14256

gedicht, haibun, haiku
31 augustus 2020

voor het eerst in maanden is het fris binnen. Mijn huid is warm, hoorbaar begint in de verte het grommen en schrapen van de dag.

 

langs rijtjeshuizen
deuren vol vertrek slaan dicht
rond hen die blijven

14245

haibun, haiku
20 augustus 2020

laat het vertakken
door een glazen ruimte stroomt
al dat zich ontvouwt

14242

gedicht, haibun, haiku
17 augustus 2020

In alle vroegte voelt het even als in de tropen, kort maar, koel. Nachtelijke buien verdampen weer, er is condens, er is geen horizon. Bomen verdwijnen stapsgewijs in blauwe verten.

mist in de vroegte
wat de stenen niet drinken
wordt de atmosfeer

14241

gedicht, haibun, haiku
16 augustus 2020

twee onweersinslagen splijten de Neude in tweeën. Koelte slokt de zomer op, het silhouet van de stad verdwijnt in zwarte wolken.

blikseminslagen
op daken die het houden
stort de regen neer

14240

haiku
15 augustus 2020

rond een regenworm
kruipt een colonne mieren
kringloop van verval

14239

gedicht, sonnet
14 augustus 2020

behoedzaam maakt een bij haar ronde
langs de planten in de tuin
nu het nog kan, voor de zomerzonde
de zon maakt het blad al bruin

ik logeer hier om te genezen
van druk en moeite, van waarvoor?
de blokkade laat zich eenvoudig lezen
ik wil vluchten, maar moet door

een levend wezen zijn tegen wil en dank
zoals een cactus stapelwolkend bolt
en de kat muisstil slaapt op de bank

luister even naar de ruimte, hou om nu je mond
als je achterhoofd kort stopt met schreeuwen
vliegt een bij behoedzaam rond

14238

gedicht, haibun, haiku
13 augustus 2020

een zonnebloem, daarnaast paarse, hangende kelken waarin een hommel van kleur verschiet. Ik herinner me een klautertocht op een berg, vastslaande spieren en een van plots gerichte aandacht bonkend hart.

 

in afzondering
hommel zweeft van bloem naar bloem
Insula Dei

14237

gedicht, vrij
12 augustus 2020

een complex gevoelsleven
maar meer dan dit hoef ik niet
vertrekken naar hier
een veilige plek om te blijven
dat de anderen stil zijn
iets doen
dat het altijd zo’n zomermorgen is

14236

gedicht, haibun, haiku
11 augustus 2020

hoe houd je de wereld binnen, de mensenwensen buiten? De sluizen staan open, ze gaan nooit meer dicht.

 

vergeefse poging
het water stroomt al binnen
vloeibaar het bestaan

14235

gedicht, haiku
10 augustus 2020

het maakt niet uit dat je niet al te dicht bij zee woont, als je de meeuwen met hun keel hoort klepperen, zo ‘s morgens, tussen gebouwen die je nog niet ziet. Het maakt niet uit dat ze geen schelpen openbreken maar vuilniszakken, dat het mannen met handschoenen zijn die het vuil wegspoelen in plaats van de door zon en maan aangedreven zee.

 

gesloten ogen
hier op het koelst van de dag
is de weg nog vrij

14226

gedicht, haibun, haiku
1 augustus 2020

ook na verfrissende slaap torsen we alle onafgesloten gisterens mee.

 

verkoelende bries
stervend plantje bijgepunt
grijp in in wat is

14217

gedicht, haibun, haiku
23 juli 2020

Een fris hoekje van het balkon, in de schaduw. Vroeg zonlicht ontfermt zich over boomschors, wakkert dampvlammen aan boven een kop groene thee.

vroeg oranje licht
een kraai, hoog in een boomtop
warmt op, beraadt zich

14198

gedicht, haiku
4 juli 2020

in dit lichte huis
zonder weet van weer of wind
hangen planten stil

14187

gedicht, haiku
23 juni 2020

zelfs in eeuwig nu
is er onvermijdelijk
terugverlangen

14186

Notitie
22 juni 2020

gefragmenteerde nacht. Om 4 uur gaan wandelen. Vogeltjes, eerste zonlicht, ruisende blaadjes, voelbaar stijgende temperatuur. Utrecht leeg en verlaten. Het leek wel zoals tijdens…

Ja, voor het eerst: lockdownnostalgie.

14185

gedicht, haiku

21 juni 2020

in de warme lucht
en de geuren van zomer
ontkiemt grondwater

14157

Dagboek, haiku
11 juni 2020

ongestofte schouw
reikhalzend en lichtgulzig
ontvouwen planten

14169

gedicht, haiku
5 juni 2020

grond aan mijn vingers
het loof van een bananenplant
vlamt in het zonlicht

14165

gedicht, haibun, haiku
1 juni 2020

vroeg de ochtend, Lombok stil. Woeste meeuwen werpen zich op een vuilniszak naast de moskee. Ze zijn alles dat actief is, dat ruis, golven en problemen schept.

tweede pinksterdag
zwaluwen, zweepstaartwolken
en een stil vertrek

14155

gedicht, vrij
22 mei 2020

opgeslokt door een levensmoe matras zul je
tegen de stroom van stokkend ademen in
je lijf uitzwemmen

14154

Notitie
21 mei 2020

het was een dwaalspoor
niets begrijp ik van het universum
hoe kan ik haar indammen?

14127

gedicht, haibun, haiku
24 april 2020

op een vrijdagmorgen zonder ochtendspits loopt een man met een deken om zich heen de bosjes uit. Een meeuw en een kraai vallen elkaar beurtelings aan en geven niet toe. Een gemeentewerker hangt slaperig in zijn veegmachine en zwaait, boent de verwaarloosde vreugd van straat.

in alle vroegte
voor de mensheid luid ontwaakt
de geur van bloesem

14126

gedicht, haiku
23 april 2020

op een droge dag
een zwevende draad spinrag
weerkaatst dof de zon

14125

gedicht, haiku
22 april 2020

net als de stenen
op het eiland waar ze woont
haast niet veranderd

14124

gedicht, haiku
21 april 2020

een grote koepel
zo blauw als op vakantie
vouwt zich groots open

14123

gedicht, haiku
20 april 2020

een plant in de berm
felgroene bladerhanden
reiken naar het licht

14122

gedicht, haiku
19 april 2020

dartelend voorjaar
door de helderblauwe lucht
gallopeert een ster

14121

Uncategorized
18 april 2020

plekken in het gras
ook in pandemische tijd
het park vol afval

14120

foto, gedicht, haibun, haiku
17 april 2020

haast te sterk geworden rooibosthee gloeit mee met de opkomende zon. Onder de droge lucht trekt een houten tuintafel krom. Op straat roept iemand onduidelijk om een antwoord.

pas ontloken blad
wordt als rollende wolken
door de wind gekneed

14119

gedicht, haiku
16 april 2020

stapvoets de lente
en al het handelen wordt
stiller met de dag

14118

gedicht, haibun, haiku
15 april 2020

meeuwen en de planten van de buren bewegen als vanzelf. Hoog boven onze hoofden valt een schaarse vliegtuigstreep vertraagd uiteen.

door mooie natuur
en schreeuwerige steden
waait dezelfde wind

14117

gedicht, haibun, haiku
14 april 2020

het is donker, het licht lekte de straten uit. Leeg en verlaten is het plein. Waar vanmiddag de bloemist stond te roken bukt nu iemand, sprokkelt. Bij het klikken van de aansteker verschijnt in korte flitsen een verweerd gezicht.

kille wind op steen
haast ontgroende grashalmen
in nachtelijk blauw

14116

gedicht, haibun
13 april 2020

kleine vreugd: buiten het raam is een gebouw dat doet denken aan Stockholm, aan hoe daar op de eilanden gebouwen in vreemde hoeken boven elkaar uitsteken. Ernaast staat een jonge boom, zwiepend in de wind als zeewier in de golven. Die boom doet denken aan Afrika, aan ruwe, dorre bomen, wachten op het volgende regenseizoen.

een vergeten geur
een vervliegende indruk
stuurt de geest op reis

14111

gedicht, haiku
8 april 2020

avondschemering
uitstekende ambient
jaagt kat het dak op

14108

gedicht, haiku
5 april 2020

onhoorbare stad
schreeuwende luchtverversing
wat er is, is er

14107

gedicht, haiku
4 april 2020

dan maar naar buiten
in de donkere straten
fluistert lentewind

14106

gedicht, haibun, haiku
3 april 2020

de ruis van luchtverversingsinstallaties is net zo grijs als de lucht. Horecagebied heet dat, daar is alles anders. In de toppen van de bomen speurt een ekster naar voldoening, bevrediging van de genen.

een stille morgen
wildgroei op een vensterbank
doorbreekt de verflaag

14105

gedicht, haibun, haiku
2 april 2020

(ochtend)

op de stadsschouwburg rust een blozend wolkendek. Terwijl fragiele zuchtjes wind geduldig de stenen doen slijten hebben de grote tandwielen van het universum zich weer in onze afleiding verschanst. Wordt wakker!

de tegenstelling:
een spel van snel opwarmen
bracht de noordenwind

14104

gedicht, haiku
1 april 2020

contact vermijden
in crisistijd dag na dag
dezelfde muren

14101

gedicht, vrij
29 maart 2020

als ik je toch kan vertellen
over dat wat kijkt tussen de regels door
– laten we het ‘het absolute’ noemen:
de mens die wel denkt maar niet woest
en klunzig door zichzelf heen praat –
dan lukt het best, we waren in de duinen
ik werd overhoord
jij stelde de juiste vragen
mijn hand vond een dichtbundel
die ik je -dit wat ik bedoel!-

nu schenk.

14093

foto, gedicht, haiku
21 maart 2020

rijp op de daken
hoe de dunne laag vervliegt
verraadt de lente

14086

gedicht, haibun
15 maart 2020

op het journaal gaat de paniek viraal. Hier is het even stil.

als de avond valt
het donkerste van dit huis
absorbeert het licht

14072

gedicht, haibun
29 februari 2020

in deze ruimte is het stil. In deze dag tussen de tijd bestaat nog niets. Grijs licht valt uit de hemel, brengt water mee.

in grijze regen
toch de Zendo verlaten
druppelritmes, hout

14033

gedicht, haibun
21 januari 2020

zonsopgang, gestommel in huis. Een maag die vraagt om meer. Groene thee tussen broodkruimels op een houten tafel. Onzichtbaar wordt een kaars, rouwend om de vervliegende nacht, van kwetsbaar steen.

wat ochtendspits heet
pompt de lucht vol vuil en gif
blijft dit gewoonte?

14032

gedicht, haiku
20 januari 2020

donker kamer
uit haast onzichtbaar wit licht
zingt een radio

14025

gedicht, haiku
12 januari 2020

dit drassig weiland
een boom hangt in het water
trekt de aarde scheef

14024

gedicht, haiku
11 januari 2020

de Lange Poten
vertrapt achter een bankje
ligt een open boek

14022

gedicht, haiku
10 januari 2020

net voor Rotterdam
in de vroegte spoort een zwaan
nors de treinen aan

14021

gedicht, haiku
9 januari 2020

onder stenen boog
de stem die uit het oor is
wordt niet vergeten

14020

gedicht, haiku
8 januari 2020

de kraai overschreeuwt
zingende morgenvogels
te vroeg in het jaar

14019

gedicht, haiku
7 januari 2020

trillende stemmen
langs oude schilderingen
dag van overdaad

14018

gedicht, vrij
6 januari 2020

net na het einde
net bij het begin
graveerde snel verval kabaal
in gebroken draad en vallend staal

14017

gedicht, haiku
5 januari 2020

een raam met barsten
hier buiten in de schemer
ontsteekt plots een licht

14016

foto, gedicht, haiku
4 januari 2020

hier bij zonsopgang
houdt een zee van golvend gras
de duinen bijeen

14014

gedicht, haiku
2 januari 2020

de tweede avond
gordijnen en stroomuitval
bewaken de poort

14013

foto, gedicht, haiku
1 januari 2020

nieuw jaar, eerste licht
de lucht nog vol vocht en kou
stad draagt misten jas

14007

gedicht, haibun, haiku

De avond van Tweede Kerstdag. Mensen gaan naar huis, in het centrum groeit de Domtoren ver de hemel in. Vanmorgen in de nevel werd Utrecht elders, dreef Groningen op het gras.

een beschonken man
het einde van zijn latijn
schalt door de straten

13895

gedicht
4 december 2019

(de klank van een middeleeuws gebouw bouwen)

eenstemmig gezang
eeuwenoude weerkaatsing
kromme houten bank

13962

gedicht, haibun, vrij
11 november 2019

Stilte bestaat hier niet. Het gromt, klopt en bonkt tot het donker wordt. Als de mens zijn werk heeft gedaan, schreeuwt hij. Als hij schreeuwt heeft hij geen boom zien groeien, geen baksteen zien tobben in verval.

er is een groot verschil tussen
de mens en zijn werken en
de stilzwijgende weidsheid
die er buiten is

nu niet langer wachten
op het ongebeurde,
nu vluchten voor wie ons weghoudt
van open luchten en volle zee

van dat oneindige verdwijnen
het bekken omsloten en kopje onder
in het wonderlijk kolken
van de onderstroom

13954

gedicht, vrij
3 november 2019

in de voetstappen die ze achterliet
gleden langzaam kiezels, toen zand, toen hoornig vlies
de aarde raakte verweerd
het water bleef niet staan na regen

haar wollen sjaal was de afgrond op tafel
middeleeuws ogende straatstenen gisteren gelegd
januari leek lente van achter glas

nu is ze vrij van wat ze achterhield die dag
rijzen wolkenbergen achter de kale bomen die ons knevelden

13948

gedicht, sonnet
28 oktober 2019

“Mis je haar?”

ik was niet meer met haar bezig
tot kort voor vandaag
maar nu je het zo stelt…
wat een goede vraag.

Suzuki schreef een keer
dat het ego zichzelf vergeet
en juist toen ik dát nodig had
was dat wat ze met me deed

het waren zeker mooie dagen
een oase in de woestijn
maar het bracht ook onbehagen

het is goed zo en ook wel klaar.
alleen nu je het zo vraagt,
ja, dan mis ik haar.

13947

gedicht, haibun

27 oktober 2019

Boven de zwart geworden contouren van de stad hangt een laatste cirruswolk als zijn eigen schaduw in het vervagend blauw van de avondlucht. Twee glasbakken rinkelen om het hardst. De wind die de nachten kouder heeft gemaakt gaat voldaan liggen, een man hangt lege tassen aan zijn fiets.

 

als watervlekken
groeien de nachtschaduwen
de kozijnen in

13942

gedicht, haibun, haiku
22 oktober 2019

vijf uur ‘s morgens, een kerkklok, een sirene, dan stil. Theezakjes, een plant die om zich heen grijpt. Donker dat straks langzaam van het balkon zal lekken, tot grommend en percussief de mens de dag aanbreekt. Opnieuw beginnen, maar hoe?

 

grote, kleine geest
na openen van gordijn
de hele wereld

13939

gedicht, haiku
19 oktober 2019

uit hoop geboren
groeit uit lege oliefles
nieuwe plantenstek

13938

gedicht, vrij
18 oktober 2019

nu bekend is dat ze terugkomt
moeten de gaten dichtgespijkerd
de boot vlotgetrokken, leeggehoosd
de buik afgevlakt
het kielzog ingetrokken

nu bekend is dat ze terugkomt
kruipt nieuwe ouderdom gewrichten in
groeien bomen omhoog:
de grijze lucht geeft ze daar water

nu bekend is dat ze terugkomt
koop ik weer die jas tegen de regen
en schoenen tegen de bollende sneeuw
die dromerig haar borst uitsmelt

13934

gedicht, vrij
14 oktober 2019

het kunstlicht schijnt hier feller
dan in woonkamers die waarvan ik nog weet
waarin halfontklede vrouwen ‘s avonds laat voor de spiegel staan
en ik mijn handen op hun heupen leg

‘je moet niet bang zijn om gelukkig te zijn’ wordt er gezegd
dus laven we ons aan het geluid van voetstappen in een steeg
voor altijd voortschrijdend
voor altijd verdwaald in het verraad van de rechte lijn

13931

gedicht, vrij
11 oktober 2019

fotoafdruk in het grind
herinnering in hippiejurk
valt uit een boom de fontein in
baadt nog altijd stralend en dierbaar
in het licht dat op haar viel die dag

13930

foto, gedicht, haiku
10 oktober 2019

ook in winterhelft
oplichtende bladeren
van een kamerplant

 

13925

gedicht, vrij
5 oktober 2019

Ondanks dat ik weet
dat hij onder dat gras
langzaam zijn vorm verliest
en ik een naar beeld heb
van hoe dat oogt

ondanks dat ik weet
dat hij me niet horen kan
slechts een homp moleculen rest
die nog ergens op hem lijkt
– nee niet aan denken –

leg ik een hand op het zand rondom zijn steen
zeg dat ik het ben
dat ik hem mis

nog altijd

13924

gedicht, vrij
04 oktober 2019

(Aan L.)

of ik door je ogen kan zien
hoe je vanuit je bed keek
hoe de ruimte eromheen
steeds kleiner werd

of ik door je ogen zie
ons geboortejaar, hetzelfde tijdperk
hoe vanuit dat bed die wereld
langzaam verstikkend werd

en hoe je,
toen het leven tot aan het matras was weggevloeid
er voorzichtig draaiend met één been
en toen je hele wezen

uitstapte.

(rust zacht)

13919

gedicht, haiku
29 september 2019

(haiku op bankje
in de stromende regen
in het Zocherpark):

haringgrijs herfstlicht
op natuur nog los gekleed
in haar zomerjurk

13917

gedicht, vrij
27 september 2019

IJkpunt (voor M.N.)

verjaardagen zijn een ijkpunt
overspoeld worden door wie aan je denkt
afstanden doen rillen en
zonder twijfel wachten op een antwoord

in de praktijk die de wereld is
(zo heet dat)

reflecteren glazen gebouwen
de dag die had kunnen zijn
blijven zintuigen kleven
tussen donkerbroze voogden

in de praktijk die de wereld is
(zo noemen ze dat)

stijgt je hand niet langer op naar de klink
blijven deuren hangen in het slot
versperd voor schouders, voor liefs, voor pijn
doet niemand meer open

om te zien dat we er nog zijn (echt).

13913

gedicht, haibun
23 september 2019

Vóór zonsopgang, vóór de ochtendspits. Eigen voetstappen komen boven het verkeersgeluid uit, zachte regen ruist fluisterend over de gracht. Café’s worden vast met drankvatten gevuld, een klok schijnt als een maan. Een montere man werpt een hartelijk ‘goedemorgen!’ door een stevige wolk sigarettenrook. Knikkend naar de stenen gebouwen zwengelt hij een bladblazer aan, die hees bulderend de dag begroet. Het zijn de nieuwe hanen, ze liefkozen de belofte en wenken de zon.

vlak voor equinox
ochtendlicht nog niet feller
dan de daglichtlamp

13909

gedicht, haiku
19 september 2019

in een donker huis
houden twee boekenkasten
de muren uiteen

13908

gedicht, vrij
18 september 2019

kerkklokken in de morgen
geven wat ze hebben en zich herinneren
het beieren hult zich in een zwarte overjas
tussen de paden die we dagelijks gaan
gonst de boevenklok als een begrafenisbel

13858

Uncategorized
30 juli 2019

even vakantie
daar knap je van op
al is het maar kort
en al is het maar klein

we gaan er van uit
dat later bij thuiskomst
alles wat dringt nog
steeds dringend zal zijn

begin september terug met nieuw materiaal!

13833

proza
5 juli 2019

Soms vraag ik me af of ik vriendschappen heb die niet zo sterk zijn als ik verwacht, vriendschappen die de anderen slechts in stand houden omdat ze me zo aandoenlijk vinden, maar waar ze eigenlijk geen zin meer in hebben. Meestal ontdek ik het tegenovergestelde; dat er weer iets te doen was, dat ik me tijdenlang heb afgezonderd in bos en boeken en bladmuziek, dat ik bij hernieuwd verschijnen in kussen en knuffels wordt gebaad. Dan voel ik dat we zo op elkaar kunnen rekenen dat het van godsgeluk schuurt.

Er valt licht naar binnen. Op tafel staat een pan vergeten eten.

13832

proza
4 juli 2019

Vijfenveertig minuten later, de bewolking breekt. Platte pufjes met daartussen rivieren van blauw, als zeewater dat bij eb na iedere golfslag bochtjes draaiend als kleine vogels de snelte weg terug zoekt naar de moederschoot.

13826

gedicht, haibun, haiku
28 juni 2019

Weer fris genoeg (het weer) om thee te drinken. Nog rustig in de stad, weinig snelweggeluiden. Zo’n eigenaardig gekleurde morgen, een dag ontdaan van iets waar ik nooit een woord voor gevonden heb.

naar binnen gekeerd
in het ruisen van de stad
verdwijnt hij steeds meer

13825

haiku
27 juni 2019

(honger)

‘s morgens op het balkon
het ontbijt van de buurvrouw
ruik ik met mijn maag

13817

gedicht, klank, vrij
19 juni 2019

er naderde onweer
heldere schichten kon je aan de einder zien
opstekende wind bracht geur van regen, klank van treinen

er zakten wolken door de lucht
boven de daken werd het rood en donker als bij zonsondergang
op een onbewaakt moment stopte een timmerman met spijkers slaan

 

 

13814

gedicht, vrij
17 juni 2019

ze hangt weer voor me
dof moe nevelig grijs
badend in de geur van uitgebrande kroegen
de herinnering wil niet verdwijnen
laat niets zijn zoals het is

13812

gedicht, haiku
14 juni 2019

geluid van regen
het maar niet opkomen van
plant onder plastic

13811

gedicht, vrij
13 juni 2019

Naar buiten kijken met vermoeide ogen hoe het maar blijft regenen. Licht gelukkig, lange weg in zicht. Als ik naar buiten loop slaat een boeggolf van druppels op weg naar zee.

 

13810

gedicht, haiku
12 juni 2019

ergens van boven
zwarte luchten, zwarte inkt
druppels op papier

13807

gedicht, vrij
9 juni 2019

onder het gras de koude grond
in de nevel nog het weer van gisteren
hij houdt van literatuur zegt hij
van het ontwikkelde licht klassiek
en wil terug naar het verleden

het is een leugen vol
harde lijnen en aardappeleters
democratie verkleed als eigen gelijk
hij wil nooit hoeven vrezen
dat hij in opgetrokken nevel

zijn vijand ontmoet

13806

gedicht, haiku
8 juni 2019

zaterdagmorgen
door slaapkamerramen schreeuwt
de man zonder rem

13804

gedicht, haiku
6 juni 2019

mensen op een plein
droge zomerbladeren
hun silhouetten

13803

gedicht, haiku
5 juni 2019

lopen langs de gracht
een hangplant grijpt naar water
drijft dan weer voorbij

13802

gedicht, haibun
4 juni 2019

prettig klam. Verre vliegtuigen imiteren naderend onweer. Links is het donker, rechts is het licht. Onmogelijk gevormde wolken drommen grommend samen. We hebben regen nodig, voor vandaag, voor morgen.

 

naderend onweer
op de donderachtergrond
groeien zwaluwen

13801

gedicht, vrij
3 juni 2019

na een warme dag stroomt frisse lucht naar binnen
de muren al koel, de dag zeker
een plant hangt kalm aan haar eigen gewicht

13797

gedicht, haibun
30 mei 2019

de motregen op hemelvaart. Voor de dauwtrappers komt de dauw uit de lucht dit keer. In het onnaargeestige grijs van de morgen ruisen planten oorverdovend groen.

 

in het hoge gras
slijten zoekende voeten
een verdwijnend spoor

13796

gedicht, haiku
29 mei 2019

het negende uur
uit de laatste vogelzang
loopt de dag al leeg

13795

gedicht, haibun
28 mei 2019

Totale stilte voor de ochtendspits. Een stad nog leeg, niet geblokkeerd door auto’s en lichamen, de lucht nog vrij van uitlaatgas. In het gras besluipt een kat een duif. Als de duif vlucht, zoekt de kat onverstoorbaar verder. Het gras nat, de belofte van regen.

het water tikt op
vormen in stromend water
een blik in de goot

13794

gedicht, haibun
27 mei 2019

Zittend op een kussen groeien namaakrieten matten mijn buikwand binnen. Onbeweeglijk lichaam verbijt, verdooft zich. Lichte wolken in de morgen zijn rustgevend en onheilspellend. Hoofd zakt diep in buik, waar de schedelscherven prikken. Ik kijk haar aan, maar ze kent nog steeds mijn naam niet.

onder avondschemer
overdekt door bonzend hart
klinkt een stem op straat

13793

gedicht, vrij
26 mei 2019

van planten en wat er op leeft
begrijp ik niets
als ik oud word, hoor ik de zwaluwen niet meer,
is geen enkele vraag opgelost.

13792

gedicht, vrij
25 mei 2019

zaterdagavond
een vliegtuigstreep is wolk geworden
ik voel dat ik zie, maar weet niet wie
weet niet waar

13791

gedicht, haiku
24 mei 2019

op een dakterras
valt kraai plastic vogel aan
woest, onbegrepen

13790

gedicht, haiku
23 mei 2019

schrijvend onder de Esdoorn
rimpelen mijn handen
in weerspiegelend water

13785

gedicht, haiku
18 mei 2019

liggend in het park
lengende schaduwletters
de gevluchte Os

13783

vrij
16 mei 2019

Over thee (2)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met volle aandacht moet drinken. “Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een betekenisvolle stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben!”.

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.

Altijd als ik die snelle thee drink moet ik denken aan Zambia, waar theedrinken in afgelegen gebieden bijna een ritueel is. Dat zit hem niet in de cultuur, maar in de afwezigheid van stromend water en elektriciteit. Iedereen die ziet dat je thee drinkt weet dat je ruim een half uur met putwater en kooltjes in de weer bent geweest om die thee te bereiden. Ze geven je als vanzelf de tijd om ervan te drinken. Natuurlijk bied je ook thee aan. Bij acceptatie drink je samen en gebruikt weinig woorden.

Sinds Zambia kan ik het nauwelijks over mijn hart verkrijgen om snel te zijn. Mogelijk had één leraar gelijk waar de ander hem niet duidelijk tegensprak.

(In memoriam B.O.)

13782

vrij
15 mei 2019

Over thee (1)

Ooit had ik een zen-leraar die vond dat je thee langzaam en met aandacht moet drinken.
“Dit is heel bijzondere thee!”, zei hij dan en liet een veelbetekenende stilte vallen.
“…het is de enige thee die we hebben.”

Later had ik een leraar die leerde dat je niet over je thee moet mijmeren, maar hem snel moet opdrinken.
Je moet nooit de laatste zijn die klaar is.

Ze kennen elkaar. Ik weet nog steeds niet of er een paradox in besloten ligt.

(In memoriam B.O.)

13781

gedicht, vrij
14 mei 2019

barsten in het plafond
dat dichterbij en maar
niet naar beneden komt.

13780

gedicht, haibun, haiku
13 mei 2019

Bij het vallen van de avond trekt men deuren in het slot. In het klikken hoor je weerkaatsingen van de buitenmuren komen, in het dreunen voel je hun gewicht.

 

stil en laat blauw licht
verstrijkende tijd begraaft
dit huis in het stof

13779

gedicht
12 mei 2019

Boven de stad vallen stapelwolken uiteen, randen rafelend als ooit het Romeinse rijk. Uit een kop thee op de tuintafel stijgen nieuwe rafelranden op, terugkerend vocht dat in wolken zal wonen en overwinteren in de oceaan.

 

kort licht op balkon
achter gisterfeestlichtjes
waait de regen uiteen

13778

gedicht, vrij
11 mei 2019

Juist de nacht voor hij uit het leven wilde stappen
– alles in plastic, de haakjes al aangebracht –
kreeg hij een fatale hartaanval.
Als hij dat geweten had,
hoe het drama hem werd ontnomen!

13777

vrij
10 mei 2019

hard geworden herfstbladeren van vorige herfst geven schaduw aan vroeg openende bloemen. Twee jaren ondersteunen en raken elkaar.

13773

haibun, haiku
6 mei 2019

Op het Jaarbeursplein gonst een langgerekte zoemtoon, een signaal, een machine: bouw. Een laag ruisen maskeert het verkeer in de verte. Het is vroeg, de mensen zwijgen nog. Een groep mannen met identiek haar breekt de stilte en lacht uitbundig. Je kunt hier vandaag geen klanken oogsten, en woorden weinig. De grond trilt. Er komt een trein.

stenen stationsplein
groepen mensen ploegen door
ochtendruis en -roes.

13769

vrij
2 mei 2019

iemand zegt: ‘ik mag niet gokken van mijn vriendin. Maar ik gok niet: ik wéét gewoon de uitslag.’ Buiten de trein stijgt de luchtvochtigheid met zich over de weken ontvouwende bladeren. Tussen Gouda en Den Haag bloeien velden vol bloemen.

Op de terugweg druipen windmolenwieken van de grijze regen.

13767

vrij
30 april 2019

Van een afstand legde ik het geluid van de Utrechtse Vrijmarkt vast. 48 uur lang liet ik de microfoons draaien, de markt ontstond, doofde uit, werd weer aangewakkerd en uiteindelijk ontmanteld.

Nu voeg ik echo’s toe om de mooie, donkere stadsruis te benadrukken. Elke tik wordt een waterval van klepperende metronoomklikjes, een miljard apen op een typmachine. Zo omarmen we de werkelijkheid, terwijl we haar ontvluchten.

13761

gedicht, haiku
24 april 2019

spits bij de singel
een meerkoet zwemt ferm
door weerspiegeld gras

13760

gedicht
23 april 2019

mooie dag op komst
eerder gedragen kleren
ruiken naar gister

13759

gedicht, vrij
22 april 2019

probeer hem bij elkaar te rapen
van zijn ademhaling tot het water in zijn ogen, zijn alledaags gedrag
de delen die al zijn vergaan
hij is op drift, nooit meer zichzelf
zijn gezicht verhult steeds meer niets dan iets.

Hij is weg.
‘s nachts met Pasen droom ik hem terug.

13758

gedicht, haiku
21 april 2019

Paaszondagmorgen
treurige geschiedenis
heeft klokklank bevlekt

13757

gedicht, haiku
20 april 2019

avondschemering
een stoel met wespentaille
door ruis geflankeerd

13756

gedicht, haiku
19 april 2019

een lenteavond
in afkoelende lucht
nog geen zwaluwen

13755

gedicht, haiku
18 april 2019

door koperdraden
diep in toendra begraven
klinkt die diepe stem

13754

gedicht, vrij
17 april 2019

er kraakt iets van molmig hout
is het de buurvrouw op hakken
is het de buurvrouw die rookt
is het een dakgoot vol wijfelende duiven
stijf en met nekkramp
van het leunen tegen de wind?

13753

gedicht, haiku
16 april 2019

lente in het park
een reiger sluipt behoedzaam
door glanzend water

13752

gedicht, vrij
15 april 2019

(de gracht, )

ze groeven haar lang geleden
ik denk aan alle dronken mensen
die het water aan de lippen stond

13751

gedicht, haiku
14 april 2019

boven het water
en geurend naar gras
is dit elke stad

13750

gedicht, haiku
13 april 2019

rulle heidegrond
de droogte van vorig jaar
rust nog op het zand

13749

gedicht, haiku
12 april 2019

op het heidepad
veel droge dennenaalden
sporen in rul zand

13748

gedicht
11 april 2019

bij vroege morgen
in een uitgestorven park
vangt riet het zonlicht

13747

gedicht, haiku
10 april 2019

stil in het Griftpark
in het gras pikken kauwtjes
gretig naar ontbijt

13746

gedicht, haiku
9 april 2019

verre kerkklok strooit
bolvormige signalen
over puntig dak

13745

gedicht, haiku
8 april 2019

vanuit natte grond
gras met overlevingsdrang
bestormt de stadsmuur

13744

gedicht, haiku
7 april 2019

bouwput in centrum
aan lucht grenzende hijskraan
draait om de aardas

13743

gedicht, haiku
6 april 2019

water begeleidt
vogels en graafmachines
bij hun ochtendzang

13742

gedicht, haiku
5 april 2019

lente begint koud
onder prille bladeren
mos en druppels dauw

13741

gedicht, haiku
4 april 2019

op maandagmorgen
schreeuwen de machines
al bij het ontbijt

13739

gedicht, haiku
2 april 2019

als in reflectie:
uit korstmossige takken
schijnt het eerste licht

13738

gedicht, vrij
1 april 2019

na zeer lange dag
het hoofd leegmaken
balans hervinden
het hoofd volstoppen
de keel losmaken
moe en leeglopend
Guillaume de Machaut
Messe Nostre Dame
grote kwartklanken
in verhouding tot
dit soort eeuwigheid

13737

gedicht, vrij
31 maart 2019

ze is weg
ze is terug
ze is in beeld
weer aanspreekbaar

13735

gedicht, haiku
29 maart 2019

een heel jaar voorbij
teder het zand aanharken
bloemen op zijn graf

13737

gedicht, haiku
26 maart 2019

‘s morgens bij de thee
nu kruipt een hele wereld
door mijn keel omhoog

13736

gedicht, haiku
25 maart 2019

bui: heel kort weerkaatst
horizontale regen
van de Neudeflat

13735

gedicht, haiku
24 maart 2019

zondagavond vroeg
aan een hoge steiger danst
een touw in de wind

13734

gedicht, vrij
23 maart 2019

lezend op de bank zonder te beginnen
pas als ik niet beweeg komen de woorden
ongemoeid in een open ruimte
worden boeken langzaam oud
een leeftijd die zich telt
in mensenhanden

13733

gedicht, haiku
22 maart 2019

mist in de straten
bij elk Messiaen-akkoord
verschiet ze van kleur

13732

gedicht, haiku
21 maart 2019

waar vorige week
de tuinstoelen omwaaiden
daar liggen ze nog

13731

gedicht, haiku
20 maart 2019

zonlicht, perron
even zacht afscheid nemen
als de lucht vandaag

13730

gedicht, haiku
19 maart 2019

nu opeens windstil
dun wolkendek reflecteert
fotonen van ver

13729

gedicht, haiku
18 maart 2019

toestand verdwenen
zonlicht op flatgebouwen
weet prachtig van niets

13728

gedicht, haiku
17 maart 2019

nacht, Mariaplaats
hoge wijzers op de Dom
verraden het uur

13727

gedicht
16 maart 2019

(recensie in zeven haiku’s)

1.
in de lijdenstijd
betekenisloos- en vol
door het vorig jaar

2.
over het altaar
klinkt koor uit de coulissen
muziek oud modern

3.
zenuwen hoorbaar
alsof de muren buigen
raakt de galm ontstemd

4.
dan onduidelijk
opmaat, afmaat, opstaan, gaan
een duo zet in

5.
onder de bogen
als ter nagedachtenis
raakt vedelklank muur

6.
wij raken elkaar
weten al van tevoren:
vanavond is goed

7.
tijdens het zingen
brandt in lichaam en kaarsen
vuur voor mijn vader

13726

gedicht, vrij
15 maart 2019

zingen in stippen en vlekken
de bolwerken van Hildegard, wit en blauw
verstikken de klaagzang, omsingelen eerdere schedel

een nevel van kabels
van grommend buitenverkeer nog vochtig en nors
smelt in de graven, in de stenen vloer

trillend naar de verdommenis
tik af, zet in, in een koude kapel
breken alsjeblieft de registers open.

13725

gedicht, haiku
14 maart 2019
(vier nachtdelen)

1.

achter de huizen
komt in knopen en buiken
het verkeer voorbij

2.

achter mijn ogen
trekt knipperend en flitsend
migraine voorbij

3.

onder de deken
komen haast bewegingloos
maannachten voorbij

4.

achter de wolken
komt knipperend en flitsend
een heelal voorbij

 

13724

gedicht, haiku
13 maart 2019

zittend op de grond
in ver verwijderde bol
tintelen voeten

13723

gedicht, vrij
12 maart 2019

een nacht wakker, in tintelend donker
in mijn oren zoemt nog de telefoon
in mijn ogen onthullen eerste vlekken zich
net in halfslaap huilde in het raam een vreemd gezicht
in mijn voorhoofd stapelen geuren zich klevend op
groeien in stervorm schimmmelig aan de muur

13721

gedicht, vrij
11 maart 2019

ik heb de luiken dichtgedaan
ben gevlucht achter de gordijnen

als ik nu sterf zullen de meubels zo blijven staan
tot weer het dak te pakken heeft
dan begeleiden de meubels de wind, bemoedigt de wind de meubels
in een open ruimte tussen vier muren
vragen ze elkaar eeuwenlang ten dans

13720

gedicht, haiku
10 maart 2019

wolken wijken uit
daken druppen rillend na
plotseling de maan

13719

gedicht, vrij
9 maart 2019

tussen de buien door vluchten
dan een boom bevuilen
uit dit doolhof van deuren komen
deze nacht, in deze ruimte
sluiten de gordijnen steeds verder

13718

gedicht, haiku
8 maart 2019

vallende druppels
vervuilde wereld boort zich
in raamkozijnen

13713

gedicht
7 maart 2019

de geur van regen
open kelen, open hart
stemmen het water

13712

gedicht, haiku
6 maart 2019

onder koepeldak
glas in lood, de kleur van stem
naderend afscheid

13711

gedicht, haiku
5 maart 2019

oude houten vloer
grommende machines slaan
lijnen in het stof

13710

gedicht, vrij
4 maart 2019

ik schrijf je een brief vol droomloze slaap
over met aangekoekte modderschoenen op houten vloeren aankomen,
het witte stof, de verflucht,
het weer dat je thuis achterliet, waarvan je nu niet weet:
het regent, de basten glimmen nat.

Met de eerste wolken wordt het donker.
De laatsten doen straks het licht uit.

13709

gedicht, haibun, haiku
3 maart 2019

Stormachtig. Rommelende windstoten ruiken naar regen. Omvallende stoelen werpen valklank tegen de muren. Herinnering aan zee, aan ver. De dag begint.

bol en opwellend
reikt de stormwind naar binnen
slaat bladzijden om

13708

gedicht, haiku
2 maart 2019

tussen de huizen
sireneinterval buigt
zich over het blok

13707

gedicht, haiku
1 maart 2019

hortend en stotend
weeft een zwarte wolk kauwtjes
luid de hemel dicht

13706

gedicht, haiku
28 februari 2019

strak, hoog en hoekig
schiet een eeuwenoude stad
nog steeds uit de grond

13705

gedicht, haiku
27 februari 2019

ver een piano
akkoorden, repetitief
je ademhaling

13704

gedicht, vrij
26 februari 2019

de mensen willen zoveel
vooral dingen verkopen
na ons komt de zondvloed
al tot de enkels

13703

gedicht, vrij
25 februari 2019

je moest er eerst omheen
mocht enkel binnen door het hek
er werd met taalboeken geslagen
de grijze, met de mooie cirkels

wolkjes licht stonden onder de Kastanje
tot je ruw werd gewekt
door die taalboeken, zomers dus
er viel een piano van een brandtrap

alles moest uit de grond
uit baksteen moesten nieuwe gebouwen groeien
we balden schoppend en vloekend
tegen een blinde muur

13702

gedicht, haiku
24 februari 2019
(zondagmorgen zeven uur)

de mensen slapen
de vogels hebben hun plicht
al zingend volbracht

13701

gedicht, vrij
23 februari 2019

in het nog onbegaanbare buiten groeien nieuwe bloemen
maar stil nog, de koppen hangend, het is nacht geweest

hevig gedronken werd er, vriendschappen gesmeed
waarin de jaren uren duurden

dichterbij nu, ze zijn al binnen
ik zou willen

dat het zomer was, dat er gras lag,
dan was ik erbij, werd het een herinnering,

een potloodschets waar de strepen
korrel voor korrel vanaf zouden schuiven.

de muur is dun genoeg om door te spreken.
te jong om dood te gaan vraagt iemand om een sigaret.

zijn voetstappen staan er nog, zondagmorgen,
zijn keel was dik van ontroostbare vreugde.

de vloer plakt, de deur staat open.

er is niemand op de gang.

13700

gedicht, vrij
22 februari 2019

het korstmos op de daken
de koude lucht draagt het tevreden kraken
van een krom stollende kaars

13699

gedicht, haiku
21 februari 2019

een lach ontvouwt zich
ze rekt zich dromerig uit
net na de stilte

13698

gedicht, haiku
20 februari 2019

eind februari
vroege lentezon doorschijnt
asgrauwe handen

13697

gedicht, haiku
19 februari 2019

ik ontmoet de nacht voor alle eerste keren
voor het eerst in tijden bewust en horend naar haar toe
ik wist niet dat het hier zo regenen kon
niet dat het hier al was begonnen
de waterval die je grieven versterkt
en ze meeneemt en terugkomt en schreeuwt als door een waterrad

veel te vroeg hoor je al niets meer
dat is een begin

13696

gedicht, haiku
18 februari 2019

we hadden elkaar al zo lang niet gezien
dat je niet wist dat er kaarsen brandden
in een poging het vuur en de schade te vergeten.

13695

gedicht, haiku
17 februari 2019

langzaam ontwaken
in het alomvattende.
de galm is niet echt.

13693

gedicht, haiku
15 februari 2019

koolmees, merel, duif
de oranje ochtenden
komen al terug

13692

gedicht, haiku
14 februari 2019

woorden, eeuwenoud,
verweven melodiën
muurvast in het hoofd

13691

gedicht, vrij
13 februari 2019

als we samen zingen in het Latijn
kunnen we de lucht om ons verwarmen
elkaars gezichten zien, erover praten, weten
dat alles verankerd in beweging is
elk lichaam dat we aanraken vluchtiger
dan elk van ons nu al weet

13690

gedicht, vrij
12 februari 2019

het is al gewoon
het is al sleur
alles is aan afkalving
en schokken reparatie onderhevig

13689

gedicht, vrij
11 februari 2019

daken zweven boven daken,
daarachter grijze asfaltwegen zoals toen in Dunedin de zee.
Je begrijpt het niet, zeg je,
maar het gaat om het staan op deze bolle aarde:
die keert reikhalzend de zon haar en onze wangen toe.

13688

gedicht, haiku
10 februari 2019

een bekende straat
vier zacht zingende mannen
geven nieuw elan

13687

gedicht, haiku
9 februari 2019

einde regenbui
soms worden dagen stiller,
groeien op je huid

13686

gedicht, vrij
8 februari 2019
drie migrainedromen (3)

sirenes in de nacht
twee tonen toch monotoon
de waaier aan kleur erin
die bij daglicht niet opvalt en stopt
als plaats delict gevonden is

13685

gedicht, vrij
7 februari 2019
drie migrainedromen (2)

het liedje dat niet stopt met draaien
de wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik
het linkeroog dat naar de rechter kijkt maar de neus moet dulden
de stoffige vloer van heel dichtbij, daar is niets aan te doen.

er is geen lied voor de bewolkte maan
voor stilstaande storm en gevoelloze huid
voor wandelende flitsen net boven de ogen net buiten bereik.
in blauw en grijs wordt de pijn verlicht

een schijnsel dat nooit op de muren valt

13684

gedicht, vrij
6 februari 2019
drie migrainedromen (1)

dat kleine deel van Nederland dat de waterstand meet
ligt daar op plastic plezierjachten, doet maar, doet maar,
kijkt van onder hoezen hoe de regen bellen blaast in de gracht

en alles steekt van weeïg licht. Alles komt eerst nader tot de ogen.
Algen zullen moeten groeien tot de sluizen openbreken
tot waterslijk uit je buik zwellend klimt tegen het broze van je schedel

bij de weerd

13683

gedicht, vrij
5 februari 2019

aarde draait zon achter wolk
water wacht de aanval af
schaduwen werpen zich op
een heuvelrug van kreukels
in ongestreken kleding

13682

gedicht, haiku
4 februari 2019

klank van middernacht
drijft geur en herinnering
door het open raam

13681

gedicht, haiku
3 februari 2019

ondanks natte jas
ondanks grijsblauwe strepen
waren druppels rond

13680

gedicht, haiku
2 februari 2019
recensie in vier haiku’s

concert op vrijdag
onder getekend gewelf
in de Pieterskerk

mengende stemmen
en elektrische bellen
ruisen over steen

de ramen donker
de klanken alle kleuren
gesloten ogen

bloemen openen
een golf van ruimtelijkheid
en van kippenvel

13679

gedicht, vrij
01-02-2019
mettertijd

onwennig draagt de stad haar nieuwe jas.
de vorst ademt wolkjes in
uit monden, uit schoorstenen, daar komen de wolken vandaan.

zo schrijf ik je als niemand nog bestaat
het ruisen van de kachel de vorm van de ruimte aanneemt,
de lucht roder voorbij trekt dan ze werkelijk is.

je kunt de dag beginnen met beweeglijke vogels
en onverschillig metaal, je verwonderen,
zien hoe alles zichzelf al draagt en mettertijd

verder smelten zal.

13678

gedicht, haiku
31 januari 2019

donderdagmorgen
met dichte mist rijst de vraag
wat bestaat er nog?

13677

gedicht, haiku
30 januari 2019

een stem van vroeger
besluiteloze wonden
openen, sluiten?

13676

gedicht, haiku
29 januari 2019

samen op dit vlot
er is geen ruimte over
niet fysiek, niet nu

13675

gedicht, haiku
28 januari 2019

‘s morgens als een bloem
het gezicht openvouwen
naar de namaakzon

13674

gedicht, vrij
27 januari 2019

sta op, trotseer het donker
de aarde is klein
de winter is klein
achter de regen en de wolken
ligt de rest van het heelal, daar
schijnen miljarden zonnen

13673

gedicht, vrij
26 januari 2019

bloed uit gezicht weg
waar blijf je in
de ruimte waar je net nog was
uit één hersenhelft
zo droevig weggelekt
waar blijf je hier
hoe kom je terug

13672

gedicht, haiku
25 januari 2019

rust in gedachten
tijdens koude sneeuwnachten
blijven auto’s thuis

13671

gedicht, vrij
24 januari 2019

er lopen vreemde aderen door het bos
wandelend door de gassen ruiken we de bomen niet
afgesneden door brute kracht steken we niet over
door de ijzeren ruis staan we los en horen niet
hoe zwijnen en herten kraken, eekhoorns spokend rennen
druppels op de grond ons willen vertellen hoe de sneeuw smelt van de dennen
van Panbos tot Heuvelrug en plots urgent ter plekke
in de parallele wereld langs de weg naar Zeist

13670

gedicht
23 januari 2019

kou stijgt uit de grond
aan daken en maanlicht hangt
sneeuw van gisteren

13669

gedicht, vrij
22 januari 2019
Verduistering

vorstnacht bij fel maanlicht
meter voor meter projecteert de zon
een foto zoals de astronauten namen:
stukken aarde, een negatief in rood en zwart

van ver op het maangezicht.
sterren, in nieuwgeboren duisternis verschenen,
wachten tot de ochtendspits begint.

een nacht lang: de stilte het donker
het donker de stilte
en dan plots boven gebouwen

tevoorschijn.

 

13668

gedicht, vrij
21 januari 2019

je ziet hier iedere dag hetzelfde
hekwerken, ramen, deuren
een plastic plant zonder kleuren
schudt de dauw uit zijn haren
een vorm van heden tussen vroeger en later
rietgevlochten stoelen, gedachten, beloften, bedoelingen
en aan de ruiten treurig hangend water

herfstbladeren verscholen in wintersneeuw
de lente die nog dolend
in een hinderlaag verscholen
op ontploffen wacht
de verwachting die al dampend
blijft komen uit takken van bomen die nog sluimeren, dromen
en de zon die beloftes maakt van de droogte en hoe hij in de hoge zomer
tot wasdom zal komen.

je ziet hier iedere dag hetzelfde
slaperig zit ze al dagen vragend tegenover me
giechelt bij een ontbijt van drooggebakken broodjes
met buiten vorst en hoemoes tegen de dorst
‘de ramen zijn goed beslagen’ zegt ze en iets over isolatie
je ziet de mensen als schimmen vliegen, rennen
van alle beweging die ik op de koude straat zie
kan ik van de wereld het minst of niets ontkennen.

13667

gedicht, haiku
20 januari 2019

reikende takken
ineengeklapte duiven
schuilen voor de nacht

13666

gedicht, vrij
19 januari 2019

wat komt ze mooi
eindeloos
dag in dag uit overwaaien

met de zachte winter
met het eerste vriezen
met de eerste bloei

het is zoals bij samenleven
de herhaling kan zo maar
het begin van het einde zijn

13665

gedicht, vrij
18 januari 2019

op gevlochten vloerpanelen
zit ze met gekruiste benen
neer te dalen naar de rust

ze strijkt de vermoeidheid glad
handpalmen op het gezicht
alsof ze zichzelf wakker kust

ze draagt de naam van die Byzantijnse
die zich oniconoclastisch
op iedere munt liet slaan

maar is nu hier
met luchtdeeltjes om haar kleren
vastberaden om snel weer weg te gaan

13664

gedicht, vrij
17 januari 2019

ze geeft me het slechte
en het goede gevoel
er niet echt toe te doen
niet meer te zijn dan dit.

13663

gedicht, haiku
16 januari 2019

twee struiken bloeien
in de wind die om hen sluipt
loert de winterkou

13662

gedicht, haibun, haiku
15 januari 2019
In Drenthe

Kale bomen en akkers met grote plassen water. Sporen van tractors die uit het verleden spreken. Contouren van de sloten door hoog water vervaagd en onduidelijk. Gevallen bladeren, al begonnen met vergaan, worden spoedig door de gulzige grond verzwolgen. Laag licht droogt het land, betrapt haar op heterdaad.

lange schaduwen
lage januarizon
schijnt op natte wei

13661

gedicht, vrij
14 januari 2019

vreemde benauwde dromen
waar nog levende verdwenenen wachten met wit gezicht
als grijnzende geesten bij de poort van het einde wenken
mij mee zullen nemen naar een land van depressie en verdorde dood
langs narigheden die niemand had voorzien

mee naar de diepe bodem
waar maar twee uitgangen zijn.

13660

gedicht, vrij
13 januari 2019

de muren van de overkant
komen als een vloedgolf over de ruiten.
een spoor van regenlichtjes
kristalliseert op helder glas.

de ochtendmist slaat uit thee
de wereld in, haar vleugels uit-
gespreid bedompt ze het hartslagpompen
van een ver verwijderd feest.

als ik straks karton en afgestompt ben:

maak een foto.
vergeef me duizend woorden.

13659

gedicht, vrij
12 januari 2019

niets onder de zon.
deze harde regen,
deze wolken
zijn er altijd geweest.

13658

gedicht, vrij
11 januari 2019
Kijkduin

de zon bedekt zien worden
wachten tot fugatisch jagende wolken haar vergeten
een kort moment het oranje winterlicht op de schuimkoppen zien
tot het met de eerstvolgende gedachte verdwijnt.

het schuim over het strand zien lopen
de woorden erover horen waaien
dan binnen verder praten tot het uiterste
geluksgevoel tweezijdig wordt.

13657

gedicht, haiku
10 januari 2019

de kern van een duin:
alles wat verloren gaat
rapen we bijeen

13656

gedicht, vrij
9 januari 2018

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, totaal uit de band!”

“Nou, ja, op verliefd zijn staat geen straf.
Voor je gevoelens ga je niet naar de hel!
Dat wil zeggen, het mag allemaal wel,
maar blijf gewoon van elkaar af.”

Meneer, gebruik alstublieft uw gezond verstand
voor u zoiets afwijzends zegt.
U beroept zich op regels die zouden zijn opgelegd
van Bovenop, van Hogerhand.

Dat Hogerhand, waar we eeuwenlang naar zochten,
het is maar waar je op vertrouwt!
Het bestaan ervan is nooit bevredigend onderbouwd
en over de inhoud wordt nog dagelijks gevochten.

Dat heeft u duidelijk niet belet
om het allemaal zeker te weten,
de oprechte liefde tussen mensen te vergeten
die op dit losse zand wordt weggezet.

“Ze mogen best uit de kast”, besluit u bijna boos
“maar ze hoeven er niet óp, met alle kleuren van de regenboog.”
U kent toch dat verhaal van de balk in het eigen oog,
zo zeker van uw zaak, zo schaamteloos?

De dominee op pagina 1 van de krant
had het allemaal al bedacht:
“Vallen op hetzelfde geslacht?
Geen sprake van, dat loopt uit de hand!”

Daar staat hij dan, voor het hele land.
Bestrijder van liefde, op de kast
van de voorpagina
van de ochtendkrant.

13655

gedicht, haiku
8 januari 2019

wolken trekken weg
te laat voor zakkende zon
storm verdwijnt oostwaarts

13654

gedicht, haiku
7 januari 2018

‘s avonds bij thuiskomst
nog uren nagelopen
op Zandvoorter strand

13653

gedicht, haiku
6 januari 2019

wakker geworden
buiten de zon die verdwijnt
zestien uur duister

13652

gedicht, vrij
5 januari 2019

ook zij is weg
nu niet hier, niet eens in berichtjes
verschijnt haar naam en daarmee haar gezicht

ook is die stad hier
in de gracht drijven nog liefde en vriendschap
die hier overboord gingen in één nacht

ik hang achter het theater
ik adem de geur van deze Noordelijke stad
het is goed haar licht te missen

in lichte regen.
twee treinen en een broze zaterdag

kwamen er aan te pas.

13651

gedicht, haibun, haiku
4 januari 2019

Een betonnen kubus met aan één kant glas. De vinexwijk zag ik nauwelijks, ik zag een strand dat hier helemaal niet was. Zoals de vele wegen buiten lopen wij langzaam uit elkaar. Je ziet het gebeuren, maar kunt het nauwelijks helpen.

blokkig tuinlandschap
erboven witte vogels
op hun weg terug

13650

gedicht, vrij
3 januari 2019

de handen van de boom
met zijn zovelen, de armen gestrekt, reikend
naar een aalmoes zonlicht

13649

gedicht, haiku
2 januari 2019

twee januari
zwarte kruitstrepen kruisen
natte plakken rood

13648

Dagboek, proza
1 januari 2019

Aan de rand van een stad ontploft de nieuwjaarsviering aan drie kanten. De vierde blijft zwart, zonder vuurwerk, erg passend voor een jaar waarin je iemand verloor.

Zo eindigt het jaar dat geen april had, geen mei, een op papier lange zomer die toch als in een roes passeerde. Een jaar met een gapend gat erin.

Op het hoogst van dit volksfeest, tussen al dat vuurwerk, kan ik niet helpen dat ik vooral aan hem denk.

13647

gedicht, vrij

Winter.
Binnen blijven, maar daar niet kunnen ademen.
Wachten op direct zonlicht, terwijl dat al lang niet meer bestaat.
Naar buiten staren tot de bleke geest in het raam
met het ochtendlicht geleidelijk verdwijnt.

13646

gedicht, haiku

laatste zondag, vroeg
geen mens steekt nog vuurwerk af
men slaapt in stilte

13644

gedicht, haiku

hij genoot hiervan
je voelt zijn afwezigheid
in zijn zorgzaamheid

13643

gedicht, haiku

licht door de ruiten
op kunststoffen vensterbank
rust een houten kom

13642

gedicht, haiku

gekraak op Domplein
meisje oefent danspatroon
schoenen op strooizout

13639

gedicht, haiku

heldere morgen
in de verwarmingslucht danst
draad uit boekenrug

13637

gedicht, haiku

ver na middernacht
regen op een plastic dak
kraakt als krommend hout

13636

gedicht, haiku

ver na middernacht
de zwarte nachthemel schijnt
duizend zonnen sterk

13635

gedicht, haiku

ver na middernacht
de merels fluiten geen lied
de dag blijft nog weg

13634

gedicht, haiku

ver na middernacht
proberen te gaan slapen
of wachten op licht

13631

gedicht, vrij

de ruimte volledig dichtgemetseld
het donker totaal
het grote inzicht in een modderstroom
ik vertrouw de schrijvers niet
ik heb mijn wagen volgeladen
met oprechte twijfel

13628

gedicht, haiku

vijf stemmen van nu
zingen stemmen van vroeger
naklank op papier

13625

gedicht, haiku

in de grauwigheid:
voorbijstromend wolkendek
kleurt druppels op ruit

13624

gedicht

tijdlus (bij bodhidag)

onder een boom zat Gotama
te puzzelen over een drama
zijn lippen getuit
want hij kwam er niet uit
‘wie noemt zichzelf nou een lama?’

13623

gedicht, haibun, haiku

Botten in de regen. Regen die aanklopt op de huid om binnen te mogen. Botten met pijn, een lichaam. De gelijkenis in kleur tussen potloodgrafieten schilfers en een door bureaulamp verlichte sleutelbos. Gisteren was ze opeens daar, nieuw en intelligent.

de misselijkheid
de dagen hecht vervlochten
de troost van regen

13622

gedicht, haiku

1.

een dag vol vriendschap
oogcontact over tafel
warme stem-banden

2.

theekopjes op een rij
beige mat in de zendo
samen ópletten

3.

matras in Utrecht
met een glimlach verslapen
tot de Boevenklok

13621

gedicht, vrij

vervloekt werden ze, in donkerder tijden.
dat het eindeloze zuchten van dag en nacht toch
op de tollende aarde neerstorten zou
de scherven op de alomvattende schedel
de brokken in de bodemloze spiraal.

ondanks dat niemand ze uitnodigt
blijven de ochtenden standvastig komen.

13620

gedicht, klank, vrij

ze laat los en begint haar dwarrelende reis
langs knopen, knoesten, korsten en buiken
flirt met de weerstand, bewijst het bestaan
van brullende bladblazers op een blauwe morgen

 

 

13613

gedicht, vrij

middeleeuwse gezangen vanaf een cassettebandje
koor van magnetische deeltjes
boort door schedel, vormt zich tot een hoofdpijnwolk

stemmen van metaal: samen met alles dat verzacht
stikken in de zoete geur van wierook

13612

gedicht, vrij

eerst iets over ze zeggen,
die ‘verdomde dingen’,
zoals ze daar staan,
vol van omvang,
te stormen in elektrisch licht.

dan in naam der lieve vrede
en omwille van het weer
naar buiten kijken:
is het heelal er nog, buiten dit?
anders ga ik terug naar bed.

dan nog goed zijn:
daden maken van
voeding die uit daden kwam
omwille van hen die een hoofd hebben
hier buiten in de grote liederenbol.

ook nog eens ophouden:
een te dik boek op schoot hebben,
vermoeidheid hangend als een oude jas,
als nevel over weilanden.
dan uitstappen

voor de cyclus is voltooid.

13604

gedicht, haibun, vrij

Een meeuw vliegt langs het raam, wachtend op een oostenwind die hem terug naar zee zal blazen. Stalen brandtrap zet uit in horizontale morgenzon. Laatste herfstbladeren klampen zich aan hun takken vast, zullen vallen en als lang verlorenen onder de mensen komen.

 

alle vroegte
in lichte nevel straalt
zon uit duizend ruiten

13603

gedicht, haibun, haiku

de nacht is om ons heen geslopen, zoals ze dat soms doet. Bewegingloos strekt ze zich uit over donkere ramen. Blauw licht door een gordijn bij overbuurvrouw geeft het duister diepte. Dit is hoe stilte oogt, dit is het omhelzend zinkgat van de winterhalf.

Heldere herfstnacht
ronde, slapende schoorsteen
weerkaatst diepdonker

13577

gedicht

weer bij haar thuis
gember wolkt naar glasbodem
storm in een mok thee

13571

gedicht, haiku

nacht in oktober
troostend wiegende stem zingt
zacht mijn ogen toe

13570

gedicht, haiku

helft van oktober
lucht nog onwaarschijnlijk warm
de nacht al zo lang

13567

gedicht, haibun

zo ligt ze daar open, kwetsbaar,
zij die ik zo heb begeerd.
gulzig tot de kuil tussen haar borsten
is ze, het daverend kabaal dat de hemel breekt.
scheuren in klare lucht opent ze
waar ik roer- en hulpeloos oplossend
vergeefs in verkeer.

 

Het geluid van een piano klinkt ver. Blauwe, atonale golven. Ze speelt de balken uit mijn hoogslaper, het zuchten van de trage nazomerzonsondergang. In wat ze speelt hoor ik wie ze is. Beklim de ladder naar mijn ogen. Leg je onhoudbaar naast me neer.
Blijf hier, kom boven, blijf.

13563

gedicht, vrij

stilte na regen
lamp vervormt in nattigheid
sterren op zwarte ruit

13560

gedicht, vrij

ik droom dat ik zijn lichaam ben
dat hij terugkomt in grauwe kleren
massa van drooggele schilferhuid
zijn laatste ademhaling stokt dan
brozig in de mijne

13558

gedicht, vrij

Boven de Veluwe hangt een nieuwe nevel, gesteund door een grindpad. Een weefwerk van druppels tijd dat er gisteren nog niet was.

Het geloof is weg, in Friesland bouwt men geen torens meer. Hoe verder je ging, hoe meer het blauw van je ogen verdween in dat van de atmosfeer.

13557

gedicht, vrij

regenval bracht.
kouval bracht.
droge winterhuid
op zandstrandbruine handen.

13556

gedicht, haiku

duizenden auto’s
de horizon licht verkleurd
waar gaan jullie heen?

13493

gedicht
ik dacht dat ik minder woorden nodig had.
niet als water,
niet meer.​

13492

gedicht
alsof ze nu al
plotseling verdwenen was
hoorde ik ganzen
in een droge zomernacht

13487

gedicht, haiku

vechtend tegen zon
nieuw wortelend onkruid bindt
het zand op zijn graf

13446

gedicht, haibun

Het gonst van straksklinkende klokken, van radiotoestellen waar de spanning af is. De stad is windstil zwijgzaam. Boom vertakt zich koel de schemering in.

schaduwen van rijst
sporen in de vensterbank
kom onaangeroerd

13445

haibun

Bij zonsondergang, laat om de lente. Groot licht werpt schijn vanachter de horizon, vangt vervliegende wolken in bundels wittig oranje. Mouw van blouse werpt schaduw door plastic dak, verbuigt het vallen van de avond. Buren praten, alcohol-hard, dan weer vrolijk, dan weer ernstig. Kom maar, kom maar tot leven.

 

geur van barbecue
zon zakt in bakstenen huis
de lucht vol stemmen

13379

gedicht, vrij

(Op de punt van Vlieland (2))

Wie is dit lichaam?
Op maandag en dinsdag
heb ik geen gezicht.

13378

gedicht, vrij

(op de punt van Vlieland)

hoeveel levende wezens heb je al gedood
alleen door hier te lopen?
hoeveel levende wezens heeft het heelal gedood
alleen door het heelal te zijn?

13376

gedicht

Na een erg moeilijke week ben ik er even tussenuit.

 

 

even vakantie
daar knap je van op
al is het maar kort
en al is het maar klein

we gaan er van uit
dat straks bij thuiskomst
alles wat dringt nog 
steeds dringend zal zijn

13375

gedicht, vrij

natte geur van vroege lente.
alles barst straks uit:
knoppen bol uit kale bomen
verkeersruis uit schemerzwijgen.
aarzelend kiest het dorp haar dinsdagkleuren
lantaarnlicht groeit hier
in het volle zicht op straat.

13374

gedicht, haiku

 

tussen weilanden
in de nevelvroegte hangt
de geur van paasvuur

13368

gedicht, haiku

langs nachtenlange flats
door donkerbrommende coupe
naar de stervende op weg

13363

gedicht, haiku

witte sikkelmaan
oeroud hartenzeer doorbreekt
de levenscyclus

 

 

 

 

 

13359

gedicht
18-03-2018

Veldopnames maken in de zomer is een wintervoorraad van herinneringen aanleggen. Een warme deken voor als het koud en grijs wordt.

 

13344

gedicht, haiku

winter raakt lente
lijnen in hout en gezicht
mos verraadt de tijd

13343

gedicht, haiku

boerderij, bloesem
tussen bomen en deuren
de geur van nat hout

13346

haibun

(Als licht op de lichtsnelheid reist, reist het dan nog door de tijd?)

Het licht schijnt hier elke avond hetzelfde. Ze valt alleen anders op de ruggen van de boeken die elke dag onzichtbaar en sluipenderwijs verder vergaan.

 

 

licht van bureaulamp
verdwijnt in grijze schemer
is het nog avond?

13345

gedicht, haiku

een kort artikel
over een bekend gezicht
loopt tekst in regels

13341

gedicht, vrij

eerste schaatsdag
rood gezicht en
koude hand door zonnig haar
snijdende wind en blauwe hemel

zien hoe sneeuwresten smelten
op haar tweedehands jas

13340

foto, gedicht

 

vinden en verliezen en
het klampen in haar zog.
uiteindelijk willen we
allemaal iemand hebben,
toch?

13339

gedicht, vrij

(notitie)

als er niemand meer is om aan vast te klampen
zelfs niemand om van te dromen
en de leegte maakt de toekomst ondraaglijk

kijk de leegte aan
sta rechtop in de vloed van je gedachten
wees één in één.

 

 

13338

gedicht, vrij

bij avondlicht
in een klaslokaal
wij wisselen blikken
tussen ogen
met blikken soep
delen chips en eindeloos verborgen verlangens
wij zingen dat
de sterren hier van de hemel vallen,
vegen
onaandachtig de vloer weer bij elkaar

13333

gedicht, vrij

ononderbroken golft de lucht
laaft het landschap zich aan de donker bulderende boezem van de zee
er trilt een snaar diep in de horizon
ik zal je lommerlichten geven
als ik die spelonkend door mijn dorre wanhoop vinden kan

13332

gedicht, vrij

Hij speelt.

Licht tintelende kleuren worden vanuit zijn hoofd, via spieren, pezen en vingerkootjes verstrooid over vijfhonderd vormen van waarnemen. Een belevingswereld bolt. Wij, licht treurige pelgrims verbonden in een vat vol klank, wij van weemoed gonzende bunkers, golven als van brand walmende halmen in de wind uit zijn handen.

We hebben contact, omarmen elkaar ten volste, weten niet of de boodschap overkomt.

Zodra ik het weet zal ik het laten.

13331

gedicht, haibun

De dag komt ten einde. De radio speelt: kou. Duisternis en warmte klemmen reflecterend glanzend nachtglas tussen zich in. Ik zie op tegen dagen die komen, dagen waarop ik me tegelijkertijd verheug. Ik verheug me eindeloos tegen de dagen op.

 

avond valt
zodra de vorst komt
rijdt ze van me weg
op winterglazen schaatsen

13319

gedicht, vrij

heb ik mijn tas
heb ik mijn schoenen
heb ik mijn jas al aangedaan?

heb ik mijn pinpas
heb ik mijn sleutels
heb ik haar
dan echt laten gaan?

13318

gedicht

ik was ziek en in mijn boze dromen
kwamen wolken overdrijven:
gezichten die niet meer zullen komen
liefde die had kunnen blijven

13307

gedicht, vrij

moderne romantiek:
we zien vanuit ons bed
steeds dezelfde maan, steeds
dezelfde Neudeflat

13306

gedicht, haiku

ik vind haar naast me
zo heel sporadisch, zo eens
in een blauwe maan

13305

gedicht, haiku

tafelblad gevuld
theezakjes, vorken, papier
sporen van vriendschap

13304

gedicht, haiku

in de felle maan
op een gekanteld dakraam
weerklinkt week de zon

13303

gedicht, haiku

lege uitgaansstraat
op nog schemerige grond
brandt rood een fietslamp

13301

gedicht, haiku

het vroege waken
hervonden lichaam weerschijnt
in zwart winterraam

13298

gedicht

mijn spullen bewegen uit zichzelf
zo traag, ik heb ze aangeraakt
ze laten staan, ik trok
een spoor door de tijd naar tijdloosheid

13297

gedicht, vrij

raam open
de boevenklok luidt, `s morgens
in de eerste frisse lucht
dansen de kruimels op tafel

13294

gedicht

daar is gewicht.
daar ligt een dak op een huis.
zomaar.

13293

gedicht

houten tafelblad
zwarte theepot reflecteert
het patroon op de kleding
die ze gister droeg

13292

gedicht, vrij

de meeste dagen vergeet je
het zand op je hardloopschoen
de diertjes in het zand

13290

gedicht, vrij

Johannes Ockeghem
stem uit het verleden
si ambulem in me-
dio umbre mortis
requiem voor zichzelf

13287

Brieven aan S, proza

4e brief aan S.

Lieve S,

vandaag is een dag waarop je kiezen moet tussen opkrullen in kunstlicht of het echte licht omarmen. Wolken doorkruisen de late morgen en werpen schaduwen die bestaan, maar niet herkend worden. De wind fluit er een wijsje bij. De mensen dromen: was het maar lente, vlogen de zwaluwen hier maar vast boven, dan joelden de knoppen van het water aan dunne boomvingers zonder bast.

Maar het is winter. De mist zit in de ramen en wil niet naar buiten. Een meeuw zonder benen worstelt zich vreugdeloos door de atmosfeer.

Kom je nog wel eens in Scheveningen?

Liefs,
H.

13288

gedicht, vrij

tussen de kale bomen
op het grind tussen de bielzen
is verlichte heiigheid fluoriserende nacht

nu de boze stilte goedlachs landt op natte grond
heb ik je nodig

13286

gedicht, vrij

Stormschade:
andere lucht tussen huidharen
ochtendlicht dat lijkt op sneeuw
gekrijs van verre meeuw
de ruis op de snelweg naar de zee

13283

gedicht, vrij

anti-kraak

de dag brak er door de lamellen
de brakte door het matras
het linoleum wist er te vertellen
dat dit een huis vol kennis was

12379

gedicht, vrij

(de)                       mens
(op)                       angst
(groeiend)          wezen
(wanneer)          wordt
(het)                      stil

13278

gedicht, vrij

kerst op het Koekoeksplein
klank van oude rolklok
banjert beierend door de bomen
weerkaatst op gevels
leent moeiteloos uw oor

13276

gedicht, vrij

zomaar,
in de stad,
het verleden

komt het heden betreden:
Hoe is het met jou?
ja, lang geleden.

Druk, he, het is alweer warm
zo na die winterkou!

Je ziet er goed uit, fris,
ja, ga maar gauw,
neem je boodschappen mee.

Weet je, ik kan niet meer luisteren naar die LP
soort van blauw
zonder te denken aan zand, strand,

een mooi restant
van die avond daar met jou.

13105

gedicht, haiku

Brussel V

ze kunnen niet weg
koningen van het beursplein
slapen op hun troon

13104

gedicht, haiku

Brussel IV, bij zijn woorden

Congomonument
Leopold twee zelf die spreekt
leugens in marmer

13103

haiku

Brussel III

vrouw in koude nacht
geen Nederlands vangnet hier
dekens van karton

13102

gedicht, haiku

Brussel II, bij zijn standbeeld

in groots pracht en praal
een oud gezicht vol geweld
koning Leopold

13101

gedicht, haiku

Brussel I

dame in gewaad
verdwaald in haar telefoon
of diep in gebed

13072

gedicht, haiku

na het grote feest
regen horen, boek lezen
in slaap verdrinken

13068

gedicht, vrij

vorm onbegrepen
een wuivende kastanje
verraadt bestaan van tijd

13066

gedicht, vrij

zwart gat

een kort onweer
spoelt stemmen van balkons, ongezien,
spoelt fluimen uit oude mannenlongen
opborrelend vuil van vroeger
toekomstige herinnering aan nieuwe oorlog
verzwolgen door de gretige goot

13063

gedicht, vrij

ik hielp je met een hand de helling op, ik
haalde iets uit je haar dat daar niet hoorde

een dag in het graslicht
zomer in heuvels van ijsplaten nog zuchtend
mijn blik steunde op je schouder
je huid van zon bruiner dan een minuut daarvoor

er was geen weg terug, alleen naar boven, jij
haalde iets uit mijn hoofd dat daar niet hoorde

er was water tussen de bomen
schapen dwarrelden als kleine zinnen langs je hoofd
jij had last van je rug op blote voeten, je was mooier
dan alles wat verder in dat landschap was

13062

gedicht, vrij

dwarsstraat, of hoe het uit de hand liep toen

Engels sprak ze slecht
ze kwam uit Polen
nu in een café met gordijnen
uit Groninger tongvallen gehaakt

hij wist hoe je hoer zegt in het Pools
elke taal heeft van die woorden
hij kende er één, kon het spellen zelfs,
dronken paste hij zijn kennis toe

het werd pas licht in de morgen

13061

gedicht, haiku

haar toeverlaat schreeuwt
leed groeit uit halve liters
in de vuilnisbak

13060

gedicht, haiku

Phalgun

het universum
verschanst in een trommelvel
beroert tien vingers

13055

gedicht, haiku

van de thuisblijver
voor de zangeres op tour
een veld vol publiek

13056

13054

gedicht, vrij

ze zal op een dag naar de kunstacademie gaan
zegt ze
en je weet dat ze weet
dat dat al niet meer waar is

je voelt dat er nog iets ligt
dat je bij elkaar hoort, nog
in draden van gedrag en vroeger
maar het is al te laat
je bent veranderd

omdat ze opwarmt
blijf je kil
omdat ze nerveus is
neem je de overhand
omdat ze hoop ziet
duw je haar weg

je mond staat daarbij droog

het is niet van de koffie

13053

gedicht, vrij

I

zoals in het bos pasgeboren sprieten groeien
zoals het er zó groen is na de winter dat je vergat dat dat kon
zoals het lommer je koelte toewuift die ‘s morgens niet nodig is
zoals cirkels zonlicht dansen op je schoenen in de grond
zoveel als een boomstronk op een berg lijkt
zo gewichtig als ze paddestoelen draagt
zoals lente en herfst hier door elkaar lopen en eeuwig zijn
zo laten we los, dat we er van klampen
aan elkaar, aan rivieren van steen tot zand vermalen en bestaan of niet
aan gerommel uit de bodem, aan niet zien wat je worden wilt
aan takken na de winter eenzaam,
zó alweer vernietigd en ontstaan.

13052

gedicht, vrij

II

als het licht op een kier
als overdag de nacht
als een heelal vol stilte
verdwaald in wat ik dacht

als brokken steen
in een elliptische baan
als de hand zijn pijn
als de aarde de maan

als wie zichzelf
nooit echt verlaat
steeds malen blijft
tot niets meer gaat

als de vriend de vijand
als het slot het lied
dragen wij elkaar vol liefde
maar zien het niet

13042

gedicht, vrij

Todd River

weet je nog, die lege bedding in de woestijn?
eens in de twee jaar stroomde hij vol
dat hitsige kikkers er van kwaakten
dat de nacht er van deinde
dat iedereen er van naar buiten kwam.
soms hoor je ze nagalmen,
de kwakende en pratende stemmen,
thuis, ver weg in een nat land.
na de regen maken ze je wakker
tikt de verdampte rivier vol wroeging op een vuilniszak.

13039

gedicht, haiku, vrij

land van hoge torens
ornamenten schijnen blauw
door heiige atmosfeer

of

hoge toren-land
ornamenten blauw verkleurd
druk van atmosfeer

13038

gedicht, haiku

jonge boomstammen
ruisen van de bladeren
voor vijf maanden lang

13035

gedicht, vrij

ver heien
ritme klopt
merel schor

of

hei en ver
ritme klopt
merel schor

13034

gedicht, vrij

toegeven
boete doen
lijden
vergeten worden
dan op een morgen
opstaan
gelukkig
niet weten
wat te doen

13033

gedicht, vrij

daar sta je dan
een blik van glas
in een veld dat van bewustzijn was
maar nu een plek op aarde.

13032

gedicht, vrij

hier een wervelwind
van tintelende vingers.

afleiding vlucht,
verveling slaat een gat
in elk gevoel van veiligheid.

aandacht ontmoet
de dierbare zekerheid
van eindeloos falen.

13031

gedicht, vrij

in Zeist

dit is een goed huis
(je kunt hier altijd blijven)
er is een muur met ribbels
vluchten kan langs het balkon

dit is een goed huis
(je kunt hier kromme lijnen schrijven)
een zwarte kat en een beeld van boom
groeien door glas in volle zon

dit is een goed huis
(een muur of vier)
betaald met eigen pijn

dit is een goed huis
(lieve vrede geef hem hier)
een einde aan het somber zijn

13020

gedicht, vrij

sorry
ik belde per ongeluk
vanuit mijn broekzak
je weet wel hoe dat gaat
het is fantastisch hier

13017

gedicht, vrij

wat is dat toch, aan zee
de zon doorschijnt het heelal,
laat door wind en smelten golven bonzen
het grote ademen heeft vrij spel

alles is er
niets te wensen
en dan toch
dat ze bij je was

13013

foto, Notitie

Groots wordt hier verteld van doorgangen, lichtkoepels en stadshuiskamers. Van nieuwe paden en open puien. Hoe mooi bedacht ook, hoe knap het ook is om dat allemaal te ontwerpen en te bouwen: het zou de bedrijven sieren als ze niet alles fraseren of wij lezers het einddoel zijn. Alsof dat gebouw er niet voor hen maar voor ons staat. Alsof ze ons niet omleiden om spullen te verkopen.

Winstmaximalisatie en op tijd de trein halen zijn tegengestelde belangen.

Als het gebouw er niet stond, was het ook goed. Tastbare gestaltes liepen er door ramen over drassige vloeren van straat.

13012

foto, gedicht, vrij

Kwetsbaar, zó kwetsbaar
is alles van waarde.
Ik at rijst uit een kom,
maar de kom viel om
en stortte in splinters ter aarde.

13011

gedicht, vrij

ze hebben hier geen handen,
de kou op hun huid is bedacht.

je kunt niet meer argeloos met haar praten:
er hangen schachten en scharnieren in de woorden.

omdat ze zo dichtbij is
win je een ongewenste wereld.

omdat ze steeds echter wordt
verlies je haar.

13007

gedicht, sonnet

Nachtsonnet

mijn hart stond maandenlang in brand
en steeds opnieuw zeg ik gedag
weet dat ik niets meer zeggen mag
kijk daarom naar de sterrenstand

recht boven staat de grote beer
ik kan niet slapen, droom maar wat
door een oude boom met groeiend blad
kijkt Sirius op alles neer

de stilte van de diepe nacht
doet vragen: ‘maar wat wil je dan?’
ik vul haar op en zing heel zacht

denk te diep na, er komt geen plan
maar één besef blijft ferm van kracht
men verlangt wat men niet hebben kan

13005

gedicht, haiku

in het Zocherpark
zonlicht groeft zich in boomschors
huid die al verkleurt

13000

gedicht, haiku

lente in het park
een reiger sluipt behoedzaam
door trillend water

12997

gedicht, vrij

het leven van een muzikant
biedt geen enkele garantie:
‘meneer Roeland,
u heeft een betalingsachterstand’
en weg is mijn vakantie.

12996

gedicht, vrij
Waar is het begonnen?
Ze kijkt je vragend aan,
je denkt: ‘nee’,
maar weet niet meer waarom.
Iemand kwetsen, in de regen,
die niet stopt op dit station.

12992

gedicht, vrij
lijnenspel
bij zonsopgang
klein vliegtuig achter gebouw
bekrast de lucht

12954

gedicht, vrij

met of zonder jou
met tintelende hand op je wang
of zonder, een stille hand op tafel
breekt de dag aan
groeit mos op het balkon

12906

gedicht, haiku

slapende wimpers
haar hoofd tegen mijn schouder
muur van zachte huid

12904

gedicht, haiku

in de koude nacht
maan met aureool omkranst
heel warm ontvangen

12902

haiku, proza

We dronken groene thee. Hij was boos over iets dat een dag eerder gebeurde. Mensen en hun gedragingen, mensen die hier niet waren. De tafel was woede, en ook de hele wereld aan de andere kant van het glas. Buiten liep een hond, en een meisje met een tas. Zelfs zij, die zo mooi was. We dronken groene thee, maar proefden het niet.

 

door het vensterglas
dat misschien ondoorzichtig is
een weerspiegeling

 

 

12870

gedicht, vrij

De rivier komt,
stroomt langs weiland en stad.
Ze golft, tolt
en fluistert,
geeft niet alles prijs.
Op de bodem van haar ogen
beroert een onzichtbare hand het zand.

Als ook ik mijn handen uitsteek,
het water raak,
streel ik een koude wang,
maak die warm, rood.
Als ik haar vasthoud
mengt de mist van haar adem
met mijn angst dat ze me niet herkent.

pretoogjes schitteren tussen de golven
als ik zwijgend
op haar oever lig.

Soms weet ik niet
wat te zeggen
tegen de golven in mijn mond.
Soms stroomt het bloed
door hoofd en hart
naar de delta van mijn handen.

Hoe meer het lente wordt
hoe meer ze tot leven komt.
Oude sneeuw smelt
onder haar warme voeten.
Hoe meer het lente wordt
hoe begeerlijker ze is,
hoe meer de hartslag deint
in de kom van mijn hals waar ze haar hoofd heeft gelegd.

Als ze danst
zwelt de stroom aan,
vloeit onhoudbaar naar de horizon.
Ze weerspiegelt,
wijfelende wolken en een rillende boom.
Ze fluistert, geeft niet alles prijs,
verlangt ernaar vrij te zijn.

De rivier komt,
stroomt weiland en stad voorbij.
Ze kijkt om, geeft niet alles prijs.
Niet in één omhelzing te vangen,
niet te verleiden met een liefdevolle dag.
Tijdloos buitelt ze
naar een verre zee

waar ik soms wel,
maar nooit echt
gaan kan.

12485

gedicht, vrij

In die zin zijn we als herfstbladeren
droog, verlaten, star
gevaarlijk hangend tussen dood en leven
met houten steeltjes klampend aan takkenbasten

in een wolk van kleur onderweg naar beneden,
loslaten, opgeven,
daar schuilen in een voetstap of boom.

we hebben eenzelfde warme droom:
ongezien in de aarde verdwijnen

bosgrond zijn

12433

gedicht, vrij

de dag
te beginnen met een zin
die losliep ergens
tussen je shirt, je buik
en mijn warme
-geen bh-
handen

12416

gedicht, vrij

dat is wat fijn is aan herfst:
herfst brengt afzondering.
herfst reflecteert
in waterplas en geest

12415

gedicht, vrij

na lange regen komt miezer
water in houten hekken klimt van onder naar boven
precies haar grijze afkomst tegemoet

12388

gedicht, vrij

in de winter
hoop ik op lente,
in de lente
snak ik naar de zomerzon

in de zomer
zo`n zin in wind en herfst en regen
en als de herfst
dan eindelijk komt

dan is het stil,
geniet ik,
doodsbang
voor wat morgen komt

12380

Dagboek

Het is stil in de bibliotheek, zelfs naast de hoofdingang, waar het doorgaans een groot komen en gaan van studenten is. De deuren zijn met planken afgesloten. De enige ingang is aan de zijkant. De zij-ingang gebruiken bij een verder afgesloten gebouw voelt als binnensluipen, alsof je lid bent van een kleine groep uitverkorenen. Er is iets prettigs aan een grote gesloten deur van binnen zien.

Er klinkt getyp op laptops, de luchtverversingsinstallatie ruist. Buiten milde regen, kleine gaatjes op de grond onder de bomen. Een kastanjeboom buiten heeft rotte plekken in zijn bladeren, alsof het herfst is. De stilte in de stad en de bibliotheek verraden dat het hoogzomer is.

12377

gedicht, haiku

wind van de polen
wind uit de verre woestijn
een dag gaat voorbij

12376

gedicht, vrij

ik zoek het verschil
tussen mijn denken en het ruisen
van de rolwolk die de regen werpt

12374

gedicht, vrij

stilte en water vallen
in mijn lichaam uit mijn ogen
een mens begint eindeloos opnieuw

Zambia 19: Chibale, hoofdstraat

Dagboek, klank, Uncategorized

Een van onze laatste avonden in Chibale, na zonsondergang. In de hoofdstraat is de lucht nog warm van de dag. Ze is gevuld met het zachte geroezemoes van de bewoners, die elkaar hier opzoeken.

Chibale00103

(foto: butalaproject.hku.nl)

12349 – 3e brief aan S.

Brieven aan S, proza

Lieve S.,

 

het is wonderlijk hoe koud de morgen nog kan aanvoelen op een dag die tropisch warm zal worden. Binnen geeft de thermometer 21 graden aan; in de winter zouden we beginnen te zweten, maar het is geen winter en een mens went aan bijna alles. Kippenvel. Het is een morgen om naar het strand te gaan, niet om te zwemmen maar om er te slenteren in je veel te lange broek en om het zand naar binnen te voelen stromen door je kapotte, stoffen schoenen.

 

Ik heb van je gedroomd vannacht. We hadden een fiets die op vier verschillende manieren in elkaar geschroefd kon worden, en we begrepen er beiden niet veel van. Dat was in orde, omdat we eigenlijk niet weg wilden.

 

Na zulke dromen mis ik je.

 

H.

12339

gedicht, haiku

de dag ontvouwt zich
geen leugen, één illusie
en de tijd verstrijkt

12332

gedicht, haiku

over de daken
en dwars door de koude lucht
schreeuwen machines

12320

Dagboek, proza

Kwart over zeven. We zijn aan het werk, radio maken, op de vroege avond van hemelvaartsdag. De zon verwarmt het platte dak, de deur naar de brandtrap staat open. Stemmen waaien binnen van het plein, glazen klinken. Op een dakterras zitten drie mannen in klapstoeltjes, drinken bier en spreken Engels.

Kwart over acht. We leggen klanken vast op band. ‘Zullen we die laatste nog een keer doen, Jan?’ Op het dakterras klinken flesjes tegen elkaar. Een bulderende lach schalt door iemands baard.

Kwart voor negen. We bouwen golven van geluid. Onbekende muziek. Het wordt steeds warmer. Naarmate de avond vordert wordt het lachen buiten steeds hoger en hysterischer. Iemand gooit stukjes hout van de dakbedekking door een koepel naar beneden. Een ander verslikt zich van het lachen.

Negen uur. Iemand roept verwensingen door een koepel naar beneden. ‘Wat doe je hier nog? Ga naar huis, idioot!’ en vele vervoegingen van het woord kanker. Kanker is een werkwoord. Niemand lacht nog.

Half tien. De zon gaat onder achter de gebouwen, de deur naar de brandtrap staat open. Steeds minder stemmen waaien binnen vanaf het plein. Het dakterras is leeg. Oranje lucht gloeit na in lege glazen. Kanker, riep hij. ‘Kanker’ riep hij. Feestjes en levens komen soms abrupt tot een eind.

Dag 12313

Brief, proza

Lieve S.,

Buiten schreeuwen mannen, maar waarover of waarnaar weet ik niet. Is het niet gek, al die machines en dat gezoem en geratel, het aanzwellen ervan in de loop van de dag en het zwijgen ervan elke nacht? Je weet dat dat komt omdat een mens ook slapen moet, en eten en warm blijven en liefhebben en wat niet meer, maar dat maakt het golven ervan niet minder wonderlijk en vreemd. De wereld draait, en in datzelfde ritme draaien de mensen, en daarbinnen draaien de machines, die zelf tandwielen hebben. We branden op en branden af en er draaien miljoenen wieltjes die de dienst uitmaken,die zonder weten bepalen waar het leven begint en eindigt en ook nog wat daar tussen gebeurt. Geen wonder dat de mens al honderdduizenden jaren bang is. Geen wonder dat hij bij goden zoekt naar troost.

Werk je nog bij het concertgebouw, eigenlijk?

Dag 12312

Brief, proza

Lieve S.,

Het blijft lang koud in Nederland deze lente. Dapper heb ik de verwarming naar beneden gedraaid, maar ben daarin wellicht te enthousiast geweest. In de middagen, als het helder is, schijnt de zon op de dakplaten en warmt het snel op. Zodra de zon verdwijnt neemt ze de warmte mee. Misschien
verlang ik naar instabiliteit. Eindeloos drijven de wolken voorbij en zwerft het zonlicht over de muren, morgen weer, dan is het licht misschien wel grijs. Daar moest maar niets aan veranderen, de zon moest maar wat lijken te bewegen en de ene dag geruisloos doen overgaan in de ander. We
moesten elkaar zomaar wat met rust laten of juist opzoeken, daarvoor soms land en zee oversteken en dat het in beide gevallen goed is. Alle tijd om te denken aan buiten, om herinneringen voorbij te laten trekken, aan die brug aan het Zwartewater waar je onderdoor fietsen moest, en waar je altijd vrienden tegenkwam. Die brug ligt er nog, en aan het dorp zal ook niet veel veranderd zijn. Toch zijn ze beiden vergankelijk als de herinneringen waarin ze zich spiegelen, als in het water zelf. Ik hoop dat het goed met je gaat. Ik zal je snel weer schrijven.

Dag 12303

gedicht, vrij

alsof ik een oppas was
de kinderen met grote ogen
em-dee-em-aa de wei
waarin ze loslopen mogen

ik had niets te vertellen
werd bij gebrek aan iets beters
buitenspel gezet
door dronkaards en pillenvreters

hoe glad onze handpalmen
verkrampt en ingehaakt
hoe angstaanjagend het veranderen
dat het leven ongrijpbaar maakt!

misschien is dit wat we verdienden
ik zocht de dierlijke warmte van mijn vrienden

Dag 12295

gedicht, vrij

Vannacht droomde ik over [A.]. We hadden ooit een date, maar verschilden teveel van elkaar. In de droom lagen we op een groot bed en keken naar een kleine, oude beeldbuis-tv, zo`n paar meter van het voeteneind, waarop enkel kleuren te zien waren. Ze was nog steeds mooi, de lakens rood geverfd.

Dag 12285 – Hoek Drift/Nobelstraat

klankdagboek, proza

In de Nobelstraat hangt een oranje gloed, de zon net boven de daken uit. De gebouwen glanzen van de met de lente toegenomen luchtvochtigheid. Op de Drift hangen vlaggen boven de ingangen van de universiteitsgebouwen, die waren er eerder nog niet. Sinds een dag of drie zwellen knoppen aan bomen en struiken, zijn er prille blaadjes, heeft alles zoveel kleur opeens.

Een dag om een nieuwe jaartelling bij te beginnen.

De pieken van de Domkerk tussen de gebouwen door, gisteren een eerste vlinder. Tussen de haastige fietsers vast menigeen die wil, maar er uit tijdgebrek niet van proeven kan.

Dag 12264 – merel

klankdagboek

Een merel zingt om zes uur in de morgen. 4,3 keer vertraagd om de details van zijn zang bloot te leggen. Het is 19 maart, de dag waarop de dagen weer langer zijn dan de nachten.

Dag 12243

gedicht, vrij

Teleurstelling:

de vetbol in de tuin
is verlaten, dag en nacht
(ik denk dat ik een
horde kamelen had verwacht)

Dag 12234 – Grebbeberg, Rhenen

klankdagboek

 

De Grebbeberg is een heuvel bij Rhenen, onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. Vanaf de heuvel kijk je uit over de Rijn tot aan de Waal de verte, over een prachtig landschap.Het is Februari, de ganzen komen net terug. Een grote groep is geland op de oevers. Aan de overkant van de Rijn wordt carnaval gevierd. Zo nu en dan brengt de wind een verdwaalde flard muziek mee. Halverwege vaart een schip voorbij, en doet de ganzen opschrikken.

 

Dag 12233

gedicht, vrij

januari
zwijgzaam droomt ze van
zang- en vleugellam
wonen op de droeve winter

Dag 12230

gedicht, haiku

Stil contrast
muur grijs, bureau gebroken wit
niet naar buiten, nog
vertragen
ik heb de wekker al gezet
vertragen
ontwaken gaat vanzelf

Dag 12229

gedicht, vrij

begeerte
door jouw open winter-ogen
voluit tweeledig, zo
lief, zo stil, zo bonkend van
wat ik niet begrijp en
jij niet horen wilt

Dag 12224

Dagboek, proza

Ik zit stil. Twee merels vliegen langs het raam. Ik schrik. Zij schrikken. De wereld in een notendop.

Dag 12220

gedicht, vrij

wissel brand!
bovenleiding breek!
rails trek krom!
dat ze nog een dagje blijft.

Generative Landscape, Paris 07-01-2015

klank

All sounds in this generative piece have as their source two videos of the Charlie Hebdo attacks that are circulating online. No other sounds were used. The goal of this piece is to generate beauty out of something ugly, and speak out for freedom of enquiry and expression. See below.


 

In the face of such ignorant violence, there are only a few things an artist can do.

1. Protest openly, and ask the government to do likewise and come down hard on anyone who uses force against equality and freedom of expression.
2. Don`t budge. Keep criticising and asking questions whereever necessary.
3. Encourage people to teach themselves critical thinking, to free ourselves from totalitarian ideologies and religion.
4. Use your art to speak out.

Use the arrow in the soundcloud box to download.

Zambia 17: United Church of Zambia

klank

CIMG0129

Zelfs als je niet religieus bent, is het een bijzondere ervaring om een Afrikaanse kerkdienst mee te maken. Deze opname is uit November 2012, op het platteland van Zambia. Het is een zondagmorgen in het hete droogseizoen. De zon brand op het dak. De golfplaten kraken als wolken passeren, puur door het temperatuurverschil. De dorpelingen zingen, bidden en preken. Meegesleept worden naar hier is geen straf.

 

Onze Lieve Vrouw Basiliek, Maastricht, Augustus 2014

klank

0002_Bron-wikipedia

De Onze Lieve Vrouw Basiliek is een oude Romaanse kerk in Maastricht. De kerk stamt grotendeels uit de 10e en 12e eeuw. In de Romaanse bouwstijl wordt het dak gedragen door dikke, zware muren. Daardoor blijft weinig ruimte over voor grote ramen, en er komt dan ook niet veel licht binnen. De Basiliek in Maastricht is geen uitzondering.

In deze opname overheerst de galm. Mensen komen binnen en lopen naar buiten, en worden luidruchtiger naarmate de tijd vordert. Pas tegen het eind van de opname wordt het weer wat stiller. Sommige geluiden zijn vrijwel constant aanwezig; stemmen, voetstappen, het laag rommelen van het gebouw. Anderen klinken maar een enkele keer, zoals het openzwaaien van een deur achterin het gebouw. Mocht je eens in de buurt zijn, dan is dit een interessant gebouw om eens te beluisteren. En anders is hier een opname van een uur.

De opname is binauraal. Luisteren met een koptelefoon geeft een driedimensionaal effect.

Zambia 09: Nijlpaarden in Kasanka National Park

klank

artworks-000085984639-byiufj-t500x500

De rivier maakt een bocht om een steile oever. Twee meter voor ons steken de ogen van een nijlpaard net boven het water uit. Links en rechts zijn twee anderen te horen. Ze laten zich niet zien. Er is maar één kant waarlangs ze de oever op kunnen komen, en die lijkt veilig. De nijlpaarden zijn niet de enigen die zwaar ademen hier.

 

 

Zambia 08: Markt in Serenje

klank

CIMG0246

Serenje, hoofdstad van het gelijknamige district. We zijn op de markt om boodschappen te doen, en om te zien of we een lift kunnen krijgen, dieper het land in. Het is een wervelend gebeuren; Donkere voeten in sandalen werpen een wolk van stof op. Er doorheen lopen vrouwen, gekleed in felgekleurde doeken. De meeste winkels zijn containers, een enkele heeft een betonnen gebouw. Mannen onderhandelen over de prijs in Engels, Bemba en Nyanja. Vrachtwagens gevuld met veel te veel vracht en mensen komen en gaan als de dag verstrijkt. De zon staat er loodrecht boven, en werpt geen schaduw.