13064

gedicht, vrije vorm

ik hielp je met een hand de helling op, ik
haalde iets uit je haar dat daar niet hoorde

een dag in het graslicht
zomer in heuvels van ijsplaten nog zuchtend
mijn blik steunde op je schouder
je huid van zon bruiner dan een minuut daarvoor

er was geen weg terug, alleen naar boven, jij
haalde iets uit mijn hoofd dat daar niet hoorde

er was water tussen de bomen
schapen dwarrelden als deuntjes langs je hoofd
jij had last van je rug op blote voeten, je was mooier
dan alles wat verder in dat landschap was

13063

Uncategorized

dwarsstraat, of hoe het uit de hand liep toen

Engels sprak ze slecht
ze kwam uit Polen
nu in een café met gordijnen
uit Groninger tongvallen gehaakt

hij wist hoe je hoer zegt in het Pools
elke taal heeft van die woorden
hij kende er één, kon het spellen zelfs,
dronken paste hij zijn kennis toe

het werd pas licht in de morgen

13061

gedicht, Haiku

haar toeverlaat schreeuwt
leed groeit uit halve liters
in de vuilnisbak

13060

Dagboek, Haiku

Phalgun

het universum
verschanst in een trommelvel
beroert tien vingers

13055

gedicht, Haiku

van de thuisblijver
voor de zangeres op tour
een veld vol publiek

13056

13054

gedicht, vrije vorm

ze zal op een dag naar de kunstacademie gaan
zegt ze
en je weet dat ze weet
dat dat al niet meer waar is

je voelt dat er nog iets ligt
dat je bij elkaar hoort, nog
in draden van gedrag en vroeger
maar het is al te laat
je bent veranderd

omdat ze opwarmt
blijf je kil
omdat ze nerveus is
neem je de overhand
omdat ze hoop ziet
duw je haar weg

je mond staat daarbij droog

het is niet van de koffie

13053

gedicht, vrije vorm

zoals in het bos pasgeboren sprieten groeien
zoals het er zó groen is na de winter dat je vergat dat dat kon
zoals het lommer je koelte toe wuift die ‘s morgens niet nodig is
zoals cirkels zonlicht dansen op je schoenen in de grond
zoveel als een boomstronk op een berg lijkt
zo gewichtig als ze paddestoelen draagt
zoals lente en herfst hier door elkaar lopen en eeuwig zijn
zo laten we los, dat we er van klampen
aan elkaar, aan rivieren van steen tot zand vermalen en bestaan of niet
aan gerommel uit de bodem, aan niet zien wat je worden wilt
aan takken na de winter eenzaam,
zó alweer vernietigd en ontstaan.

13052

gedicht, vrije vorm

als het licht op een kier
als overdag de nacht
als een heelal vol stilte
verdwaald in wat ik dacht

als brokken steen
in een elliptische baan
als de hand zijn pijn
als de aarde de maan

als wie zichzelf
nooit echt verlaat
steeds malen blijft
tot niets meer gaat

als de vriend de vijand
als het slot het lied
dragen wij elkaar vol liefde
maar zien het niet

13042

gedicht, vrije vorm

Todd River

weet je nog, die lege bedding in de woestijn?
eens in de twee jaar stroomde hij vol
dat hitsige kikkers er van kwaakten
dat de nacht er van deinde
dat iedereen er van naar buiten kwam.
soms hoor je ze nagalmen,
de kwakende en pratende stemmen,
thuis, ver weg in een nat land.
na de regen maken ze je wakker
tikt de verdampte rivier vol wroeging op een vuilniszak.

13039

gedicht, Haiku, vrije vorm

land van hoge torens
ornamenten schijnen blauw
door heiige atmosfeer

of

hoge toren-land
ornamenten blauw verkleurd
druk van atmosfeer

13038

gedicht, Haiku

jonge boomstammen
ruisen van de bladeren
voor vijf maanden lang

13034

gedicht, vrije vorm

toegeven
boete doen
lijden
vergeten worden
dan op een morgen
opstaan
gelukkig
niet weten
wat te doen

13033

Uncategorized

daar sta je dan
een blik van glas
in een veld dat van bewustzijn was
maar nu een plek op aarde.

13032

Uncategorized

hier een wervelwind
van tintelende vingers.

afleiding vlucht,
verveling slaat een gat
in elk gevoel van veiligheid.

aandacht ontmoet
de dierbare zekerheid
van eindeloos falen.

13031

gedicht, vrije vorm

in Zeist

dit is een goed huis
(je kunt hier altijd blijven)
er is een muur met ribbels
vluchten kan langs het balkon

dit is een goed huis
(je kunt hier kromme lijnen schrijven)
een zwarte kat en een beeld van boom
groeien door glas in volle zon

dit is een goed huis
(een muur of vier)
betaald met eigen pijn

dit is een goed huis
(lieve vrede geef hem hier)
een einde aan het somber zijn

13020

Uncategorized

sorry
ik belde per ongeluk
vanuit mijn broekzak
je weet wel hoe dat gaat
het is fantastisch hier

13017

gedicht, vrije vorm

wat is dat toch, aan zee
de zon doorschijnt het heelal,
laat door wind en smelten golven bonzen
het grote ademen heeft vrij spel

alles is er
niets te wensen
en dan toch
dat ze bij je was

13013

foto, Notitie

Groots wordt hier verteld van doorgangen, lichtkoepels en stadshuiskamers. Van nieuwe paden en open puien. Hoe mooi bedacht ook, hoe knap het ook is om dat allemaal te ontwerpen en te bouwen: het zou de bedrijven sieren als ze niet alles fraseren of wij lezers het einddoel zijn. Alsof dat gebouw er niet voor hen maar voor ons staat. Alsof ze ons niet omleiden om spullen te verkopen.

Winstmaximalisatie en op tijd de trein halen zijn tegengestelde belangen.

Als het gebouw er niet stond, was het ook goed. Tastbare gestaltes liepen er door ramen over drassige vloeren van straat.

13012

foto, gedicht, vrije vorm

Kwetsbaar, zó kwetsbaar
is alles van waarde.
Ik at rijst uit een kom,
maar de kom viel om
en stortte in splinters ter aarde.

13011

gedicht, vrije vorm

ze hebben hier geen handen,
de kou op hun huid is bedacht.

je kunt niet meer argeloos met haar praten:
er hangen schachten en scharnieren in de woorden.

omdat ze zo dichtbij is
win je een ongewenste wereld.

omdat ze steeds echter wordt
verlies je haar.

13007

gedicht, sonnet

Nachtsonnet

mijn hart stond maandenlang in brand
en steeds opnieuw zeg ik gedag
weet dat ik niets meer zeggen mag
kijk daarom naar de sterrenstand

recht boven staat de grote beer
ik kan niet slapen, droom maar wat
door een oude boom met groeiend blad
kijkt Sirius op alles neer

de stilte van de diepe nacht
doet vragen: ‘maar wat wil je dan?’
ik vul haar op en zing heel zacht

denk te diep na, er komt geen plan
maar één besef blijft ferm van kracht
men verlangt wat men niet hebben kan

13005

gedicht, Haiku

in het Zocherpark
zonlicht groeft zich in boomschors
huid die al verkleurt

13000

gedicht, Haiku

lente in het park
een reiger sluipt behoedzaam
door trillend water

12997

gedicht, vrije vorm

het leven van een muzikant
biedt geen enkele garantie:
‘meneer Roeland,
u heeft een betalingsachterstand’
en weg is mijn vakantie.

12996

gedicht, vrije vorm
Waar is het begonnen?
Ze kijkt je vragend aan,
je denkt: ‘nee’,
maar weet niet meer waarom.
Iemand kwetsen, in de regen,
die niet stopt op dit station.

12954

gedicht, vrije vorm

met of zonder jou
met tintelende hand op je wang
of zonder, een stille hand op tafel
breekt de dag aan
groeit mos op het balkon

12906

gedicht, Haiku

slapende wimpers
haar hoofd tegen mijn schouder
muur van zachte huid

12904

gedicht, Haiku

in de koude nacht
maan met aureool omkranst
heel warm ontvangen

12902

Haiku, proza

We dronken groene thee. Hij was boos over iets dat een dag eerder gebeurde. Mensen en hun gedragingen, mensen die hier niet waren. De tafel was woede, en ook de hele wereld aan de andere kant van het glas. Buiten liep een hond, en een meisje met een tas. Zelfs zij, die zo mooi was. We dronken groene thee, maar proefden het niet.

 

door het vensterglas
dat misschien ondoorzichtig is
een weerspiegeling

 

 

12870

gedicht, vrije vorm

De rivier komt,
stroomt langs weiland en stad.
Ze golft, tolt
en fluistert,
geeft niet alles prijs.
Op de bodem van haar ogen
beroert een onzichtbare hand het zand.

Als ook ik mijn handen uitsteek,
het water raak,
streel ik een koude wang,
maak die warm, rood.
Als ik haar vasthoud
mengt de mist van haar adem
met mijn angst dat ze me niet herkent.

pretoogjes schitteren tussen de golven
als ik zwijgend
op haar oever lig.

Soms weet ik niet
wat te zeggen
tegen de golven in mijn mond.
Soms stroomt het bloed
door hoofd en hart
naar de delta van mijn handen.

Hoe meer het lente wordt
hoe meer ze tot leven komt.
Oude sneeuw smelt
onder haar warme voeten.
Hoe meer het lente wordt
hoe begeerlijker ze is,
hoe meer de hartslag deint
in de kom van mijn hals waar ze haar hoofd heeft gelegd.

Als ze danst
zwelt de stroom aan,
vloeit onhoudbaar naar de horizon.
Ze weerspiegelt,
wijfelende wolken en een rillende boom.
Ze fluistert, geeft niet alles prijs,
verlangt ernaar vrij te zijn.

De rivier komt,
stroomt weiland en stad voorbij.
Ze kijkt om, geeft niet alles prijs.
Niet in één omhelzing te vangen,
niet te verleiden met een liefdevolle dag.
Tijdloos buitelt ze
naar een verre zee

waar ik soms wel,
maar nooit echt
gaan kan.

12485

gedicht, vrije vorm

In die zin zijn we als herfstbladeren
droog, verlaten, star
gevaarlijk hangend tussen dood en leven
met houten steeltjes klampend aan takkenbasten

in een wolk van kleur onderweg naar beneden,
loslaten, opgeven,
daar schuilen in een voetstap of boom.

we hebben eenzelfde warme droom:
ongezien in de aarde verdwijnen

bosgrond zijn

12433

gedicht, vrije vorm

de dag
te beginnen met een zin
die losliep ergens
tussen je shirt, je buik
en je warme
-geen bh-
handen

12416

gedicht, vrije vorm

dat is wat fijn is aan herfst:
herfst brengt afzondering.
herfst reflecteert
in waterplas en geest

12415

gedicht, vrije vorm

na lange regen komt miezer
water in houten hekken klimt van onder naar boven
precies haar grijze afkomst tegemoet

12414 (niet 3)

gedicht, vrije vorm

III.

Niet is doorgaans
                                                                         (niet de zijde, wel
                                                                         de medaille zelf)

12413 (niet 2)

gedicht, vrije vorm

II.

liefde is doorgaans niet                    (iets dat plotseling ophoudt,
                                                                         maar dat langzaam uit je sijpelt
                                                                         uit vochtige ogen
                                                                         als de laatste druppels braaksel
                                                                         na een wilde nacht)

12412 (niet 1)

gedicht, vrije vorm

I.

leven is doorgaans niet                    (iets dat plotseling ophoudt,
                                                                         maar dat langzaam uit je sijpelt
                                                                         als vanuit je ogen
                                                                         als de laatste druppels braaksel
                                                                         na een slechte nacht)

12388

gedicht, vrije vorm

in de winter
hoop ik op lente,
in de lente
snak ik naar de zomerzon

in de zomer
zo`n zin in wind en herfst en regen
en als de herfst
dan eindelijk komt

dan is het stil,
geniet ik,
doodsbang
voor wat morgen komt

12380

Dagboek, Uncategorized

Het is stil in de bibliotheek, zelfs naast de hoofdingang, waar het doorgaans een groot komen en gaan van studenten is. De deuren zijn met planken afgesloten. De enige ingang is aan de zijkant. De zij-ingang gebruiken bij een verder afgesloten gebouw voelt als binnensluipen, alsof je lid bent van een kleine groep uitverkorenen. Er is iets prettigs aan een grote gesloten deur van binnen zien.

Er klinkt getyp op laptops, de luchtverversingsinstallatie ruist. Buiten milde regen, kleine gaatjes op de grond onder de bomen. Een kastanjeboom buiten heeft rotte plekken in zijn bladeren, alsof het herfst is. De stilte in de stad en de bibliotheek verraden dat het hoogzomer is.

12377

gedicht, Haiku

wind van de polen
wind uit de verre woestijn
een dag gaat voorbij

12376

gedicht, vrije vorm

ik zoek het verschil
tussen mijn denken en het ruisen
van de rolwolk die de regen werpt

12374

gedicht, vrije vorm

stilte en water vallen
in mijn lichaam uit mijn ogen
een mens begint eindeloos opnieuw

12371: Tour de France

Dagboek, Uncategorized

The first day of the Tour de France in Utrecht. Watching the race from the park across the water, we hear a wave of cheers passing with each rider. It`s a hot day, and it seems everyone is in good spirits. From the loudness of the cheers, it`s easy to tell when a Dutch rider passes by.

A rider passes every minute on average. A selection:

2:35 Daniel Teklehaimanot (1st rider)
4:40 Pierre-Luc Perichon
12:00 Jos van Emden (Ned)
17:00 Luke Durbridge
30:40 Christophe Laporte
33:50 Gregory Vast
34:05 Robert Gesink (Ned)
36:30 Mark Cavendish
40:40 Rohan Dennis (winner)
50:13 Andreas Schillinger
53:14 Sebastian Langeveld (Ned)
55:40 Wilco Kelderman (Ned)
73:00 Stef Clement (Ned)
78:00 Steven Kruijswijk (Ned)
83:30 Albert Timmer (Ned)
88:00 Wouter Poels (Ned)
93:30 Laurens ten Dam (Ned)

Zambia 19: Chibale, hoofdstraat

Dagboek, Klank, Uncategorized

Een van onze laatste avonden in Chibale, na zonsondergang. In de hoofdstraat is de lucht nog warm van de dag. Ze is gevuld met het zachte geroezemoes van de bewoners, die elkaar hier opzoeken.

Chibale00103

(foto: butalaproject.hku.nl)

12349 – 3e brief aan S.

Brieven aan S, proza

Lieve S.,

het is wonderlijk hoe koud de morgen nog kan aanvoelen op een dag die tropisch warm zal worden. Binnen geeft de thermometer 21 graden aan; in de winter zouden we beginnen te zweten, maar het is geen winter en een mens went aan bijna alles. Kippenvel. Het is een morgen om naar het strand te gaan, niet om te zwemmen maar om er te slenteren in je veel te lange broek en om het zand naar binnen te voelen stromen door je kapotte, stoffen schoenen.

Ik heb van je gedroomd vannacht. We hadden een fiets die op vier verschillende manieren in elkaar geschroefd kon worden, en we begrepen er beiden niet veel van. Dat was in orde, omdat we eigenlijk niet weg wilden.

Na zulke dromen mis ik je.

H.

12339

gedicht, Haiku

de dag ontvouwt zich
geen leugen, één illusie
en de tijd verstrijkt

12332

gedicht, Haiku

over de daken
en dwars door de koude lucht
schreeuwen machines

12320

Dagboek, proza

Kwart over zeven. We zijn aan het werk, radio maken, op de vroege avond van hemelvaartsdag. De zon verwarmt het platte dak, de deur naar de brandtrap staat open. Stemmen waaien binnen van het plein, glazen klinken. Op een dakterras zitten drie mannen in klapstoeltjes, drinken bier en spreken Engels.

Kwart over acht. We leggen klanken vast op band. ‘Zullen we die laatste nog een keer doen, Jan?’ Op het dakterras klinken flesjes tegen elkaar. Een bulderende lach schalt door iemands baard.

Kwart voor negen. We bouwen golven van geluid. Onbekende muziek. Het wordt steeds warmer. Naarmate de avond vordert wordt het lachen buiten steeds hoger en hysterischer. Iemand gooit stukjes hout van de dakbedekking door een koepel naar beneden. Een ander verslikt zich van het lachen.

Negen uur. Iemand roept verwensingen door een koepel naar beneden. ‘Wat doe je hier nog? Ga naar huis, idioot!’ en vele vervoegingen van het woord kanker. Kanker is een werkwoord. Niemand lacht nog.

Half tien. De zon gaat onder achter de gebouwen, de deur naar de brandtrap staat open. Steeds minder stemmen waaien binnen vanaf het plein. Het dakterras is leeg. Oranje lucht gloeit na in lege glazen. Kanker, riep hij. Kanker, kanker. Feestjes en levens komen soms abrupt tot een eind.

Dag 12313

Brief, proza

Lieve S.,

Buiten schreeuwen mannen, maar waarover of waarnaar weet ik niet. Is het niet gek, al die machines en dat gezoem en geratel, het aanzwellen ervan in de loop van de dag en het zwijgen ervan elke nacht? Je weet dat dat komt omdat een mens ook slapen moet, en eten en warm blijven en liefhebben
en wat niet meer, maar dat maakt het golven ervan niet minder wonderlijk en vreemd. De wereld draait, en in datzelfde ritme draaien de mensen, en daarbinnen draaien de machines, die zelf tandwielen hebben. We branden op en branden af en er draaien miljoenen wieltjes die de dienst uitmaken,
zonder weten bepalen waar het leven begint en eindigt en ook nog wat er tussenin gebeurt. Geen wonder dat de mens al honderdduizenden jaren bang is. Geen wonder dat hij bij goden zoekt naar troost.

Werk je nog bij het concertgebouw, eigenlijk?

Dag 12312

Brief, proza

Lieve S.,

Het blijft lang koud in Nederland deze lente. Dapper heb ik de verwarming naar beneden gedraaid, maar ben daarin wellicht te enthousiast geweest. In de middagen, als het helder is, schijnt de zon op de dakplaten en warmt het snel op. Zodra de zon verdwijnt neemt ze de warmte mee. Misschien
verlang naar instabiliteit. Eindeloos drijven de wolken voorbij en zwerft het zonlicht over de muren, morgen weer, dan is het licht misschien wel grijs. Daar moest maar niets aan veranderen, de zon moest maar wat lijken te bewegen en de ene dag geruisloos doen overgaan in de ander. We
moesten elkaar zomaar wat met rust laten of juist opzoeken, daarvoor soms land en zee oversteken en dat het in beide gevallen goed is. Alle tijd om te denken aan buiten, om herinneringen voorbij te laten trekken, aan die brug aan het Zwartewater waar je onderdoor fietsen moest, en waar je altijd vrienden tegenkwam. Die brug ligt er nog, en aan het dorp zal ook niet veel veranderd zijn. Toch zijn ze beiden vergankelijk als de herinneringen waarin ze zich spiegelen, als in het water zelf. Ik hoop dat het goed met je gaat. Ik zal je snel weer schrijven.

Dag 12303

gedicht, vrije vorm

alsof ik een oppas was
de kinderen met grote ogen
em-dee-em-aa de wei
waarin ze loslopen mogen

ik had niets te vertellen
werd bij gebrek aan iets beters
buitenspel gezet
door dronkaards en pillenvreters

hoe glad onze handpalmen
verkrampt en ingehaakt
hoe angstaanjagend het veranderen
dat het leven ongrijpbaar maakt!

misschien is dit wat we verdienden
ik zocht de dierlijke warmte van mijn vrienden

Dag 12295

gedicht, vrije vorm

Vannacht droomde ik over [A.]. We hadden ooit een date, maar verschilden teveel van elkaar. In de droom lagen we op een groot bed en keken naar een kleine, oude beeldbuis-tv, zo`n paar meter van het voeteneind, waarop enkel kleuren te zien waren. Ze was nog steeds mooi, de lakens rood.

Dag 12285 – Hoek Drift/Nobelstraat

klankdagboek, proza

In de Nobelstraat hangt een oranje gloed, de zon net boven de daken uit. De gebouwen glanzen van de met de lente toegenomen luchtvochtigheid. Op de Drift hangen vlaggen boven de ingangen van de universiteitsgebouwen, die waren er eerder nog niet. Sinds een dag of drie zwellen knoppen aan bomen en struiken, zijn er prille blaadjes, heeft alles zoveel kleur opeens.

Een dag om een nieuwe jaartelling bij te beginnen.

De pieken van de Domkerk tussen de gebouwen door, gisteren een eerste vlinder. Tussen de haastige fietsers vast menigeen die wil, maar er uit tijdgebrek niet van proeven kan.

Dag 12264 – merel

klankdagboek

Een merel zingt om zes uur in de morgen. 4,3 keer vertraagd om de details van zijn zang bloot te leggen. Het is 19 maart, de dag waarop de dagen weer langer zijn dan de nachten.

Dag 12243

gedicht, vrije vorm

Teleurstelling:

de vetbol in de tuin
is verlaten, dag en nacht
(ik denk dat ik een
horde kamelen had verwacht)

Dag 12234 – Grebbeberg, Rhenen

klankdagboek

 

De Grebbeberg is een heuvel bij Rhenen, onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. Vanaf de heuvel kijk je uit over de Rijn tot aan de Waal de verte, over een prachtig landschap.Het is Februari, de ganzen komen net terug. Een grote groep is geland op de oevers. Aan de overkant van de Rijn wordt carnaval gevierd. Zo nu en dan brengt de wind een verdwaalde flard muziek mee. Halverwege vaart een schip voorbij, en doet de ganzen opschrikken.

 

Dag 12230

gedicht, Haiku

Stil contrast
muur grijs, bureau gebroken wit
niet naar buiten, nog
vertragen
ik heb de wekker al gezet
vertragen
ontwaken gaat vanzelf

Dag 12229

gedicht, vrije vorm

begeerte
door jouw open winter-ogen
voluit tweeledig, zo
lief, zo stil, zo bonkend van
wat ik niet begrijp en
jij niet horen wilt

Dag 12224

Dagboek, proza

Ik zit stil. Twee merels vliegen langs het raam. Ik schrik. Zij schrikken. De wereld in een notendop.

Generative Landscape, Paris 07-01-2015

klankdagboek

All sounds in this generative piece have as their source two videos of the Charlie Hebdo attacks that are circulating online. No other sounds were used. The goal of this piece is to generate beauty out of something ugly, and speak out for freedom of enquiry and expression. See below.


 

In the face of such ignorant violence, there are only a few things an artist can do.

1. Protest openly, and ask the government to do likewise and come down hard on anyone who uses force against equality and freedom of expression.
2. Don`t budge. Keep criticising and asking questions whereever necessary.
3. Encourage people to teach themselves critical thinking, to free ourselves from totalitarian ideologies and religion.
4. Use your art to speak out.

Use the arrow in the soundcloud box to download.

Zambia 17: United Church of Zambia

klankdagboek

CIMG0129

Zelfs als je niet religieus bent, is het een bijzondere ervaring om een Afrikaanse kerkdienst mee te maken. Deze opname is uit November 2012, op het platteland van Zambia. Het is een zondagmorgen in het hete droogseizoen. De zon brand op het dak. De golfplaten kraken als wolken passeren, puur door het temperatuurverschil. De dorpelingen zingen, bidden en preken. Meegesleept worden naar hier is geen straf.

 

Onze Lieve Vrouw Basiliek, Maastricht, Augustus 2014

klankdagboek

0002_Bron-wikipedia

De Onze Lieve Vrouw Basiliek is een oude Romaanse kerk in Maastricht. De kerk stamt grotendeels uit de 10e en 12e eeuw. In de Romaanse bouwstijl wordt het dak gedragen door dikke, zware muren. Daardoor blijft weinig ruimte over voor grote ramen, en er komt dan ook niet veel licht binnen. De Basiliek in Maastricht is geen uitzondering.

In deze opname overheerst de galm. Mensen komen binnen en lopen naar buiten, en worden luidruchtiger naarmate de tijd vordert. Pas tegen het eind van de opname wordt het weer wat stiller. Sommige geluiden zijn vrijwel constant aanwezig; stemmen, voetstappen, het laag rommelen van het gebouw. Anderen klinken maar een enkele keer, zoals het openzwaaien van een deur achterin het gebouw. Mocht je eens in de buurt zijn, dan is dit een interessant gebouw om eens te beluisteren. En anders is hier een opname van een uur.

De opname is binauraal. Luisteren met een koptelefoon geeft een driedimensionaal effect.

Zambia 08: Markt in Serenje

klankdagboek

CIMG0246

Serenje, hoofdstad van het gelijknamige district. We zijn op de markt om boodschappen te doen, en om te zien of we een lift kunnen krijgen, dieper het land in. Het is een wervelend gebeuren; Donkere voeten in sandalen werpen een wolk van stof op. Er doorheen lopen vrouwen, gekleed in felgekleurde doeken. De meeste winkels zijn containers, een enkele heeft een betonnen gebouw. Mannen onderhandelen over de prijs in Engels, Bemba en Nyanja. Vrachtwagens gevuld met veel te veel vracht en mensen komen en gaan als de dag verstrijkt. De zon staat er loodrecht boven, en werpt geen schaduw.