloesem
tussen bomen en deuren
de geur van nat hout

13346

haibun

(Als licht op de lichtsnelheid reist, reist het dan nog door de tijd?)

Het licht schijnt hier elke avond hetzelfde. Ze valt alleen anders op de ruggen van de boeken die elke dag onzichtbaar en sluipenderwijs verder vergaan.

 

 

licht van bureaulamp
verdwijnt in grijze schemer
is het nog avond?

13345

gedicht, haiku

een kort artikel
over een bekend gezicht
loopt tekst in regels

13341

gedicht, vrij

eerste schaatsdag
rood gezicht en
koude hand door zonnig haar
snijdende wind en blauwe hemel

zien hoe sneeuwresten smelten
op haar tweedehands jas

13340

foto, gedicht

 

vinden en verliezen en
het klampen in haar zog.
uiteindelijk willen we
allemaal iemand hebben,
toch?

13339

gedicht, vrij

(notitie)

als er niemand meer is om aan vast te klampen
zelfs niemand om van te dromen
en de leegte maakt de toekomst ondraaglijk

kijk de leegte aan
sta rechtop in de vloed van je gedachten
wees één in één.

 

 

13338

gedicht, vrij

bij avondlicht
in een klaslokaal
wij wisselen blikken
tussen ogen
met blikken soep
delen chips en eindeloos verborgen verlangens
wij zingen dat
de sterren hier van de hemel vallen,
vegen
onaandachtig de vloer weer bij elkaar

13333

gedicht, vrij

ononderbroken golft de lucht
laaft het landschap zich aan de donker bulderende boezem van de zee
er trilt een snaar diep in de horizon
ik zal je lommerlichten geven
als ik die spelonkend door mijn dorre wanhoop vinden kan

13332

gedicht, vrij

Hij speelt.

Licht tintelende kleuren worden vanuit zijn hoofd, via spieren, pezen en vingerkootjes verstrooid over vijfhonderd vormen van waarnemen. Een belevingswereld bolt. Wij, licht treurige pelgrims verbonden in een vat vol klank, wij van weemoed gonzende bunkers, golven als van brand walmende halmen in de wind uit zijn handen.

We hebben contact, omarmen elkaar ten volste, weten niet of de boodschap overkomt.

Zodra ik het weet zal ik het laten.

13331

gedicht, haibun

De dag komt ten einde. De radio speelt: kou. Duisternis en warmte klemmen reflecterend glanzend nachtglas tussen zich in. Ik zie op tegen dagen die komen, dagen waarop ik me tegelijkertijd verheug. Ik verheug me eindeloos tegen de dagen op.

 

avond valt
zodra de vorst komt
rijdt ze van me weg
op winterglazen schaatsen

13319

gedicht, vrij

heb ik mijn tas
heb ik mijn schoenen
heb ik mijn jas al aangedaan?

heb ik mijn pinpas
heb ik mijn sleutels
heb ik haar
dan echt laten gaan?

13318

gedicht

ik was ziek en in mijn boze dromen
kwamen wolken overdrijven:
gezichten die niet meer zullen komen
liefde die had kunnen blijven

13307

gedicht, vrij

moderne romantiek:
we zien vanuit ons bed
steeds dezelfde maan, steeds
dezelfde Neudeflat

13306

gedicht, haiku

ik vind haar naast me
zo heel sporadisch, zo eens
in een blauwe maan

13305

gedicht, haiku

tafelblad gevuld
theezakjes, vorken, papier
sporen van vriendschap

13304

gedicht, haiku

in de felle maan
op een gekanteld dakraam
weerklinkt week de zon

13303

gedicht, haiku

lege uitgaansstraat
op nog schemerige grond
brandt rood een fietslamp

13301

gedicht, haiku

het vroege waken
hervonden lichaam weerschijnt
in zwart winterraam

13298

gedicht

mijn spullen bewegen uit zichzelf
zo traag, ik heb ze aangeraakt
ze laten staan, ik trok
een spoor door de tijd naar tijdloosheid

13297

gedicht, vrij

raam open
de boevenklok luidt, `s morgens
in de eerste frisse lucht
dansen de kruimels op tafel

13294

gedicht

daar is gewicht.
daar ligt een dak op een huis.
zomaar.

13293

gedicht

houten tafelblad
zwarte theepot reflecteert
het patroon op de kleding
die ze gister droeg

13292

gedicht, vrij

de meeste dagen vergeet je
het zand op je hardloopschoen
de diertjes in het zand

13290

gedicht, vrij

Johannes Ockeghem
stem uit het verleden
si ambulem in me-
dio umbre mortis
requiem voor zichzelf

13287

Brieven aan S, proza

4e brief aan S.

Lieve S,

vandaag is een dag waarop je kiezen moet tussen opkrullen in kunstlicht of het echte licht omarmen. Wolken doorkruisen de late morgen en werpen schaduwen die bestaan, maar niet herkend worden. De wind fluit er een wijsje bij. De mensen dromen: was het maar lente, vlogen de zwaluwen hier maar vast boven, dan joelden de knoppen van het water aan dunne boomvingers zonder bast.

Maar het is winter. De mist zit in de ramen en wil niet naar buiten. Een meeuw zonder benen worstelt zich vreugdeloos door de atmosfeer.

Kom je nog wel eens in Scheveningen?

Liefs,
H.

13288

gedicht, vrij

tussen de kale bomen
op het grind tussen de bielzen
is verlichte heiigheid fluoriserende nacht

nu de boze stilte goedlachs landt op natte grond
heb ik je nodig

13286

gedicht, vrij

Stormschade:
andere lucht tussen huidharen
ochtendlicht dat lijkt op sneeuw
gekrijs van verre meeuw
de ruis op de snelweg naar de zee

13283

gedicht, vrij

anti-kraak

de dag brak er door de lamellen
de brakte door het matras
het linoleum wist er te vertellen
dat dit een huis vol kennis was

12379

gedicht, vrij

(de)                       mens
(op)                       angst
(groeiend)          wezen
(wanneer)          wordt
(het)                      stil

13278

gedicht, vrij

kerst op het Koekoeksplein
klank van oude rolklok
banjert beierend door de bomen
weerkaatst op gevels
leent moeiteloos uw oor

13276

gedicht, vrij

zomaar,
in de stad,
het verleden

komt het heden betreden:
Hoe is het met jou?
ja, lang geleden.

Druk, he, het is alweer warm
zo na die winterkou!

Je ziet er goed uit, fris,
ja, ga maar gauw,
neem je boodschappen mee.

Weet je, ik kan niet meer luisteren naar die LP
soort van blauw
zonder te denken aan zand, strand,

een mooi restant
van die avond daar met jou.

13105

gedicht, haiku

Brussel V

ze kunnen niet weg
koningen van het beursplein
slapen op hun troon

13104

gedicht, haiku

Brussel IV, bij zijn woorden

Congomonument
Leopold twee zelf die spreekt
leugens in marmer

13103

haiku

Brussel III

vrouw in koude nacht
geen Nederlands vangnet hier
dekens van karton

13102

gedicht, haiku

Brussel II, bij zijn standbeeld

in groots pracht en praal
een oud gezicht vol geweld
koning Leopold

13101

gedicht, haiku

Brussel I

dame in gewaad
verdwaald in haar telefoon
of diep in gebed

13072

gedicht, haiku

na het grote feest
regen horen, boek lezen
in slaap verdrinken

13068

gedicht, vrij

vorm onbegrepen
een wuivende kastanje
verraadt bestaan van tijd

13066

gedicht, vrij

zwart gat

een kort onweer
spoelt stemmen van balkons, ongezien,
spoelt fluimen uit oude mannenlongen
opborrelend vuil van vroeger
toekomstige herinnering aan nieuwe oorlog
verzwolgen door de gretige goot

13063

gedicht, vrij

ik hielp je met een hand de helling op, ik
haalde iets uit je haar dat daar niet hoorde

een dag in het graslicht
zomer in heuvels van ijsplaten nog zuchtend
mijn blik steunde op je schouder
je huid van zon bruiner dan een minuut daarvoor

er was geen weg terug, alleen naar boven, jij
haalde iets uit mijn hoofd dat daar niet hoorde

er was water tussen de bomen
schapen dwarrelden als kleine zinnen langs je hoofd
jij had last van je rug op blote voeten, je was mooier
dan alles wat verder in dat landschap was

13062

gedicht, vrij

dwarsstraat, of hoe het uit de hand liep toen

Engels sprak ze slecht
ze kwam uit Polen
nu in een café met gordijnen
uit Groninger tongvallen gehaakt

hij wist hoe je hoer zegt in het Pools
elke taal heeft van die woorden
hij kende er één, kon het spellen zelfs,
dronken paste hij zijn kennis toe

het werd pas licht in de morgen

13061

gedicht, haiku

haar toeverlaat schreeuwt
leed groeit uit halve liters
in de vuilnisbak

13060

gedicht, haiku

Phalgun

het universum
verschanst in een trommelvel
beroert tien vingers

13055

gedicht, haiku

van de thuisblijver
voor de zangeres op tour
een veld vol publiek

13056

13054

gedicht, vrij

ze zal op een dag naar de kunstacademie gaan
zegt ze
en je weet dat ze weet
dat dat al niet meer waar is

je voelt dat er nog iets ligt
dat je bij elkaar hoort, nog
in draden van gedrag en vroeger
maar het is al te laat
je bent veranderd

omdat ze opwarmt
blijf je kil
omdat ze nerveus is
neem je de overhand
omdat ze hoop ziet
duw je haar weg

je mond staat daarbij droog

het is niet van de koffie

13053

gedicht, vrij

I

zoals in het bos pasgeboren sprieten groeien
zoals het er zó groen is na de winter dat je vergat dat dat kon
zoals het lommer je koelte toewuift die ‘s morgens niet nodig is
zoals cirkels zonlicht dansen op je schoenen in de grond
zoveel als een boomstronk op een berg lijkt
zo gewichtig als ze paddestoelen draagt
zoals lente en herfst hier door elkaar lopen en eeuwig zijn
zo laten we los, dat we er van klampen
aan elkaar, aan rivieren van steen tot zand vermalen en bestaan of niet
aan gerommel uit de bodem, aan niet zien wat je worden wilt
aan takken na de winter eenzaam,
zó alweer vernietigd en ontstaan.

13052

gedicht, vrij

II

als het licht op een kier
als overdag de nacht
als een heelal vol stilte
verdwaald in wat ik dacht

als brokken steen
in een elliptische baan
als de hand zijn pijn
als de aarde de maan

als wie zichzelf
nooit echt verlaat
steeds malen blijft
tot niets meer gaat

als de vriend de vijand
als het slot het lied
dragen wij elkaar vol liefde
maar zien het niet

13042

gedicht, vrij

Todd River

weet je nog, die lege bedding in de woestijn?
eens in de twee jaar stroomde hij vol
dat hitsige kikkers er van kwaakten
dat de nacht er van deinde
dat iedereen er van naar buiten kwam.
soms hoor je ze nagalmen,
de kwakende en pratende stemmen,
thuis, ver weg in een nat land.
na de regen maken ze je wakker
tikt de verdampte rivier vol wroeging op een vuilniszak.

13039

gedicht, haiku, vrij

land van hoge torens
ornamenten schijnen blauw
door heiige atmosfeer

of

hoge toren-land
ornamenten blauw verkleurd
druk van atmosfeer

13038

gedicht, haiku

jonge boomstammen
ruisen van de bladeren
voor vijf maanden lang

13035

gedicht, vrij

ver heien
ritme klopt
merel schor

of

hei en ver
ritme klopt
merel schor

13034

gedicht, vrij

toegeven
boete doen
lijden
vergeten worden
dan op een morgen
opstaan
gelukkig
niet weten
wat te doen

13033

gedicht, vrij

daar sta je dan
een blik van glas
in een veld dat van bewustzijn was
maar nu een plek op aarde.

13032

gedicht, vrij

hier een wervelwind
van tintelende vingers.

afleiding vlucht,
verveling slaat een gat
in elk gevoel van veiligheid.

aandacht ontmoet
de dierbare zekerheid
van eindeloos falen.

13031

gedicht, vrij

in Zeist

dit is een goed huis
(je kunt hier altijd blijven)
er is een muur met ribbels
vluchten kan langs het balkon

dit is een goed huis
(je kunt hier kromme lijnen schrijven)
een zwarte kat en een beeld van boom
groeien door glas in volle zon

dit is een goed huis
(een muur of vier)
betaald met eigen pijn

dit is een goed huis
(lieve vrede geef hem hier)
een einde aan het somber zijn

13020

gedicht, vrij

sorry
ik belde per ongeluk
vanuit mijn broekzak
je weet wel hoe dat gaat
het is fantastisch hier

13017

gedicht, vrij

wat is dat toch, aan zee
de zon doorschijnt het heelal,
laat door wind en smelten golven bonzen
het grote ademen heeft vrij spel

alles is er
niets te wensen
en dan toch
dat ze bij je was

13013

foto, Notitie

Groots wordt hier verteld van doorgangen, lichtkoepels en stadshuiskamers. Van nieuwe paden en open puien. Hoe mooi bedacht ook, hoe knap het ook is om dat allemaal te ontwerpen en te bouwen: het zou de bedrijven sieren als ze niet alles fraseren of wij lezers het einddoel zijn. Alsof dat gebouw er niet voor hen maar voor ons staat. Alsof ze ons niet omleiden om spullen te verkopen.

Winstmaximalisatie en op tijd de trein halen zijn tegengestelde belangen.

Als het gebouw er niet stond, was het ook goed. Tastbare gestaltes liepen er door ramen over drassige vloeren van straat.

13012

foto, gedicht, vrij

Kwetsbaar, zó kwetsbaar
is alles van waarde.
Ik at rijst uit een kom,
maar de kom viel om
en stortte in splinters ter aarde.

13011

gedicht, vrij

ze hebben hier geen handen,
de kou op hun huid is bedacht.

je kunt niet meer argeloos met haar praten:
er hangen schachten en scharnieren in de woorden.

omdat ze zo dichtbij is
win je een ongewenste wereld.

omdat ze steeds echter wordt
verlies je haar.

13007

gedicht, sonnet

Nachtsonnet

mijn hart stond maandenlang in brand
en steeds opnieuw zeg ik gedag
weet dat ik niets meer zeggen mag
kijk daarom naar de sterrenstand

recht boven staat de grote beer
ik kan niet slapen, droom maar wat
door een oude boom met groeiend blad
kijkt Sirius op alles neer

de stilte van de diepe nacht
doet vragen: ‘maar wat wil je dan?’
ik vul haar op en zing heel zacht

denk te diep na, er komt geen plan
maar één besef blijft ferm van kracht
men verlangt wat men niet hebben kan

13005

gedicht, haiku

in het Zocherpark
zonlicht groeft zich in boomschors
huid die al verkleurt

13000

gedicht, haiku

lente in het park
een reiger sluipt behoedzaam
door trillend water

12997

gedicht, vrij

het leven van een muzikant
biedt geen enkele garantie:
‘meneer Roeland,
u heeft een betalingsachterstand’
en weg is mijn vakantie.

12996

gedicht, vrij
Waar is het begonnen?
Ze kijkt je vragend aan,
je denkt: ‘nee’,
maar weet niet meer waarom.
Iemand kwetsen, in de regen,
die niet stopt op dit station.

12992

gedicht, vrij
lijnenspel
bij zonsopgang
klein vliegtuig achter gebouw
bekrast de lucht

12954

gedicht, vrij

met of zonder jou
met tintelende hand op je wang
of zonder, een stille hand op tafel
breekt de dag aan
groeit mos op het balkon

12906

gedicht, haiku

slapende wimpers
haar hoofd tegen mijn schouder
muur van zachte huid

12904

gedicht, haiku

in de koude nacht
maan met aureool omkranst
heel warm ontvangen

12902

haiku, proza

We dronken groene thee. Hij was boos over iets dat een dag eerder gebeurde. Mensen en hun gedragingen, mensen die hier niet waren. De tafel was woede, en ook de hele wereld aan de andere kant van het glas. Buiten liep een hond, en een meisje met een tas. Zelfs zij, die zo mooi was. We dronken groene thee, maar proefden het niet.

 

door het vensterglas
dat misschien ondoorzichtig is
een weerspiegeling

 

 

12870

gedicht, vrij

De rivier komt,
stroomt langs weiland en stad.
Ze golft, tolt
en fluistert,
geeft niet alles prijs.
Op de bodem van haar ogen
beroert een onzichtbare hand het zand.

Als ook ik mijn handen uitsteek,
het water raak,
streel ik een koude wang,
maak die warm, rood.
Als ik haar vasthoud
mengt de mist van haar adem
met mijn angst dat ze me niet herkent.

pretoogjes schitteren tussen de golven
als ik zwijgend
op haar oever lig.

Soms weet ik niet
wat te zeggen
tegen de golven in mijn mond.
Soms stroomt het bloed
door hoofd en hart
naar de delta van mijn handen.

Hoe meer het lente wordt
hoe meer ze tot leven komt.
Oude sneeuw smelt
onder haar warme voeten.
Hoe meer het lente wordt
hoe begeerlijker ze is,
hoe meer de hartslag deint
in de kom van mijn hals waar ze haar hoofd heeft gelegd.

Als ze danst
zwelt de stroom aan,
vloeit onhoudbaar naar de horizon.
Ze weerspiegelt,
wijfelende wolken en een rillende boom.
Ze fluistert, geeft niet alles prijs,
verlangt ernaar vrij te zijn.

De rivier komt,
stroomt weiland en stad voorbij.
Ze kijkt om, geeft niet alles prijs.
Niet in één omhelzing te vangen,
niet te verleiden met een liefdevolle dag.
Tijdloos buitelt ze
naar een verre zee

waar ik soms wel,
maar nooit echt
gaan kan.

12485

gedicht, vrij

In die zin zijn we als herfstbladeren
droog, verlaten, star
gevaarlijk hangend tussen dood en leven
met houten steeltjes klampend aan takkenbasten

in een wolk van kleur onderweg naar beneden,
loslaten, opgeven,
daar schuilen in een voetstap of boom.

we hebben eenzelfde warme droom:
ongezien in de aarde verdwijnen

bosgrond zijn

12433

gedicht, vrij

de dag
te beginnen met een zin
die losliep ergens
tussen je shirt, je buik
en mijn warme
-geen bh-
handen

12416

gedicht, vrij

dat is wat fijn is aan herfst:
herfst brengt afzondering.
herfst reflecteert
in waterplas en geest

12415

gedicht, vrij

na lange regen komt miezer
water in houten hekken klimt van onder naar boven
precies haar grijze afkomst tegemoet

12388

gedicht, vrij

in de winter
hoop ik op lente,
in de lente
snak ik naar de zomerzon

in de zomer
zo`n zin in wind en herfst en regen
en als de herfst
dan eindelijk komt

dan is het stil,
geniet ik,
doodsbang
voor wat morgen komt

12380

Dagboek

Het is stil in de bibliotheek, zelfs naast de hoofdingang, waar het doorgaans een groot komen en gaan van studenten is. De deuren zijn met planken afgesloten. De enige ingang is aan de zijkant. De zij-ingang gebruiken bij een verder afgesloten gebouw voelt als binnensluipen, alsof je lid bent van een kleine groep uitverkorenen. Er is iets prettigs aan een grote gesloten deur van binnen zien.

Er klinkt getyp op laptops, de luchtverversingsinstallatie ruist. Buiten milde regen, kleine gaatjes op de grond onder de bomen. Een kastanjeboom buiten heeft rotte plekken in zijn bladeren, alsof het herfst is. De stilte in de stad en de bibliotheek verraden dat het hoogzomer is.

12377

gedicht, haiku

wind van de polen
wind uit de verre woestijn
een dag gaat voorbij

12376

gedicht, vrij

ik zoek het verschil
tussen mijn denken en het ruisen
van de rolwolk die de regen werpt

12374

gedicht, vrij

stilte en water vallen
in mijn lichaam uit mijn ogen
een mens begint eindeloos opnieuw

Zambia 19: Chibale, hoofdstraat

Dagboek, klank, Uncategorized

Een van onze laatste avonden in Chibale, na zonsondergang. In de hoofdstraat is de lucht nog warm van de dag. Ze is gevuld met het zachte geroezemoes van de bewoners, die elkaar hier opzoeken.

Chibale00103

(foto: butalaproject.hku.nl)

12349 – 3e brief aan S.

Brieven aan S, proza

Lieve S.,

 

het is wonderlijk hoe koud de morgen nog kan aanvoelen op een dag die tropisch warm zal worden. Binnen geeft de thermometer 21 graden aan; in de winter zouden we beginnen te zweten, maar het is geen winter en een mens went aan bijna alles. Kippenvel. Het is een morgen om naar het strand te gaan, niet om te zwemmen maar om er te slenteren in je veel te lange broek en om het zand naar binnen te voelen stromen door je kapotte, stoffen schoenen.

 

Ik heb van je gedroomd vannacht. We hadden een fiets die op vier verschillende manieren in elkaar geschroefd kon worden, en we begrepen er beiden niet veel van. Dat was in orde, omdat we eigenlijk niet weg wilden.

 

Na zulke dromen mis ik je.

 

H.

12339

gedicht, haiku

de dag ontvouwt zich
geen leugen, één illusie
en de tijd verstrijkt

12332

gedicht, haiku

over de daken
en dwars door de koude lucht
schreeuwen machines

12320

Dagboek, proza

Kwart over zeven. We zijn aan het werk, radio maken, op de vroege avond van hemelvaartsdag. De zon verwarmt het platte dak, de deur naar de brandtrap staat open. Stemmen waaien binnen van het plein, glazen klinken. Op een dakterras zitten drie mannen in klapstoeltjes, drinken bier en spreken Engels.

Kwart over acht. We leggen klanken vast op band. ‘Zullen we die laatste nog een keer doen, Jan?’ Op het dakterras klinken flesjes tegen elkaar. Een bulderende lach schalt door iemands baard.

Kwart voor negen. We bouwen golven van geluid. Onbekende muziek. Het wordt steeds warmer. Naarmate de avond vordert wordt het lachen buiten steeds hoger en hysterischer. Iemand gooit stukjes hout van de dakbedekking door een koepel naar beneden. Een ander verslikt zich van het lachen.

Negen uur. Iemand roept verwensingen door een koepel naar beneden. ‘Wat doe je hier nog? Ga naar huis, idioot!’ en vele vervoegingen van het woord kanker. Kanker is een werkwoord. Niemand lacht nog.

Half tien. De zon gaat onder achter de gebouwen, de deur naar de brandtrap staat open. Steeds minder stemmen waaien binnen vanaf het plein. Het dakterras is leeg. Oranje lucht gloeit na in lege glazen. Kanker, riep hij. ‘Kanker’ riep hij. Feestjes en levens komen soms abrupt tot een eind.

Dag 12313

Brief, proza

Lieve S.,

Buiten schreeuwen mannen, maar waarover of waarnaar weet ik niet. Is het niet gek, al die machines en dat gezoem en geratel, het aanzwellen ervan in de loop van de dag en het zwijgen ervan elke nacht? Je weet dat dat komt omdat een mens ook slapen moet, en eten en warm blijven en liefhebben en wat niet meer, maar dat maakt het golven ervan niet minder wonderlijk en vreemd. De wereld draait, en in datzelfde ritme draaien de mensen, en daarbinnen draaien de machines, die zelf tandwielen hebben. We branden op en branden af en er draaien miljoenen wieltjes die de dienst uitmaken,die zonder weten bepalen waar het leven begint en eindigt en ook nog wat daar tussen gebeurt. Geen wonder dat de mens al honderdduizenden jaren bang is. Geen wonder dat hij bij goden zoekt naar troost.

Werk je nog bij het concertgebouw, eigenlijk?

Dag 12312

Brief, proza

Lieve S.,

Het blijft lang koud in Nederland deze lente. Dapper heb ik de verwarming naar beneden gedraaid, maar ben daarin wellicht te enthousiast geweest. In de middagen, als het helder is, schijnt de zon op de dakplaten en warmt het snel op. Zodra de zon verdwijnt neemt ze de warmte mee. Misschien
verlang ik naar instabiliteit. Eindeloos drijven de wolken voorbij en zwerft het zonlicht over de muren, morgen weer, dan is het licht misschien wel grijs. Daar moest maar niets aan veranderen, de zon moest maar wat lijken te bewegen en de ene dag geruisloos doen overgaan in de ander. We
moesten elkaar zomaar wat met rust laten of juist opzoeken, daarvoor soms land en zee oversteken en dat het in beide gevallen goed is. Alle tijd om te denken aan buiten, om herinneringen voorbij te laten trekken, aan die brug aan het Zwartewater waar je onderdoor fietsen moest, en waar je altijd vrienden tegenkwam. Die brug ligt er nog, en aan het dorp zal ook niet veel veranderd zijn. Toch zijn ze beiden vergankelijk als de herinneringen waarin ze zich spiegelen, als in het water zelf. Ik hoop dat het goed met je gaat. Ik zal je snel weer schrijven.

Dag 12303

gedicht, vrij

alsof ik een oppas was
de kinderen met grote ogen
em-dee-em-aa de wei
waarin ze loslopen mogen

ik had niets te vertellen
werd bij gebrek aan iets beters
buitenspel gezet
door dronkaards en pillenvreters

hoe glad onze handpalmen
verkrampt en ingehaakt
hoe angstaanjagend het veranderen
dat het leven ongrijpbaar maakt!

misschien is dit wat we verdienden
ik zocht de dierlijke warmte van mijn vrienden

Dag 12295

gedicht, vrij

Vannacht droomde ik over [A.]. We hadden ooit een date, maar verschilden teveel van elkaar. In de droom lagen we op een groot bed en keken naar een kleine, oude beeldbuis-tv, zo`n paar meter van het voeteneind, waarop enkel kleuren te zien waren. Ze was nog steeds mooi, de lakens rood geverfd.

Dag 12285 – Hoek Drift/Nobelstraat

klankdagboek, proza

In de Nobelstraat hangt een oranje gloed, de zon net boven de daken uit. De gebouwen glanzen van de met de lente toegenomen luchtvochtigheid. Op de Drift hangen vlaggen boven de ingangen van de universiteitsgebouwen, die waren er eerder nog niet. Sinds een dag of drie zwellen knoppen aan bomen en struiken, zijn er prille blaadjes, heeft alles zoveel kleur opeens.

Een dag om een nieuwe jaartelling bij te beginnen.

De pieken van de Domkerk tussen de gebouwen door, gisteren een eerste vlinder. Tussen de haastige fietsers vast menigeen die wil, maar er uit tijdgebrek niet van proeven kan.

Dag 12264 – merel

klankdagboek

Een merel zingt om zes uur in de morgen. 4,3 keer vertraagd om de details van zijn zang bloot te leggen. Het is 19 maart, de dag waarop de dagen weer langer zijn dan de nachten.

Dag 12243

gedicht, vrij

Teleurstelling:

de vetbol in de tuin
is verlaten, dag en nacht
(ik denk dat ik een
horde kamelen had verwacht)

Dag 12234 – Grebbeberg, Rhenen

klankdagboek

 

De Grebbeberg is een heuvel bij Rhenen, onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. Vanaf de heuvel kijk je uit over de Rijn tot aan de Waal de verte, over een prachtig landschap.Het is Februari, de ganzen komen net terug. Een grote groep is geland op de oevers. Aan de overkant van de Rijn wordt carnaval gevierd. Zo nu en dan brengt de wind een verdwaalde flard muziek mee. Halverwege vaart een schip voorbij, en doet de ganzen opschrikken.

 

Dag 12233

gedicht, vrij

januari
zwijgzaam droomt ze van
zang- en vleugellam
wonen op de droeve winter

Dag 12230

gedicht, haiku

Stil contrast
muur grijs, bureau gebroken wit
niet naar buiten, nog
vertragen
ik heb de wekker al gezet
vertragen
ontwaken gaat vanzelf

Dag 12229

gedicht, vrij

begeerte
door jouw open winter-ogen
voluit tweeledig, zo
lief, zo stil, zo bonkend van
wat ik niet begrijp en
jij niet horen wilt

Dag 12224

Dagboek, proza

Ik zit stil. Twee merels vliegen langs het raam. Ik schrik. Zij schrikken. De wereld in een notendop.

Dag 12220

gedicht, vrij

wissel brand!
bovenleiding breek!
rails trek krom!
dat ze nog een dagje blijft.

Generative Landscape, Paris 07-01-2015

klank

All sounds in this generative piece have as their source two videos of the Charlie Hebdo attacks that are circulating online. No other sounds were used. The goal of this piece is to generate beauty out of something ugly, and speak out for freedom of enquiry and expression. See below.


 

In the face of such ignorant violence, there are only a few things an artist can do.

1. Protest openly, and ask the government to do likewise and come down hard on anyone who uses force against equality and freedom of expression.
2. Don`t budge. Keep criticising and asking questions whereever necessary.
3. Encourage people to teach themselves critical thinking, to free ourselves from totalitarian ideologies and religion.
4. Use your art to speak out.

Use the arrow in the soundcloud box to download.

Zambia 17: United Church of Zambia

klank

CIMG0129

Zelfs als je niet religieus bent, is het een bijzondere ervaring om een Afrikaanse kerkdienst mee te maken. Deze opname is uit November 2012, op het platteland van Zambia. Het is een zondagmorgen in het hete droogseizoen. De zon brand op het dak. De golfplaten kraken als wolken passeren, puur door het temperatuurverschil. De dorpelingen zingen, bidden en preken. Meegesleept worden naar hier is geen straf.

 

Onze Lieve Vrouw Basiliek, Maastricht, Augustus 2014

klank

0002_Bron-wikipedia

De Onze Lieve Vrouw Basiliek is een oude Romaanse kerk in Maastricht. De kerk stamt grotendeels uit de 10e en 12e eeuw. In de Romaanse bouwstijl wordt het dak gedragen door dikke, zware muren. Daardoor blijft weinig ruimte over voor grote ramen, en er komt dan ook niet veel licht binnen. De Basiliek in Maastricht is geen uitzondering.

In deze opname overheerst de galm. Mensen komen binnen en lopen naar buiten, en worden luidruchtiger naarmate de tijd vordert. Pas tegen het eind van de opname wordt het weer wat stiller. Sommige geluiden zijn vrijwel constant aanwezig; stemmen, voetstappen, het laag rommelen van het gebouw. Anderen klinken maar een enkele keer, zoals het openzwaaien van een deur achterin het gebouw. Mocht je eens in de buurt zijn, dan is dit een interessant gebouw om eens te beluisteren. En anders is hier een opname van een uur.

De opname is binauraal. Luisteren met een koptelefoon geeft een driedimensionaal effect.

Zambia 09: Nijlpaarden in Kasanka National Park

klank

artworks-000085984639-byiufj-t500x500

De rivier maakt een bocht om een steile oever. Twee meter voor ons steken de ogen van een nijlpaard net boven het water uit. Links en rechts zijn twee anderen te horen. Ze laten zich niet zien. Er is maar één kant waarlangs ze de oever op kunnen komen, en die lijkt veilig. De nijlpaarden zijn niet de enigen die zwaar ademen hier.

 

 

Zambia 08: Markt in Serenje

klank

CIMG0246

Serenje, hoofdstad van het gelijknamige district. We zijn op de markt om boodschappen te doen, en om te zien of we een lift kunnen krijgen, dieper het land in. Het is een wervelend gebeuren; Donkere voeten in sandalen werpen een wolk van stof op. Er doorheen lopen vrouwen, gekleed in felgekleurde doeken. De meeste winkels zijn containers, een enkele heeft een betonnen gebouw. Mannen onderhandelen over de prijs in Engels, Bemba en Nyanja. Vrachtwagens gevuld met veel te veel vracht en mensen komen en gaan als de dag verstrijkt. De zon staat er loodrecht boven, en werpt geen schaduw.